Cornelis Le Mair: 'Sommige mensen zien mij als Neanderthaler'

De expostie van Cornelis le Mair in het Muziekcentrum aan de Noorderhagen in Enschede duurt tot en met 27 september en is op zaterdag en zondagmiddagen tussen twee uur en half vijf te bezichtigen.

Le Mair laat geen mogelijkheid onbenut om zijn afschuw uit te spreken over wat hij 'het parasitaire circuit van museumdirecties en galeriehouders' noemt. Wat de reden ook geweest mag zijn, door het 'njet' dat klonk in Amsterdam en Haarlem, had Enschede onverwacht een landelijke primeur. Het ruim vier bij zes meter beslaande drieluik 'Vanitas' van Le Mair is met zestien andere werken van zijn hand tot eind deze maand te bewonderen in het plaatselijke Muziekcentrum.

In de ogen van zijn bewonderaars is Cornelis le Mair (48) de nieuwe Rembrandt. Zijn stijl en themakeuze - portretten, zeegezichten, stillevens en landschappen - roepen sterke associaties op met de 'oude meesters'.

De schilder zelf noemt de vergelijking met een grootheid als Rembrandt 'een beetje pijnlijk':

"Men trekt die vergelijking, omdat er tegenwoordig bijna geen figuratieve schilders zijn die werken zoals ik. Maar plaats mij tweehonderd jaar terug en ik ben nergens meer. Vergeleken bij Rembrandt is het technisch matig wat ik presteer. Dat is ook niet zo gek, want ik heb geen enkele referentie. De oude meesters konden zich optrekken aan elkaar en leren van elkaar, terwijl ik het allemaal zelf moet zien uit te vinden."

Dat ook directeur Cannegieter van het Rijksmuseum Twenthe in Enschede het werk van Le Mair niet in huis wilde hebben, is volgens Le Mairs manager Ruud Fast het bewijs van de stelling dat "museumdirecteuren in Nederland een hecht front vormen en elkaar onder geen beding willen afvallen." Fast:

"Als museumdirecteuren zien dat iemand anno 1992 in staat is om hetzelfde te maken als het erfgoed dat zij koesteren dan vinden ze dat niet prettig. Ze zien het kennelijk als een devaluatie van collecties oude meesters die zij in huis hebben."

Opgeruimd

De schilder zelf wekt de indruk er niet mee te zitten. Le Mair laat in de artiestenfoyer van het Enschedese Muziekcentrum althans opgeruimd weten zich prettig te voelen bij het gegeven dat zijn werk buiten de kunstdiscussie valt.

"Voor musea ben ik niet interessant want mijn werk is hedendaags, maar niet modern. Museumdirecteuren vinden dat ik super-kitsch maak. Die zeggen dat ik oude meesters probeer na te apen. Een onzinnige bewering. Ik hanteer misschien dezelfde stijl en techniek, maar al mijn werk heeft een heel duidelijke eigen identiteit. Maar ik vind het wel best zo. Het enige wat wil is lekker schilderen en vakwerk afleveren. Op mijn eigen manier."

"In dit land bepaalt een kleine elitaire groep van museumdirecteuren, galeriehouders en recensenten wat kunst is en wat niet" , weet Le Mair. "Maar kunst bestaat voor mij helemaal niet. Kunst is een semi-religieus vooroordeel; het is een verhaal, net als de Bijbel een verhaal is. Predikanten en pastores vertellen over de Bijbel met een overtuiging alsof het waar is wat er in staat. Maar dat waarheidsgehalte valt niet hard te maken. Met verhalen die de zogenaamde kenners over kunst vertellen is het net zo. Je moet het maar geloven, er valt niets te bewijzen."

De Vanitas Triptiek is het meesterwerk van Le Mair, voor wiens doeken doorgaans enkele tientallen duizenden guldens worden betaald. Twaalf jaar heeft de schilder er in totaal aan gewerkt:

"Met tussenpozen uiteraard, want er zijn nogal wat momenten geweest dat ik niet wist hoe het verder moest."

Het drieluik met als onderwerp de Drie Gratien is opgebouwd rond een door Le Mair zelf gebouwd harmonium en bevindt zich in een rijk geornamenteerde en beschilderde omlijsting.

Onderuit

Het doek is van onderuit opgebouwd, zoals dat in schildersjargon heet, en bevat op sommige plekken wel twintig lagen verf. De schilder zelf ziet weliswaar een duidelijk verschil tussen het rechterpaneel, dat in 1984 al gereed kwam en het linker waaraan hij vorig jaar de laatste hand legde, maar kan met het eindresultaat 'goed leven'.

"Ik ben blij dat het af is. Het is geworden zoals ik had gewild."

De drie naakten die op de Vanitas Triptiek zijn afgebeeld, zijn volgens Le Mair 'samengesteld' uit verschillende vrouwen die in de loop der jaren model hebben gestaan.

"Er hebben geen drie vrouwen model gestaan, maar wel een stuk of tien. Van de een schilder je het dijbeen en van de ander de voet. De modellen zullen er hoogstens een deel van zichzelf in kunnen herkennen."

Geld

Le Mair zegt vooralsnog niet van plan te zijn het drieluik te verkopen.

"Ja, verzekeraars hebben de waarde ervan op 2,5 miljoen dollar geschat, maar dat zegt me niets. Om het geld hoef ik het niet weg te doen. Ik verkoop jaarlijks zo'n tien schilderijen en dat levert voldoende op om te kunnen leven zoals ik wil. Daarom exposeer ik ook bijna nooit. Verkooptentoonstellingen heb ik niet nodig omdat mijn werk doorgaans al is verkocht voordat het af is. En een overzichtstentoonstelling, zoals hier in Enschede, vraagt veel organisatie, omdat het meeste werk uit particulier bezit komt. Voor mij hoeft het ook niet zo, exposeren. Ik heb weinig voeling met het publiek. 't Is wel leuk als je ziet dat mensen je werk mooi vinden, maar eigenlijk wil ik gewoon niets anders dan lekker schilderen. Ik heb ook het gevoel dat ik nooit in mijn leven echt gewerkt heb. Soms reis ik alleen naar het Louvre in Parijs om een bepaald schilderijtje van Chardin te bestuderen. Dan ben je toch bevoorrecht als je je dat kunt permitteren."

Knevel

Met zijn tot op de schouder reikende weelderige haardos, zijn forse knevel en spits toelopende baardje, lijkt Le Mair zo weggelopen uit een 17e-eeuws schilderij. Zijn excentrieke uiterlijk moeten we volgens de schilder zien als 'een grap', die zo rond zijn 21ste levensjaar is ontstaan en het altijd goed is blijven doen.

Le Mair bezocht in die dagen de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. De Kunstacademie in Den Bosch had hij al na een jaar verlaten "omdat het daar allemaal veel te modern toe ging" .

In de avonduren verdiende hij in het Antwerpse circuit bij als violist/gitarist/contrabasist in de Long Frank Jugband. Het was toen eind jaren zestig, de tijd van flower-power, de seksuele revolutie en wat al niet meer. Een 'woest uiterlijk' met lang haar en veel snor en baard was toen bijna een randvoorwaarde om serieus genomen te worden.

Die tijden zijn voorbij. De kappersbranche floreert tegenwoordig als nooit tevoren, maar heeft geen goede klant aan Le Mair.

"Ik verbaas me soms hoe merkwaardig mensen op mijn uiterlijk reageren. Laatst was ik op tv bij de NCRV. Mijn zus, die in een redelijk bekakte buurt in Alpen aan de Rijn woont, kreeg de dag erna prompt bezoek van een buurvrouw, die zich afvroeg of ik wel kon lezen en schrijven. Sommige mensen zien mij kennelijk als een Neanderthaler." En na een korte stilte klinkt het vergoelijkend: "Maar ook dat vind ik niet zo erg, hoor."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden