Opinie

’Coriolanus’ een spiegel van onze tijd

’Wij zijn trots op onze ’Coriolanus’,” zegt Erik Snel (44). Vijf jaar geleden verrasten hij en zijn Utrechtse theatergroep Aluin met een even intelligente als speelse versie van ’Coriolanus’. Een niet vaak gespeelde Shakespeare over de arrogante vlegel van een Romeinse generaal die het plebs onverholen minacht, aldus diens gunst verkwanselt en daarmee de benodigde stemmen om tot consul verkozen te worden. Nu wordt de voorstelling hernomen om het vijftienjarig jubileum van de groep op te luisteren.

„Aluin heeft”, schreef deze krant, „onder leiding van regisseur-bewerker-vertaler Erik Snel een overrompelend evenwicht gevonden tussen Shakespeare’s en eigen taalgebruik, tussen thema van het stuk en persoonlijke visie, tussen statische opzet en levendige uitvoering.”

„Elke regisseur”, zegt Snel, „wordt op zeker moment verliefd op Shakespeare. Als je van muziek houdt, houd je van Shakespeare. Het is het ritme van de taal, de jambische versmaat. En natuurlijk hoe hij thema’s in een universeel en nog altijd herkenbaar kader weet te plaatsen. Ik zocht naar een taal, vergelijkbaar met die waarin vertaler Gerard Koolschijn de Grieken benadert. Heel concreet. Volgens Koolschijn beschouwden vroeger vertalers zichzelf als dichters, terwijl de taal in feite veel gewoner en directer is. En je moet kijken waar de humor zit. Veel zijlijntjes heb ik weggehaald, als te wijdlopig, en ook omdat we maar een kleine cast – zes mensen – hebben.”

„Met enkele quotes”, schreef Trouw, „is in een handomdraai duidelijk wie de hoofdpersonen zijn en is het publiek in de rol van het volk gemanipuleerd. Aluin kan het zich in die situatie zelfs veroorloven om alle politieke figuren aan ons voor te stellen, inclusief knipogen. „Kleurloos figuur, gesneuveld in de bewerking”, heet het van iemand. Met behulp van kleine aanpassingen, in kleding en optreden, is van begin tot eind elke figuur en daarmee elke manipulatie perfect te volgen. Zo krijg je zicht op het gehuichel en politieke gekonkel.”

„Als we een voorstelling gaan maken”, zegt Snel, „lezen we het stuk eerst een paar maal, maar we zijn vrij ongeduldig. Anders dan een groep als ’t Barre Land kunnen we niet weken achter elkaar aan tafel zitten. Twee dagen is al lang genoeg, dan willen we de vloer op. Dan kunnen de acteurs dingen uitproberen en de effecten uittesten. En ik kan beter van een acteur zien: O, hij denkt er dit bij. Om zijn interpretatie op waarde te kunnen schatten. We werken het liefst chronologisch, niet in deelrepetities, omdat de spelers zo, als ensemble, beter op elkaar betrokken blijven. Heel waardevol, juist voor de verbeelding, zijn de improvisaties, ook al wordt er gewoonlijk tachtig procent weer van weggegooid. Ik heb een ideaalbeeld van een voorstelling en binnen dat kader hebben de acteurs de vrijheid om het op scherp te zetten.”

Verwijzend naar de strijd tussen Coriolanus en Rome’s aartsvijand de Volsken, onder leiding van Aufidius, beschreef deze krant de betreffende scène: „Terwijl een zoeklicht de naar de zijkanten geschoven kledingrekken aftast, zie je steeds hoofden daarachter net iets te laat wegduiken en staan onder oorverdovend muzikaal geweld Coriolanus en Aufidius midden op de vloer met elkaar te bekvechten. Groots en helder in alle eenvoud.”

„Ik houd niet”, zegt Erik Snel, „van decors die kunstzinnigheid nastreven. Je prikkelt de verbeelding meer met eenvoud. Mits die een meerwaarde heeft. Als je een stuk hebt met veel personages, dan weet je dat er veel verkledingen zullen zijn. Dan kom je al gauw op het idee van een kledingrek als kinderspeelkist. Wat tempo en speelsheid van een voorstelling voedt. Maar ook al vaker is gebruikt. Als je dan vervolgens in een stuk als dit te maken krijgt met oorlog, met strijd, en dus met het probleem hoe die uit te beelden, dan red je het niet met een kledingrek. Tot de gedachte je in de kop schiet: nee, niet met één, maar wél met twee. Twee kledingrekken tegenover elkaar zijn vijanden.”

„Te midden van de charmante vleierijen van de heren-politici”, schreef Trouw, „die het volk in wezen al net zo minachten als Coriolanus, komt zijn vlerkerige dédain bot over. Zo wordt hij het prototype van de star die in ongenade valt omdat hij het spel niet meespeelt. Daarmee geeft ’Coriolanus’ en passant een scherp commentaar op de gelikte democratie die de onze is.”

„Met de impliciete vraag ’wat is eerlijkheid’ ”, stelt Erik Snel, „is het stuk echt een spiegel van onze tijd, van ons politieke klimaat. Je herkent er zo figuren in als een Van Aartsen die, geheel tegen de partijtraditie in, ineens het referendum gaan omarmen. Achteraf realiseer je temeer hoeveel het met de Fortuyn-periode te maken heeft. Het confronteerde me ook nog eens met mijn eigen ambivalentie tegenover referenda, de inspraak van het volk. Geledingen komen gaandeweg tegenover elkaar te staan: de volksvertegenwoordiger die z’n werk briljant doet en een extra stapje vooruit mag maken, en het volk dat wat te zeggen wil hebben. Het is meestal: het eigenbelang dienen door andermans belang te dienen. Al machiavellisme.”

Concludeerde Trouw in 2001: „Hun ’Coriolanus’ is lichtvoetig, maar komt hard aan, omdat ’ie van alles met nu en met ons te maken heeft.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden