Naschrift

Cora Dekker (1944-2019) gaf haar hart aan Afrika

Cora Dekker

Cora Dekker (1944-2019) bracht met een door haar zelf ontwikkelde sociotherapie vertrouwen en waardigheid terug in Afrikaanse conflictgebieden. Op haar 71ste promoveerde ze op die methode: een erkenning voor het meisje dat van school werd gehaald om thuis te poetsen.

Vrolijk en stralend keerde Cora Dekker eind april terug van haar bezoek aan Liberia. Daar werd ze als heldin onthaald en liefdevol omarmd door dorpelingen. Ze zag met eigen ogen hoe haar levenswerk van de grond was gekomen: sociotherapeuten die met succes groepsgesprekken voeren met dorpelingen die door oorlog en geweld elkaars vijanden waren geworden. De ‘Community Based Sociotherapy’ die Cora had geïntroduceerd na de genocide in Rwanda en de burgeroorlog in Oost-Congo bleek te werken – én is door internationale hulporganisaties omarmd als goede methode voor getraumatiseerde regio’s. Die erkenning betekende veel voor Cora.

Haar hele leven was ze namelijk bezig te bewijzen dat ze heus iets in haar mars had op intellectueel gebied. Als slimme, oudste dochter in het tuindersgezin uit Waarland met tien kinderen werd Cora door haar ouders op haar 14de van de huishoudschool gehaald. Poetsen, ramen lappen, elke week de meubels in de was zetten, dat werd haar bestaan. Die actie troebleerde de toch al niet al te beste relatie met haar moeder; het werd een moeizame moeder-dochterrelatie. Haar vader was druk met zijn tuindersbedrijf om het gezin te voorzien van brood op de plank. Eenzaam en miskend kweet Cora zich van haar taken, terwijl haar broers en zussen aan tafel hun huiswerk maakten en wel gedegen opleidingen volgden. Ze voelde zich vaak de mindere in het gezin en dat zorgde voor een levenslange onzekerheid. Cora werd op haar achttiende hulp in de huishouding, onder andere bij de familie Brenninkmeijer in ’t Gooi: een deftige familie met tafelzilver en dienstmeisjes.

Cora Dekker en haar zusje Nelleke op de kermis.

Op haar 24ste koos ze voor de opleiding tot kraamverzorgster, deed daarna de A-verpleging en ging vervolgens werken in de psychiatrie. Daar, in Alkmaar en Santpoort, begon, met de veranderende opvattingen over de psychiatrie, ook haar intellectuele leven. Ze raakte politiek actief, sloot zich aan bij de CPN en raakte thuis in het marxisme. Ze ontmoette er andersdenkenden die haar blik verruimden; de CPN werd haar nieuwe familie. Ze zette zich actief in, werkte hard en was rechtdoorzee. Toen ze werd gekozen als Statenlid voor Noord-Holland nam ze ontslag bij het Santpoort Ziekenhuis.

Niet geschikt voor de liefde

De CPN onderhield in die tijd nauw contact met het Komitee Zuidelijk Afrika (KZA), onderdeel van de anti-apartheidsbeweging. Cora, die zoals ze zelf weleens zei niet geschikt was voor langdurige liefdes­relaties, was teleurgesteld in het feit dat ze geen man en geen kinderen had. Ze was toe aan een andere invulling van haar leven, dus toen het KZA haar verzocht om voor gevluchte ANC-strijders in Zimbabwe een veilig heenkomen te regelen, was ze daar meteen voor in.

Cora Dekker en haar petekind Phoebe uit Zimbabwe.

Net voor ze zou vertrekken werd Nelson Mandela echter vrijgelaten en was haar inzet niet meer nodig. Toch vertrok Cora naar Zimbabwe en ging er als sociaal verpleegkundige in een kleine kliniek in Sint Peters Mandeya Mission werken. In die vier jaar deed ze alles wat voorhanden kwam. Ze zette inentingsprogramma’s voor kinderen op, bezocht psychiatrische patiënten in de hutten en gaf lessen in familieplanning. Ook zat ze de plaatselijke priester vaak op de huid: er moest meer geld en betere zorg komen voor de dorpelingen. En als hij de ziekenhuisauto wilde lenen, weigerde ze pertinent: die was bedoeld voor zieken. Altijd rechtvaardig en recht voor zijn raap kwam ze op voor de belangen van de gemeenschap.

Een van haar patiëntjes was de sterk ondervoede peuter Phoebe, die er dankzij Cora’s toewijding bovenop kwam. Haar ouders konden niet meer voor haar zorgen en Phoebe bleef bij een gezin in Sint Peters Mandeya wonen, maar ze bleef Cora opzoeken in de kliniek en ook thuis. Phoebe noemde haar weleens mama, maar dat wilde Cora niet. “Je hebt al een moeder, ik ben gewoon Cora”, zei ze dan.

Tussen die twee ontstond een hechte relatie, die tot aan het einde van Cora’s leven voortduurde. Ze ondersteunde het meisje met veel aandacht en betaalde al haar opleidingen. Ze betekenden veel voor elkaar, appten en belden vaak. Afgelopen december vierden ze samen Kerst in Nederland en vertelde Phoebe – nu bezig met haar master aan de universiteit – hoe Cora haar altijd fysiek, emotioneel en ­financieel gestimuleerd had, zodat ze nu een leven heeft dat haar biologische moeder haar nooit had kunnen geven.

Eenmaal terug in Nederland ging Cora begin jaren negentig aan de slag bij de Stichting Centrum ’45, waar ze getraumatiseerde asielzoekers behandelde. Ze verdiepte zich in het sociotherapiewerk van de Britse therapeut Maxwell Jones en kwam bij de Hogeschool Leiden terecht als docente waar ze de module community based sociotherapy ontwikkelde. Maar Afrika bleef trekken en rond 2004 vatte ze het plan op om naar Rwanda te gaan, zo’n tien jaar na de genocide. Eerst wilde ze alles verkennen en daarna zette ze de sociotherapie op.

Samen verder

Ze bracht mannen en vrouwen, dorpshoofden en arbeiders – in oorlogstijden elkaars vijanden – wekelijks met elkaar in gesprek. Vertrouwen herwinnen, hen laten inzien dat ze samen verder moesten, zag ze als haar taak. Via het oppakken van dagelijkse bezigheden, gesprekken en spelletjes werkte ze aan herstel van waardigheid, veiligheid en vertrouwen. Cora was plaatsvervangend trots als ze zag dat daders en slachtoffers zich herpakten en hun leven weer opbouwden.

Cora Dekker aan de slag met haar sociotherapie in Afrika.

Cora won de bewoners voor zich vanwege haar oordeelvrije manier van werken. Ze bracht hoop waar die niet was en stelde eindeloos vragen op een manier die mensen uitdaagt zelf op zoek te gaan naar antwoorden. Ze bracht heling terug in die verwonde gemeenschappen. Dat lukte doordat ze zich verdiepte in de hele context. Ze keek niet naar verschillen, maar naar verwantschap. Via haar train de trainer-concept breidde haar aanpak zich als een olievlek uit over de gebieden waar oorlog en tirannie hadden geheerst, zoals Oost-Congo en Liberia. Ze gaf hiermee haar hart aan de wereld. “Afrika is mijn huwelijk”, zei ze dan.

Cora reisde vaak samen met collega’s, die als vanzelf bevriend raakten met haar. Tijdens die lange, donkere Afrikaanse avonden vertrouwde Cora haar medereizigers veel toe. Openhartig vertelde ze over vroeger, over haar gezin van herkomst, de CPN-tijd, over vriendschappen die moeizamer werden en over relaties die onherstelbaar beschadigd leken. Daar zat veel pijn. Zelf kon ze minder goed aandachtig luisteren, ze zat liever op de praatstoel. Dat was geen gebrek aan interesse, maar het moest wel ergens over gaan, ze hield van gesprekken op niveau. Over koetjes en kalfjes praten deed ze niet gemakkelijk. Ze kon ook behoorlijk drammerig zijn, en koppig. Zeker als ze vond dat ze gelijk had. Hoewel het communisme al lang ten grave was gedragen, bleef Cora overtuigd communist; in discussies over grootverdieners trok ze immer fel van leer.

Doorspitten

Omdat haar sociotherapie-aanpak nog niet officieel stond beschreven, kwam de vraag om er daadwerkelijk een methode – gestaafd met wetenschappelijk onderzoek – van te maken. Cora had aanvankelijk schroom vanwege haar immer aanwezige onzekerheid, maar pakte de handschoen toch op. Maar onderzoek doen? Hoe pakte ze dat aan? Tot haar vrienden en collega’s haar wezen op het immense archief vol aantekeningen van al het veldwerk dat ze de afgelopen decennia had gedaan. Het was puur een kwestie van alles nog eens flink doorspitten en met elkaar in verband brengen.

Het werd een jarenlange exercitie, voor Cora een oefening in het verdragen van afhankelijkheid – niet haar sterkste kant. Het lastigste vond ze het lange wachten op commentaar tijdens de vele revisierondes. Liever was ze onafhankelijk en autonoom. Ze gaf het bijna op, maar zette toch door. En zo werd het meisje dat van school werd gehaald om thuis te poetsen op haar 71ste doctor aan de VU in Amsterdam. Die promotie betekende erkenning, een overwinning op haarzelf. Ze had haar eigen lot in handen genomen en dit was het resultaat.

Na de promotie schreef ze nog een jaar aan het ‘Handbook Training in Community-based Sociotherapy’, een praktisch werkboek. Toen ook dat af was, had ze ineens zeeën van tijd. “Wat moet ik nu nog?”, vroeg ze vriendinnen. Maar ze wist wel dat ze zich niet zou vervelen. Haar woonkamer in een Amsterdamse woongemeenschap stond vol met boeken, ze mocht graag borduren, de opera bezoeken en kon prachtig schilderen. Ze boekte nog een ticket naar Congo voor komend najaar, maar kort na terugkomst uit Liberia stierf Cora onverwacht.

Cora Dekker werd geboren op 29 november 1944 in Waarland en overleed op 4 mei 2019 in Amsterdam.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl. Lees meer naschriften op trouw.nl/naschrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden