Controversieel en nergens thuis

Met Astrid Roemer krijgt ook de Surinaamse literatuur erkenning

Toen Astrid Roemer (Paramaribo, 1947) maandag gebeld werd dat ze de winnares was van de P.C. Hooftprijs voor letterkunde, liet ze het bestuur weten bereid te zijn zich in mei volgend jaar te laten huldigen als laureaat in het genre verhalend proza. In haar geval is dat niet vanzelfsprekend. Roemer was altijd een controversiële en provocerende persoonlijkheid. Toen ze bij de Haagse gemeenteraadsverkiezingen in 1989 als kandidaat van GroenLinks met voorkeursstemmen was gekozen, kwam ze vanwege conflicten in de fractie al gauw niet meer bij vergaderingen opdagen.

Dus vroeg men zich af of ze de prijs überhaupt wel in ontvangst zou willen nemen. Maar ze toonde zich oprecht blij. "Zo'n prijs is een acceptatie van wat ik doe en ben. Het is troostend."

Ze droeg de prijs dan ook op aan Nederlandstalige collega-auteurs uit het Caribische gebied met wie ze zich verwant voelt, auteurs 'die het zeer moeilijk hadden of hebben, zoals Bea Vianen, Edgar Cairo, Anil Ramdas en Frank Martinus Arion'. Met die woorden geeft ze zelf al aan dat het hier om meer gaat dan een individuele bekroning. In Astrid Roemer krijgt de Surinaamse literatuur uiteindelijk erkenning.

Even moeizaam en gecompliceerd als de banden tussen Nederland en Suriname is de haat-liefdeverhouding die Roemer onderhoudt met haar land van herkomst en het land waar ze sinds 1966 als vrijwillige balling woont. Dat ze niet goed weet waar ze nu eigenlijk thuishoort, blijkt uit haar regelmatige verhuizingen. Begin jaren zeventig keerde ze naar Suriname terug, maar toen ze weigerde om als onderwijzeres sinterklaas te vieren in aanwezigheid van Zwarte Piet en om die reden werd ontslagen, vestigde ze zich opnieuw in Nederland. Ook aan het begin van deze eeuw woonde ze een paar jaar in haar geboorteland.

In haar werk, dat naast verhalend proza ook poëzie en werk voor het toneel omvat, klinkt de stem van een vrouw die zich fysiek en mentaal ontworteld weet. Vanuit die buitenstaanderspositie gaat ze de confrontatie aan met de Surinaamse geschiedenis en de rol die Nederland daarin speelt. Haar romans getuigen één voor één van een uitgesproken politiek engagement, vanaf haar debuut 'Neem mij terug Suriname' (1974) - naderhand herschreven als 'Nergens ergens' (1983) - tot het drieluik 'Gewaagd leven' (1996), 'Lijken op liefde' (1997) en 'Was getekend' (1998).

De genoemde trilogie speelt zich af tegen de achtergrond van het Suriname van na de onafhankelijkheid en staat in het teken van de 'bloeddoortrokken verwantschap' tussen Nederland en zijn voormalige kolonie. Maar er wordt ook keiharde kritiek geleverd op Surinaamse toestanden en wantoestandenen op de militaire dictatuur van legerleider Bouterse, nog altijd geen vriend van Roemer. Naast de politieke betrokkenheid is er een sterke aandacht voor de kwestie van de vrouwelijke identiteit. In het gefragmenteerde 'Over de gekte van een vrouw' (1982) gaat Roemer de strijd aan met machismo en racisme.

De laatste paar jaar was de schrijfster spoorloos. Het was documentairemaakster Cindy Kerseborn die Astrid Roemer letterlijk herontdekt heeft. Een zoektocht die onder meer langs het Schotse Isle of Skye voerde, eindigde in een Gents klooster.

Sindsdien heeft Kerseborn een aantal activiteiten rond Roemer georganiseerd en een gefilmd portret geproduceerd dat op 7 december zijn première beleefde. Ter gelegenheid daarvan stuurde de schrijfster een sms-boodschap aan de aanwezigen om 'vooral heel lief te zijn voor elkaar'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden