Interview

Controleer wat vaker je eigen oliepeil

Beeld ANP

Tientallen jaren gezond leven kan de mens winnen. Als hij het boekje van zijn motoronderhoud maar zelf bijhoudt.

U kunt ook de trap nemen, zegt Andrea Maier als ze uitlegt waar ze te vinden is. Het grootste deel van het jaar zetelt de hoogleraar veroudering op de Universiteit van Melbourne, maar deze dagen is ze even terug bij haar andere werkgever, de Vrije Universiteit. Ze heeft er een kamertje op de medische faculteit, op de zesde verdieping.

Natuurlijk wordt het de trap. Na lezing van haar jongste boek, ‘Eeuwig houdbaar’, is de lift geen optie meer. In de publiciteit over dat boek ging het vooral om haar voorspelling dat de levensverwachting nog flink zal stijgen. Dat mensen die halverwege deze eeuw worden geboren, gemiddeld 110 jaar zullen worden. En een enkeling zelfs 140.

Daar is ze van overtuigd, maar het is niet de hoofdboodschap uit haar boek. “Het gaat mij er niet om of het 100 is of 110. Als het 80 is, vind ik het ook prima. Als het dan maar minstens 79 jaar in goede gezondheid is. Daar kunnen we zelf wat aan doen. Als we ons lichaam goed onderhouden, valt er veel levenswinst te behalen. Nu verwaarlozen we onze gezondheid, en als het mis gaat mag de dokter ons weer oplappen.”

Niettemin, een levensverwachting van 110 jaar lijkt heel optimistisch. Waar baseert u dat op?

“Allereerst: op een jarenlange trend. De laatste vijftig jaar groeit de levensverwachting gestaag. Ieder decennium krijgen we er twee jaar bij. In 2013 meldde het CBS dat de helft van de meisjes die in dat jaar werden geboren, de honderd zou halen. En een derde van de jongens. Als die trend doorzet, en we hebben geen aanwijzingen dat dat niet zou gebeuren, is in 2050 de levensverwachting voor een pasgeborene 110. En zullen er ook mensen zijn die daar flink bovenuit komen.”

We worden gemiddeld wel ouder, maar is dat niet omdat de sterfte op jongere leeftijd afneemt? Daar lijkt de rek langzaam uit. Een Amerikaanse studie liet een paar jaar geleden zien dat als we de sterfte aan alle ziektes - kanker, hartfalen - zouden halveren, we er hooguit twee jaar bij zouden krijgen. Het lichaam lijkt op een gegeven moment op.

“Dat is wel heel conservatief gedacht. Alsof u geen technologische revoluties verwacht. Maar het is ook heel erg in de huidige medische praktijk gedacht. Het is waar, we hebben de sterfte verminderd dankzij medische ingrepen. Een halve eeuw geleden overleden met name veel mannen tussen de vijftig en zestig aan een hartinfarct. Die mensen houden we nu merendeels in leven.

“Het gevolg is wel dat die hartpatiënt op zijn zestigste suiker krijgt. Ook daar ging je vroeger aan dood, maar nu niet meer. En zo stapelen we ziektes op. Het eindresultaat is dat we nu tachtigjarigen hebben met zes ziektes die dagelijks twintig pillen slikken. Begrijp me goed, het is mooi dat die mensen er nog zijn en we mogen trots zijn op de geneeskunde die dit heeft bereikt. Maar tegelijk voelt iedereen wel aan: dit is niet goed. Deze kant moeten we niet op.”

Op termijn moeten we afstappen van deze reactieve geneeskunde, zoals Maier het noemt. En ons meer richten op preventie. Natuurlijk, een ziekte moet, als het kan, worden genezen. Maar we zijn veel beter af als we de ziekte proberen te voorkomen.

In haar boek en ook in het gesprek maakt ze vaak de vergelijking met een auto. Je kunt geluk hebben en als een Rolls-Royce ter wereld komen. Of je hebt de pech dat je een roestbak bent. Dan kun je nog zo je best doen, maar dan is je geen lang leven beschoren.

“Op andere zaken heb je wel grip. De een gebruikt zijn auto gewoon tot ie op is. Een ander is er zuinig op; rijdt niet roekeloos, poetst hem regelmatig en houdt het oliepeil bij. Weet u wat het gekke is? Bij elke auto hoort een boekje waarin wordt bijgehouden wanneer de olie moet worden ververst, wanneer het tijd is voor een bandenwissel of een grote onderhoudsbeurt. Dat boekje ligt in de auto, niet in de garage.

“Van ons lichaam wordt ook zo’n boekje bijgehouden. Wat is, door de jaren heen, het gewicht, de bloeddruk, het cholesterol? Belangrijke informatie die niet alleen aangeeft hoe we er nu voorstaan, maar ook wat de kans is om over tien jaar nog gezond te zijn. Maar dat boekje dragen we niet bij ons. Dat ligt bij de dokter. Meestal zelfs bij meerdere artsen. Als we dat boekje bij ons zouden dragen, zouden we beter beseffen waar de winst te behalen valt.”

Hoeveel winst is er dan te halen? Ligt een groot deel niet al vast in de genen?

“Dat is waar. 30 procent van de levensverwachting is genetisch bepaald. Als je met de goede genen wordt geboren, kan dat wel zes jaar schelen.”

Dat ligt dus al vast bij je geboorte en kun je dus niets aan doen?

“Nee, jij kunt er niets meer aan doen. Maar je ouders hadden dat wel gekund. Niet alleen in hun partnerkeuze, maar bijvoorbeeld ook in het moment van de bevruchting: om allerlei begrijpelijke redenen is dat niet het moment waarop beide ouders in topconditie zijn. Maar ook daarna bepaalde hun gedrag hoe jij ter wereld kwam. Overgewicht, roken, ongezonde voeding. Het heeft allemaal invloed op de epigenetica, op de wijze waarop onze genen in werking worden gezet.

Het grootste gezondheidsvoordeel lijkt toch te halen uit goede voeding, veel beweging, gezond gedrag. Hoeveel jaren?

 “De leefstijl draagt tien tot vijftien jaar bij. Dat weten we bijvoorbeeld van de zogeheten blue zones, gebieden in de wereld waar de mensen opmerkelijk veel ouder worden. Sardinië of het Japanse Okinawa. Het zijn vaak eilanden, vandaar blue zones, maar het betreft ook dorpjes in Californië of mijn eigen Australië.

“Ze hebben gemeen dat de bewoners een gezond dieet volgen, veel vis en verse groente, lichamelijk actief zijn en dat er een sterke sociale cohesie is. Iedereen is betrokken, iedereen let op elkaar. De gemiddelde levensverwachting is er hoog, opmerkelijk veel mensen halen de negentig of zelfs de honderd.”

Die jaren zouden wij dus ook kunnen pakken.

“Op de ranglijst van landen met langstlevenden neemt Nederland een onbeduidende dertigste plaats in. Wij leiden een haastig bestaan, zijn kampioen zitten en eten alles wat we voor onze neus krijgen. Dus ja, op dat terrein is nog veel winst te boeken.

“De vraag is dan of we dat ook willen en kunnen opbrengen. En waar we naar moeten streven. Kijk bijvoorbeeld naar overgewicht. Veel mensen zijn te dik, hebben een Body Mass Index boven de dertig.

“Een BMI van 20 à 25 geldt als normaal, als gezond. Maar eigenlijk is een BMI van 17 of 18 echt gezond. Wij zijn de laatste decennia opgeschoven en 22 normaal gaan vinden.”

Moet dan iedereen bij het afvallen streven naar een BMI van 18? Dat is wel erg rigide.

“Ik beweer alleen dat daar winst te halen is. Dat bleek laatst nog bij het onderzoek aan resusapen die jarenlang op een hongerdieet waren gezet. Calorische restrictie, zoals het officieel heet, geeft extra levensjaren, en vooral: extra gezonde levensjaren. We hebben geen reden aan te nemen waarom het voor de mens niet zou gelden.

“Zoiets geldt ook voor beweging. Het advies luidt om vijf keer in de week minimaal een half uur te sporten, of op zijn minst stevig te wandelen of te fietsen. Of dat het optimum is, weten we niet.

“Duidelijk is dat we met ons huidige beweegpatroon ver van dat optimum zijn afgedreven. We zijn lui geworden, iedereen heeft een excuus om niet naar de sportschool te gaan. Te duur, te weinig tijd. Onzin, je kunt op elk moment van de dag bewegen.”

Zes jaar winst in de genen, vijftien jaar in het gedrag. Daar word je nog geen 120 mee.

“We hebben het nog niet over technologische vooruitgang gehad. Als ik even dat beeld van die auto mag vasthouden: u vergelijkt telkens de Rolls-Royce met een of andere roestbak. Maar, net als de auto-industrie, boekt de geneeskunde vooruitgang. Wie zegt mij dat wij die omstandigheden niet ooit zo kunnen beïnvloeden dat we een Tesla produceren?

“En dan is er nog mijn eigen vakgebied, het verouderingsonderzoek. We onderscheiden nu negen mechanismen die veroudering op celniveau veroorzaken. We begrijpen die ook en daarom verwacht ik dat we medicijnen zullen ontwikkelen die de veroudering tegengaan.”

Daar hebben wij niets meer aan. Wij zullen zelf aan de slag moeten.

“Ik wil niet tornen aan de keuzevrijheid van het individu, maar ik zou graag zien dat iedereen een weloverwogen keuze maakt. Houdt u uw lichaam in conditie, of kiest u voor een lui leven en dus voor een oude dag in een rolstoel? Ik zou het wel weten.

“Luister, ik ben een arts, maar ik zou willen dat u keuzes maakt waardoor ik u niet op mijn spreekuur hoef te zien.”

Andrea Britta Maier werd op 19 april 1978 geboren in het Duitse Aurich (Nedersaksen). Ze studeerde geneeskunde in Leiden en is nu hoogleraar veroudering aan de Vrije Universiteit en aan de Universiteit van Melbourne. Afgelopen augustus was zij te gast in het tv-programma ‘Zomergasten’.

Andrea Maier: Eeuwig houdbaar. Prometheus, 224 blz. €19,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden