Controle tot op de laatste byte

Internet | De Chinese regering ontdekt allerlei mogelijkheden om via internet haar eigen positie te versterken. Vandaag begint een driedaagse conferentie waarop de regering toelicht hoe China een ware 'cybergrootmacht' zal worden.

Voor de Chinese regering was internet een ramp in wording. Het autoritaire regime was gewend zelf alle informatie te controleren voor die de wereld in werd gestuurd. Hoe moest ze haar autoriteit handhaven nu internetgebruikers met eigen ogen beelden zagen van machtsmisbruik en corruptie? Op Weibo, een sociaal platform vergelijkbaar met Twitter, volgde schandaal op schandaal. Burgers grepen de mogelijkheid met beide handen aan om via de sociale media hun mening breed te verspreiden.

Maar sinds president Xi Jinping in 2013 aantrad, heeft China internet onder controle gekregen en ziet het nu zelfs allerlei aantrekkelijke mogelijkheden in het medium. Vandaag, morgen en vrijdag wordt het Chinese antwoord op 'het wereldwijde web' gepresenteerd tijdens een groot evenement. In het pittoreske Wuzhen, een historisch stadje op een uur afstand van Shanghai, vindt voor de derde keer een World Internet Conference plaats. De conferentie is deel van een strategie om China een 'cybergrootmacht' te laten worden, aldus president Xi, die de conferentie vandaag opent met een video-toespraak.

Westerse bedrijven en experts schuiven graag in Wuzhen aan om te leren over de Chinese spelregels. Politieke vertegenwoordigers zijn voorzichtiger. Vorig jaar was de Russische premier Medvedev eregast. Dit jaar kondigt het programma 'zes internationale politieke gasten' aan, onder wie de voormalig Franse premier Dominique de Villepin en de vicepremiers van Cambodia en de Polynesische eilandengroep Tonga.

Voor president Xi is internetmanagement een topprioriteit. De in 2014 opgerichte Cyberspace Administration of China is inmiddels een van de machtigste overheidsorganen. Het resultaat is internet met nationale grenzen. Online kunnen China's 700 miljoen internetgebruikers veel wel, maar ook veel niet. Orde gaat er voor vrijheid. Steeds betere technologie voor censuur en surveillance maken dat gebruikers zich altijd bekeken kunnen weten. De afgenomen vrijheid van meningsuiting op internet gaat samen met een booming interneteconomie, waarin entertainment en dienstverlening centraal staan.

Wat wil China met zijn internetbeleid?

De Chinese regering wil internet dat haar bestuur versterkt. Het besef dat internet daar mogelijkheden voor biedt, is een belangrijke motor achter het huidige beleid, zegt ook Rogier Creemers, expert op het gebied van Chinees internet- en mediarecht aan de Universiteit Leiden: "Waar eerst angst was voor het internet zegt men nu: Wacht eens even, we kunnen hier wel wat mee. Maar we moeten het goed doen."

De uitgangspunten voor 'goed' internet komen voort uit China's politieke ideologie. Maatschappelijke orde is een kernbegrip, ook online. Internetbestuurder Lu Wei, tot voor kort het hoofd van de CAC en Xi's belangrijkste partner op internetbeleid, verwoordde dit idee zo: "Het internet is als een auto", zei hij tijdens een Davos-top in 2014. "Hoe snel de auto ook is, als hij geen remmen heeft kun je je voorstellen hoe een rit op de snelweg zal eindigen. Alle auto's hebben remmen nodig."

Ook autonomie is belangrijk. Zeker na het uitbreken van 'revoluties' in Egypte en Oekraïne, werd de Chinese regering onrustig van het idee dat het zo afhankelijk is van westerse technologie. Dus gaat het over 'internetsoevereiniteit', het idee dat individuele landen hun eigen manier moeten ontwikkelen om internet te managen afhankelijk van hun eigen belangen. Een internetveiligheidswet, die China vorige week aannam, verankert deze waarden. Zo verplicht de nieuwe wet bedrijven hun data op servers binnen China te bewaren.

Betrouwbare partners vond de regering in lokale internetbedrijven. Creemers spreekt van een "strategische symbiose" tussen de overheid en de Chinese internetindustrie, zoals zoekmachine Baidu, webwinkel Alibaba en sociale-mediareuzen Tencent en Sina. Subsidies en regels die buitenlandse concurrentie buitenhielden gaven die bedrijven een exclusieve kans om China's internetmarkt te ontwikkelen. In ruil daarvoor helpen ze de overheid met censureren en online anonimiteit uit te bannen. In een recente toespraak noemt de CEO van Alibaba Ma Yun het niet meer dan logisch dat bedrijven de overheid bijstaan op het gebied van data-uitwisseling.

Groot ingezet wordt er op 'big data'. Vergeleken met het Westen begon China laat met het ontwikkelen van een data-industrie, maar de ambities zijn groot. Opgewekt hebben Chinese leiders het over de toepassingen van big data op "politiek, economisch, cultureel, maatschappelijk en militair gebied". Vaak gaat het daarbij om praktische toepassingen vergelijkbaar met die bij ons: het inzetten van data om de verspreiding van ziektes te monitoren, om het weer - of de smog - te voorspellen, om vervoer te stroomlijnen.

In het Chinese systeem zijn meer politieke toepassingen echter ook denkbaar. Zo trekt een voorstel van de regering om onlinedata in te zetten voor het beoordelen van de betrouwbaarheid van burgers veel aandacht wereldwijd. De 'sociale kredietscore' zou kunnen worden gebruikt om iemand te beoordelen op bijvoorbeeld geschiktheid voor hypotheek of uitkering, maar zou ook de vrijheid van meningsuiting verder kunnen inperken. Verschillende Chinese bedrijven experimenteren al met het beoordelen van gebruikers, bijvoorbeeld op basis van hun consumptie- of reisgedrag. Hoe ver de overheid hierin zal gaan is nog onduidelijk.

Hoe vrij is internet nog?

Lang voor president Xi's aantreden in 2013 greep de Chinese regering al in als ze vond dat het online uit de hand liep. Er werd geëexperimenteerd met filters, steeds meer buitenlandse websites werden geblokkeerd, en waar nodig werd drastisch ingegrepen. Zo werd in 2009 internet in de noordwestelijke provincie Xinjiang maanden afgesloten na protesten daar. Maar de gewone burger had online veel vrijheid. Op zijn hoogst werd er eens een bericht verwijderd.

Nu is dat anders. Regels en wetten bakenen verboden terrein af - denk aan een verbod op het verspreiden van 'geruchten' dat leidde tot duizenden arrestaties. Ook de verplaatsing van het merendeel van publieke discussis van Weibo naar WeChat hielp mee. WeChat is nu China's meestgebruikte sociale mediaplatform. Het is erg gebruiksvriendelijk, maar informatie verspreidt er relatief langzaam. Zo kunnen gebruikers alleen berichten en opmerkingen van hun 'vrienden' zien. Opinieleiders met miljoenen volgers, zoals die op Weibo bestonden, kunnen er niet ontstaan. Creemers: "Geen enkele regering had WeChat kunnen uitvinden. Daar heb je een bedrijf voor nodig. Maar het is wel fantastisch voor de staat."

Ook China's propagandamachine ging digitaal. Met de opkomst van internet hadden China's staatsmedia aan invloed verloren: mensen kregen hun informatie van online blogs in plaats van de overheid. Daarom moest die de "strijd om de publieke opinie" online aangaan, aldus president Xi. Staatsmedia als het Volksdagblad, bekend om hun droog politiek jargon, nemen hoogopgeleide jongeren aan om hun online platforms te beheren. Daarop verschijnen video's van 'schattige ome Xi', maar zie je ook berichten over modeshows en kookwedstrijden.

"De online staatsmedia krijgen relatief veel vrijheid. Hun voornaamste taak was het aantrekken van gewone mensen. Net als elders doen ze dat met verleidelijke koppen en luchtige artikelen", aldus Chinese ex-journalist en internetonderzoeker aan de Universiteit van Pennsylvania Fang Kecheng. Hij ziet dat China's staatsmedia enorm succesvol zijn in het herwinnen van hun dominante positie: "Op dit moment zijn de online accounts van de staatsmedia het meest invloedrijk."

De staatsmedia spelen ook een belangrijke rol binnen een groeiende industrie van onderzoek naar de publieke opinie. De overheid wil weten wat mensen online bespreken. Vroeger kreeg de overheid deze ongecensureerde informatie doorgespeeld van journalisten bij de staatsmedia. Nu hebben zij een enorme berg aan data om door te spitten op wat er leeft in de maatschappij.

Intranet in plaats van internet: wat vindt de Chinese bevolking?

Vanuit de Chinese overheid gezien wordt internet een steeds ordelijkere plek. De publieke opinie wordt weer gekenmerkt door "positieve energie", zoals Xi het graag noemt, in plaats van almaar te focussen op China's problemen.

Voor internetgebruikers zijn de veranderingen complex. Veel van hen steunen de overheid in het aanpakken van online-oplichters, een flink probleem in China. Maar ze zien ook de relatieve vrijheid van meningsuiting, die internet zo speciaal maakte, weer afnemen. Met Google geblokkeerd is het moeilijk om aan buitenlandse informatie te komen. Academici en bedrijven klagen daarover, maar voor veel burgers zijn de restricties niet echt een probleem. "Ik gebruik internet vooral om met vrienden en klanten te praten en televisieseries te kijken", aldus 28-jarige ondernemer Fang Yuan. Nieuws leest hij maar weinig. "Geen tijd voor."

Slechts een klein deel van de bevolking gebruikt software om de censuur te ontwijken. Data zijn er nauwelijks, maar buitenlandse onderzoekers schatten dat het om enkele procenten van de bevolking gaat. De 31-jarige filmmaker Cheng springt wel regelmatig de muur over. "Af en toe wil ik wel eens nieuws over China lezen dat hier niet in de media komt. Het is toch je land."

De laatste jaren wordt het moeilijker. "Het is veel gedoe en de verbinding is langzaam." Dat niet iedereen het 'intranet', zoals het soms spottend genoemd wordt, wil verlaten snapt hij wel. "Hoeveel mensen willen verhuizen naar een stad waar ze de taal niet spreken, ook als sommige dingen daar beter zijn? En wat heb je op Facebook te zoeken als je vrienden er niet zitten?"

Onder vrienden heeft Cheng de interesse voor kritische discussie online sterk zien afnemen. In de vroege jaren van internet vonden zij het leuk om de censuur te ontwijken, bijvoorbeeld door extra spaties tussen politiek gevoelige woorden te plaatsen. "Maar toen de technologische drempel omhoog ging, steeg de politieke drempel mee. Iets posten dat toch verwijderd wordt, daar is niets aan. Dus begin je er niet over."

Nog altijd wordt de censuur creatief ontweken. Foto's van artikelen over gearresteerde mensenrechtenadvocaten of de Dalai Lama worden minder snel verwijderd, omdat de tekst niet automatisch wordt gefilterd. Vertalers van artikelen uit buitenlandse media onderhouden vaak meerdere WeChat-accounts tegelijk, zodat ze hun lezers niet kwijt zijn als er een wordt gesloten. Maar deze informatie bereikt niet langer het grote publiek. Dat maakt de politieke invloed marginaal. Met een kleine minderheid van critici heeft de Chinese overheid altijd te maken gehad.

Sluitend is het systeem niet, maar de Chinese leiders hebben het westerse internet succesvol aangepast aan het eigen politieke systeem. Tegelijk neemt in het Westen het optimisme over internet af. Zorgen over privacy, polariserende maatschappijen en terroristen op sociale media nemen toe.

Tijdens zijn campagne zei aanstaand Amerikaans president Donald Trump zich ernstig zorgen te maken over "de cyber". In China zijn die zorgen voor nu voorbij. In Wuzhen wordt de rest van de wereld deze week uitgenodigd om te leren van wat China inmiddels heeft bereikt.

Modellen in Peking in de weer met hun smartphone. Steeds betere technologie maakt dat gebruikers zich altijd bekeken kunnen weten.

Het Chinese voorstel om onlinedata in te zetten voor het beoordelen van de betrouwbaarheid van burgers trekt wereldwijd veel aandacht

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden