Containers met gevaarlijke stoffen makkelijker op te sporen

AMSTERDAM (Seapress) - De Internationale maritieme organisatie (IMO), de VNorganisatie die zich bezighoudt met scheepvaart en veiligheid, overlegt deze week opnieuw over een voorstel van de internationale milieuorganisatie Friends of the Earth, om zenders aan te brengen op containers die zijn geladen met gevaarlijke stoffen.

Daarmee kunnen overboord geslagen containers en vaten sneller en gemakkelijker worden opgespoord. De milieu-organisatie heeft dit onderwerp sinds 1984 al meerdere malen binnen de IMO aangekaart, tot nu toe zonder resultaat. Friends of the Earth denkt nu op meer steun voor het voorstel te kunnen rekenen.

De directe aanleiding voor het indienen van het voorstel in 1984 was een tweetal incidenten in dat jaar waarbij gevaarlijke stoffen in zee terechtkwamen. In januari 1984 sloegen tijdens een zware storm ergens tussen Groot-Brittannie en Denemarken van het vrachtschip 'Dana Optima' 39 containers en trailers overboord.

Pas vier dagen later gaf de kapitein aan de kustwacht door dat het hier ging om containers geladen met 80 vaten van het in Denemarken verboden grondontsmettingsmiddel Dinoseb, een zeer giftige stof die langdurig effect kan hebben op het milieu en de volksgezondheid.

De Deense kustwacht begon onmiddellijk een grote zoekactie naar de vermiste vaten. Omdat geen goede informatie over de koers van de Dana Optima voorhanden was, leverde het zoeken en bergen van de vaten grote problemen op. Het duurde tweeeneenhalve maand voordat het eerste vat werd opgevist, niet door de kustwacht maar door een Nederlandse visser, die het vat aantrof in zijn netten. Een deel van de vaten werd niet meer teruggevonden.

Enkele maanden later verging de OK Menga voor de kust van Papoea Nieuw Guinea. Daarbij raakten 2700 vaten met sodium cyanide, een giftige substantie, zoek. Slechts 100 vaten werden later gevonden.

Vergeleken met de totale hoeveelheid goederen die over zee worden vervoerd, gaat het bij het vervoer van gevaarlijke stoffen maar om kleine aantallen. Maar de gevolgen van een eventueel ongeluk of het overboord slaan van een container bij slecht weer kunnen groot zijn. Sommige stoffen zijn zo giftig dat ze gevaar opleveren voor het zeemilieu. Ook bestaat het gevaar dat vermiste, lekkende containers aanspoelen op het land met grote gevolgen voor de volksgezondheid. Tientallen incidenten hebben aangetoond dat de opsporing en berging van deze stoffen een zeer langdurige en kostbare aangelegenheid is.

"Friends of the Earth International (FOEI) was in 1984 de enige die met het idee van zenders op containers kwam" , zegt Gerard Peet die namens Foei waarnemer is binnen de IMO. "We wisten dat het kon omdat er ook in de luchtvaart met dit soort zenders wordt gewerkt. Daar zijn ze aangebracht op de zogenaamde ,black box'. Wanneer een vliegtuig in zee stort, kan de vluchtrecorder met behulp van de zenders vrij eenvoudig worden opgespoord. Naar ons idee moest zoiets ook mogelijk zijn met containers die over boord slaan."

In 1984 werd het voorstel van Friends of the Earth door de Britse delegatie binnen de IMO als onhaalbaar van tafel geveegd. De milieuorganisatie liet het er niet bij zitten. Gerard Peet ging op zoek naar informatie om te bewijzen dat het plan wel degelijk uitvoerbaar was. Hij kwam erachter dat in verschillende landen en door diverse bedrijven al werd gewerkt aan een systeem om containers op zee en op land te volgen.

"De meeste systemen werken volgens hetzelfde principe" , legt Peet uit. "Op de containers wordt zowel een radiobaken, dat is een zendertje, als een akoestisch baken aangebracht. Met behulp van het radiobaken kan de container per satelliet worden gevolgd tijdens een reis over zee. Wanneer de container overboord slaat, raakt de satelliet het contact met het radiobaken kwijt. Je weet dan precies de plek waar de container is verdwenen. Op dat moment neemt het akoestische baken het over. Dat gaat een signaal uitzenden wanneer het in contact komt met zeewater. Omdat de plek waar de container is verdwenen bekend is, kan dan gericht worden gezocht naar de verloren lading, met speciale apparatuur die het akoestisch signaal kan opvangen. Dat scheelt kostbare tijd en geld. Ook wordt de kans dat containers niet meer teruggevonden aanzienlijk kleiner."

Op dit moment worden allerlei testen gedaan met verschillende soorten bakens. Het Nederlandse bedrijf Smit International heeft enige tijd terug in de Noordzee een container overboord gezet. Die kon met behulp van de bakens vrij eenvoudig opgespoord worden. Toen Friends of the Earth dat hoorde, besloot de organisatie opnieuw een voorstel bij de IMO in te dienen.

Dit keer was er meer steun, met name van de Duitse delegatie. De milieu-organisatie kreeg voor elkaar dat het plan in een drietal technische commissies van de IMO wordt besproken. Maandag buigt de eerste technische commissie zich over de radiobakens.

Volgens Gerard Peet staan nog veel vragen open. Moeten de radiobakens op alle containers of alleen op containers met gevaarlijke goederen? Alleen bij stoffen die gevaarlijk kunnen zijn voor de volksgezondheid of ook voor milieuvervuilende stoffen? Friends of the Earth zou het liefst zien dat er bakens komen op alle containers geladen met stoffen die volgens een IMO-lijst gevaarlijk zijn. En dan niet op vrijwillige basis maar verplicht.

Peet hoopt dat binnen vier jaar een besluit over de zenders op de containers genomen wordt. "Dan duurt het nog twee jaar voordat het plan uitgevoerd wordt. In totaal zijn we er dan veertien jaar mee bezig geweest."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden