Conservatisme leeft in VS ondanks Bush

Worden de Amerikaanse Republikeinen komende week bij de Congresverkiezingen gestraft vanwege seksschandalen en de vastgelopen Irak-oorlog? Twee invloedrijke conservatieven zijn ervan overtuigd dat de ideologische wortels niet zijn aangetast. „Er is geen alternatief voor het conservatisme.”

Dat het Amerikaanse conservatisme een rijke geschiedenis heeft, blijkt wel uit de omvang van de ’Encyclopedia of American Conservatism’, die eerder dit jaar verscheen. De samenstellers hebben maar liefst 979 bladzijden nodig om alle wegbereiders van de conservatieve successen aan bod te laten komen: van William Buckley, oprichter van het tijdschrift National Review, via Barry Goldwater en Ronald Reagan, tot de politiek filosoof Leo Strauss, door sommigen gezien als de ’aartsvader’ van de moderne neoconservatieven.

Sinds de opkomst van het Amerikaanse conservatisme, na de Tweede Wereldoorlog, is de beweging al meerdere malen dood verklaard, benadrukken de samenstellers in hun voorwoord. Maar de geschiedenis nam telkens weer een wending die om antwoord vroeg. Zo kreeg het neoconservatisme na de aanslagen van 11 september de kans om uit te groeien tot een stroming van belang.

Uiteraard ontbreekt in de encyclopedie ook William Kristol niet, ’zonder enige twijfel de intellectuele leider van de geharnaste vleugel van de Washingtonse neoconservatieven’. Kristol is hoofdredacteur van The Weekly Standard, het lijfblad van de conservatieven. Het blad is naar eigen zeggen ’het in-flight magazine van Air Force One’, het vliegtuig van de president. Kristols redactie deelt in Washington een gebouw met het verwante American Enterprise Institute, de nieuwe werkgever van Ayaan Hirsi Ali. Nog maar net neergeploft op de bank in zijn werkkamer, wuift Kristol het doemscenario over een naderende afstraffing bij de verkiezingen al weg. „Ach, de toekomst is onvoorspelbaar. Het was een fout van de conservatieven om halleluja te roepen toen Bush gekozen werd, en het zou een fout zijn om nu ineens pessimistisch te worden.”

„Ik geloof nog steeds heilig dat er geen alternatief is voor het conservatisme. Willen mensen echt weer terug naar een sociaal-democratisch economisch beleid? Denken mensen echt dat de Verenigde Naties de fundamentele problemen in het Midden-Oosten kunnen oplossen? Denken ze echt dat het secularisme de oplossingen van de toekomst biedt? Ik denk het niet.”

Uit de opsomming van Kristol blijkt het al: het moderne conservatisme biedt onderdak aan allerhande stromingen. Van de propagandisten van een kleine overheid – in de geest van Reagan – tot aan christelijk rechts, dat juist een grotere overheidsrol nastreeft om hun moraal tot wet te maken. En dan zijn er nog de zogenoemde ’democratische imperialisten’, die menen dat de wereld, inclusief het Midden-Oosten, maakbaar is. Allemaal zijn ze conservatief, en allemaal zijn ze teleurgesteld. De overheid groeide tijdens zes jaar Bush uit zijn voegen. Irak bleek een moeras. En van strengere abortuswetgeving en een grondwettelijk amendement tegen het homohuwelijk is ook weinig terecht gekomen. Kristol: „Het is bespottelijk om de hoop van de conservatieven, een grote, intellectuele beweging, vast te pinnen op één persoon, president Bush. Hij is een politicus, hij moet zo nu en dan compromissen sluiten. Het is net als tijdens Reagan. De conservatieven klaagden toen continu. Reagan gaf teveel geld uit, hij was te lief voor Gorbatsjov, hij benoemde slechte rechters. Uiteindelijk werd hij de meeste geliefde president uit de geschiedenis.”

Kristol wijst graag op de successen. „De economie is tijdens het presidentschap van Bush met zo’n 3 procent per jaar gegroeid, ondanks een terroristische aanslag en twee oorlogen. Dat is niet slecht. Innovatie, productiviteit, het gaat allemaal goed. Dat overspannen gezeur is het resultaat van veel te hoge verwachtingen.”

„Je kunt van geen enkele president verwachten dat hij alle facties in zijn partij tevreden houdt. Vergeet niet dat ons land maar twee partijen kent. Geen wonder dat bínnen die partijen soms felle discussies plaatsvinden.”

David Frum, voormalig tekstschrijver van Bush, doet al net zo ontspannen over de vermeende conservatieve revolte. Thuis in Washington staan de koffers bij de voordeur voor een korte vakantie naar zijn geboorteland Canada. Frum, die voor zijn voormalige baas de kreet ’As van het kwaad’ verzon, dient tegenwoordig het American Enterprise Institute en is een veel gelezen conservatief.

„In 2001 schreef ik het al: Bush ís geen conservatieve Republikein, althans niet iemand als Reagan. Reagan richtte zich veel meer op het individu. In wezen was hij een libertarian [voorstander van grote individuele vrijheid, red.].”

„Op binnenlands gebied heeft Bush helemaal niet zo’n conservatief beleid gevoerd. Dat zat er ook niet in. Voor de conservatieven in 2000 was Bush het hoogst haalbare. De rest van het land wilde Clintonisme zonder Clinton. Niemand zat dan ook te wachten op een scherpslijper.”

„De conservatieven verwachtten maar één ding van Bush: twee conservatieve rechters in het Hooggerechtshof. Toen Bush dus iemand voordroeg bij wie wij als conservatieven grote twijfels hadden [Bush’ juridische adviseur Harriet Miers, red.] zijn we in opstand gekomen. We zeiden: luister, we hebben alles moeten slikken de afgelopen jaren, maar nu puntje bij paaltje komt krijgen we op het enige punt dat voor ons écht belangrijk is, onze zin niet. Dat pikken we niet. En het hielp: Miers trok haar kandidatuur weer in.”

Kristol: „Die kwestie bewees juist de kracht van de conservatieve beweging. We dwongen een president op de knieën! Dat lukt alleen als je een factor van belang bent. Je kunt dus echt niet spreken van een crisis of een revolte bij de conservatieven.”

Hooguit is de beweging zichzelf opnieuw aan het uitvinden, meent Frum. „Politiek betekent: collectieve antwoorden zoeken op collectieve vragen. Wat we nu conservatisme noemen, is een reactie op de sociale programma’s van de jaren dertig en de jaren zestig. De sociaal-democratie ging dood in de jaren negentig, Clinton draaide haar de nek om. Alles werkte ineens markt-georiënteerd. De conservatieven waren in de war, want er was geen sociaal-democratie meer om tegen tekeer te gaan. Bovendien was de Sovjet-Unie opgehouden te bestaan, en had het conservatisme even geen vijand meer. Het kon daarom evolueren, en dat deed het ook. Dat zal nu weer gebeuren.”

Volgens William Kristol begrijpt Europa Amerika voor geen meter. Dat een Europese journalist hem vraagt of het Amerikaanse conservatisme aan het infuus ligt, vindt hij daar een voorbeeld van.

„Het fundamentele kenmerk van de Amerikaanse politiek, en dat moeten mensen niet vergeten, is dat de meeste kiezers zichzelf conservatief noemen. Zo’n 35 procent van de kiezers, tegenover iets meer dan 20 procent die zich liberal [progressief, red.] noemen. Die verhoudingen blijven zo, het gat wordt niet kleiner. Het conservatisme zal dus altijd de boventoon voeren. Maar tegelijkertijd is de stroming veel minder zwart-wit dan Europeanen vaak denken. Ik noem mijzelf een sociaal-conservatief, maar toch voorzie ik dat ik in 2008 voor Rudolph Giuliani [de oud-burgemeester van New York, red] ga stemmen. Hij is een voorstander van het recht op abortus, maar ik verwacht dat hij wel een goed plan voor Irak zal hebben. Dat weegt voor mij zwaarder.”

„Het sociaal-conservatisme hier wordt in Europa overschat. Religieus-rechts maakt veel lawaai, maar in omvang is de groep kleiner dan bijvoorbeeld de fiscaal conservatieven, of diegenen die een assertieve Amerikaanse buitenlandse politiek bepleiten.”

Een onder conservatieven populaire definitie van hun eigen soort luidt: A conservative is a liberal robbed by reality (’Een conservatief is een progressief die is beroofd door de realiteit’). Is het nu andersom? Hebben de seksschandalen, de afluisterpraktijken en het oprukkende homohuwelijk het vertrouwen onder conservatieven in hun president tot nul gereduceerd?

Kristol schudt het hoofd. „Als u stelt dat het nu de conservatieven zijn die beroofd zijn door de realiteit, dan overdrijft u schromelijk. De kiezers zullen de Republikeinen niet massaal in de steek laten. En dat zult u zien in november.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden