Conservatief of conserveren?

Sylvain EphimencoBeeld Maartje Geels

In een minicolumn schepte Arnon Grunberg gisteren op dat hij met de demissionaire minister Plasterk een kopje thee had gedronken. De schrijver maakte van de gelegenheid gebruik om bij de minister te informeren of ook hij vond dat de Nederlander ‘xenofoob’ is. 

Plasterk ging wijselijk niet in op de pathologische obsessie van Grunberg. Wel zei hij volgens de schrijvende theedrinker dat ‘het momentum voor links in de jaren zeventig lag. De Nederlander is vrij behoudend.’

Om bij dat laatste te beginnen: Plasterk heeft natuurlijk gelijk. Toch zou ik het met meer precisie hebben geformuleerd: de Nederlander is steeds conservatiever aan het worden. Let op: zoek achter deze karaktertrek geen negatieve connotatie van mijn kant, integendeel. 

Er is een verschil tussen de conservatief die zijn privileges wil behouden en veranderingen daarom uitsluit en de burger die de normen en waarden die zijn identiteit vormen wil conserveren. Daarom ook vind ik de term ‘verrechtsing’ die links soms gebruikt om een verschuiving naar meer behoudend te schetsen, inadequaat. Dit land kent ongekende vrijheden die je met man en macht moet willen verdedigen. Vrijheid van meningsuiting, godsdienst, vereniging, verplaatsing enz. 

Daarnaast staan gelijkheid tussen mannen en vrouwen en bescherming van minderheden hoog op de Nederlandse agenda. Als ik om deze waarden te behouden door anderen voor (neo-)conservatief moet worden uitgemaakt, het zij zo. Het is ook helemaal niet verwonderlijk dat de steeds behoudender Nederlander normen en waarden bovenaan zijn lijst van prioriteiten zet. Dit gebeurde vorige maand bij een Ipsos-onderzoek: gevraagd naar waar men zich de meeste zorgen om maakt, noemde 86 procent normen en waarden.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Jesse Klaver van GroenLinks.Beeld Photo News

Sterk water

Het eerste punt bij de opmerking van minister Plasterk betrof ‘het momentum voor links’ dat hij in de jaren zeventig plaatste. Zoals velen met heimwee aan de linkerzijde denkt Plasterk aan de vorming van het kabinet-Den Uyl (1973) en de overwinning van de PvdA bij de volgende verkiezingen om zijn ‘momentum’ te prikken. 

Maar in dat decennium haalde links als hoogste score niet meer dan 38 procent (1972 en 1977 met PvdA, CPN, PPR, PSP). Deze uitslag werd later toch twee keer overtroffen. In 1998 (PvdA, GL, SP) met 39,78 procent en in 2006 met het historische resultaat van 42,4 procent voor dezelfde combinatie.

Sinds vorige week staat links op een diepte punt van 23,9 procent. Een argument voor sommigen binnen GroenLinks om niet in een ‘rechts’ kabinet te stappen is dat ‘het momentum’ nog moet komen. Het schijnt zelfs dat Jesse Klaver een 7-jaren (!) plan heeft om premier te worden. Maar met 23,9 procent voor links als vertrekpunt lijkt dit uitgesloten. 

Nu in een ‘rechts’ kabinet stappen is misschien risicovol voor je zetelkapitaal maar ook eervol als je een aantal punten van je groene duurzaamheidsprogramma kunt realiseren. Helaas vrees ik dat GL naar zijn slechtste adviseurs gaat luisteren: de partij zal allereerst haar mooie veertien zetels willen conserveren. Op sterk water en zeker tot sint-juttemis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden