Conflict Syrië steekt grens over

46 doden bij aanslag Turkse grensstad Regering Assad ontkent betrokkenheid

TUNCELI, OOST-TURKIJE - De burgeroorlog in Syrië is de grens overgestoken en woedt nu ook in Turkije. De aanslag van zaterdag in de grensstad Reyhanli is de grootste in de geschiedenis van de Turkse republiek. Bij de twee ontploffingen zijn 46 burgers omgekomen. De Turkse politie heeft gisteren negen Turken gearresteerd die de aanslag in samenwerking met de Syrische veiligheidsdienst Muhaberrat gepland en uitgevoerd zouden hebben.

De Turkse regering heeft vanaf de eerste maand van de oorlog in Syrië partij gekozen voor de rebellen van de FSA (het Vrije Syrische Leger). In de afgelopen jaren zijn niet alleen de grenzen geopend voor zo'n 200.000 Syrische vluchtelingen, maar hebben de autoriteiten oogluikend toegestaan dat FSA-leden vanuit Turkije konden opereren.

De Turkse regering wijst na de aanslag in Reyhanli met de beschuldigende vinger naar president Basjar al-Assad. Minister van binnenlandse zaken Muammer Güler zei dat de daders in verband staan met de Syrische geheime dienst. De Syrische regering ontkende gisteren elke betrokkenheid bij het bloedbad.

Rolt Turkije daadwerkelijk een oorlog in? Premier Recep Tayyip Erdogan benadrukte gisteren dat Turkije "het hoofd koel zal houden" en zich niet "door provocaties in een bloedig moeras zal laten trekken".

Parlementariër Hasan Akgol van de grootste oppositiepartij CHP zegt niet te kunnen voorspellen of Turkije bij de oorlog betrokken zal raken. Waar hij wel zeker van is, is dat de aanslag en de doden de schuld zijn van de Turkse regering zelf. Akgol zegt dat hij en zijn partij de AKP-regering vaak hebben gewaarschuwd.

"Het was niet verstandig om onderdeel te worden van de oorlog in Syrië", aldus Akgol. "Ik ben bang dat de gevechten in Syrië uitdraaien op een enorme sekteoorlog in het hele Midden-Oosten en dat ook in Turkije de maatschappij in tweeën wordt gedeeld. De Turkse regering moet zo snel mogelijk de handen aftrekken van de oorlog in Syrië."

In Turkije is de verhouding van de sjiitische alevieten en de soennieten ongeveer dezelfde als in het buurland Syrië. In beide landen is er sprake van een sjiitische minderheid van ongeveer 15 procent. En het is geen groot geheim dat de alevieten in alle streken van Turkije Assad en zijn regime een warm hart toedragen.

In het alevitisch-Koerdische Tunceli in Oost-Turkije is dit niet anders. De mannen en de vrouwen kijken in een theetuin geschokt naar de televisiebeelden van de aanslag in Reyhanli. Een van hen is de 32-jarige verpleegster Deniz Ates. Zij is bang dat Turkije zich snel in de Syrische oorlog gaat mengen.

"Ik heb gehoord dat alevitische geestelijken uit Tunceli na de geboorte van Basjar al-Assad naar Syrië zijn afgereisd om zijn vader te feliciteren", zegt Ates. "Natuurlijk steunen we als alevieten deze man. Maar in een oorlog tussen sjiieten en soennieten hebben wij als minderheid geen kans van overleven in Turkije."

Na de groeiende kritiek van de oppositie heeft minister Davutoglu van buitenlandse zaken gisteren laten weten dat Turkije enkel om humane redenen de Syrische vluchtelingen opvangt en dat de Turkse regering geen enkel onderscheid maakt tussen sjiieten en soennieten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden