Concertzaaltje van Rosa Spierhuis krijgt nieuwe bespeelster

Een gesprek met troubadour Cobi Schreijer is doorspekt met namen van bekende mensen met wie ze heeft gewerkt en met gezongen fragmenten uit liedjes: van Pete Seeger tot Lennaert Nijgh, van de 'Internationale' tot 'You're the cream in my coffee'. Afgelopen vrijdag werd ze vijfenzeventig en binnenkort verhuist ze naar het Rosa Spierhuis. Reden genoeg om gisteren in de Bakenesserkerk in haar woonplaats Haarlem een groot feest te organiseren: een 'folksongparade voor Cobi'. Een van de gasten blijkt nog grote plannen te hebben met de moeder van de Nederlandse troubadours.

De deur van Cobi Schreijers huis staat op een kier. Na aanbellen komt er een vrolijk hoofd uit het raam op de bovenverdieping. “Ga maar vast naar binnen, ik kom zo!” Haar deur heeft in de loop der jaren voor nog veel meer mensen wijd open gestaan. Vooral mensen met talent voor echte levensliederen, troubadours. Zij wisten dat, als Cobi je een kans gaf, je nog ver kon komen.

In de woonkamer hangen snaarinstrumenten en fotocollages aan de muur. Plaatjes van huiselijke taferelen, maar ook een foto van Cobi met Paul Simon. In deze kamer werden tot een aantal weken geleden huiskamerconcerten gehouden en kwamen vroeger de Dolle Mina's over de vloer. Want naast troubadour is Schreijer een Rode Vrouw, nog steeds. Al komt ze in een paarse trui van de trap af.

Ze begon in 1938 bij het koor van de Vara, maar werd al snel met twee andere meisjes geselecteerd voor de Novelty Sisters. Het repertoire bestond voornamelijk uit filmmuziek. “Toen er in de oorlog geen Engels meer gezongen mocht worden, zijn we overgestapt op Zweedse volksliedjes.” Totdat het bericht kwam dat de zangeressen lid moesten worden van de Kulturkammer: “Daar dachten we niet over. We zijn gestopt.”

Na de oorlog pakten de Novelty Sisters de draad weer op. Ze maakten in 1947 nog een tournee door Indonesië, daarna viel het doek. “Ik was uitgekeken op het materiaal en bleef maar drammen dat ik volksmuziek wilde zingen. Dat was een van de dingen die ik in de oorlog had gedaan, en ik wilde dat weer doen.” Ze wilde het liefst een eigen plek hebben, maar zong in die tijd vooral op bijeenkomsten van plattelandsvrouwen en de Partij van de Arbeid en op de Volkshogeschool. “Dat is wat je noemt het cultureel-maatschappelijk werk.”

De eigen plek kwam in 1962. Ze begon in De Waag in Haarlem haar eigen theater, waar ze vele artiesten ontdekte. Eigenlijk was De Waag een noodplan; ze zou een muziektheatertje gaan runnen in een te bouwen molen in Haarlem, de Adriaan. Maar van het bouwen van die molen kwam het maar niet. “De Katholieke Studentenvereniging vertrok uit De Waag en als voorlopige oplossing zijn we daar vast begonnen. Er hing altijd een koekplank met de afbeelding van een molen en daarop een bordje: 'In afwachting van de Adriaan'.” Het theatertje had de ambiance van een huiskamer. Er konden honderd mensen in. De artiesten waren vaak mensen die Cobi bij haar eigen optredens in binnen- en buitenland had leren kennen.

Na een paar jaar kreeg ze bij de Avro haar eigen show: 'Wie waagt die zingt'. Beroemdheden als Paul Simon en Boudewijn de Groot stonden als broekies op haar podium, nog compleet onbekend. “Boudewijn was altijd heel introvert. Als hij bij mij optrad, zei ik weleens: 'Je moet niet met je rug naar de mensen toestaan.' Dat vond-ie wat. En toen Paul Simon voor het eerst in De Waag optrad, kreeg ik maar zeventien mensen binnen.”

Het is niet duidelijk of de sfeer van De Waag in het gebouw hing of rond Cobi Schreijer. Later werd ook haar programma 'Balladen, verhalen en folk' in de Haarlemse Jazzclub een succes. Drie jaar geleden was ze vast van plan dat programma weer op te pakken; het had een tijd stil gelegen wegens een verbouwing aan de Jazzclub. Het feest leek niet door te gaan, omdat de subsidie werd teruggetrokken. Niet voor één gat te vangen, begon Cobi huiskamerconcerten in haar woning: een podium aan de tuinkant, de spot voor het uitlichten van de artiesten aan het plafond. En dan spelen maar, voor maximaal vijfendertig mensen publiek.''

Dat folkmuziek in Nederland al snel wordt geassocieerd met Ierland, is iets wat de Haarlemse troubadour betreurt. Want er zijn, volgens haar, ook mooie Nederlandse levensliederen. “Waar ik niet van hou, is wat ze smartlappen noemen. Dat zijn toch teksten, breek me de bek niet open. Dat is heel verschrikkelijk, alleen maar uit op commercialiteit.”

Over andere populaire Nederlandstalige artiesten is ze iets meer te spreken. “Marco Borsato vind ik een hele goede stem, met dat een beetje Italiaanse timbre.” Ook was ze benieuwd naar een van de jonge artiesten die gisteren voor haar hebben opgetreden: Bloem. “Ik heb een foto gezien van haar op het Crossing Border festival. Helemaal aangekleed met plastic en tule. Dan denk ik: Dat kind wil wel. Net als Lenny Kuhr destijds.”

Zelf wil ze ook nog steeds. Tot haar eigen schrik flapt ze eruit dat ze samen met Boudewijn de Groot misschien een cd gaat opnemen. “We zijn alleen nog maar bezig met teksten uitzoeken en de melodieën erbij. Dingen die niet op de plaat staan. Boudewijn gaat dat produceren; het idee komt ook van hem.”

Aan de huisconcerten in de woonkamer is inmiddels een eind gekomen, binnenkort verhuist Cobi Schreijer naar het Rosa Spierhuis, een werkgemeenschap voor oudere kunstenaars. “Er is daar een fantastisch cultureel klimaat. Met eigen concerten, een heel mooi concertzaaltje. Ik ben ook wel van plan daar te gaan zingen en dingen te organiseren. Maar vergis je niet in wat daar nu al gebeurt.”

Ze kijkt uit naar de verhuizing naar dat huis. “Ten eerste wordt het langzamerhand eenzaam hier. Ik heb dan wel die huisconcerten gegeven, maar dat is eens in de maand een volle kamer. De dag erop is het weer leeg.” Daarnaast leidt Cobi Schreijer al jaren aan ME, een ziekte die zich onder andere in chronische vermoeidheid uit. “Ik kwam erachter dat ik ME had, doordat er een advertentie voor mijn platen in Opzij stond, middenin een artikel van Renate Dorrestein, waarin zij vertelde over haar ziekte. Mijn dokter, die altijd had gezegd dat ik depressief was, had dat artikel ook gelezen en bood zijn excuses aan. Mijn klachten sloten naadloos aan bij dat artikel. Ze hebben er niets tegen, maar je leert ermee omgaan.”

Ze wijst naar een bed dat in de huiskamer staat. “Je kan het voelen aankomen. Een aanval van ME voelt heel anders dan gewoon moe worden. Renate heeft er heel beeldend over geschreven. Dat je ruggengraat net gelatine lijkt. Je wereld wordt wel veel meer beperkt, omdat je zoveel thuis bent. Vroeger ging ik ontzettend veel op reis, ik ging alle kanten op. Mensen kwamen ook niet vaak naar mijn huis toe, omdat ik er toch haast nooit was. Toen ik wel veel thuis was, heeft dat een tijd geduurd voordat mensen naar mij toe kwamen.”

Gisteren kwamen er een paar honderd mensen naar Cobi Scheijers verjaardagsfeest. Er was muziek in veel genres en talen. Lenny Kuhr had voor de gelegenheid een aantal regels toegevoegd aan een bestaand lied: “Cobi is het lied dat ons samenbracht.” Schreijer ondergaat het eerbetoon aan haar niet, maar presenteert het en zingt vanuit haar pauwenstoel met een aantal liederen mee. Maar het mooiste compliment kwam van Boudewijn de Groot: “De Waag was de wieg van mijn carrière en Cobi was de moeder.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden