Concertgebouworkest? Ander onderwerp graag

Morgen leidt Jaap van Zweden zijn allerlaatste concert als chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. Hoewel hij als gast in Nederland zal blijven dirigeren, neemt zijn carrière in het buitenland een steeds grotere vlucht. Onlangs werd hij in Amerika verkozen tot Conductor of the Year.

De repetitie van het nieuwe Vioolconcert van Jennifer Higdon verloopt soepel en voortvarend. In het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum hoeft er maar weinig geschaafd en gebeiteld te worden. Dirigent Jaap van Zweden - over een maand wordt hij 51 - leidt zijn Radio Filharmonisch Orkest met vaste en precieze hand door de nieuwe noten.

In de aanstaande ZaterdagMatinee betekent het Vioolconcert van Higdon samen met Janáceks Glagolitische Mis na de pauze het officiële einde van het chefschap van Jaap van Zweden bij het Radio Filharmonisch Orkest. En daarmee heeft Van Zweden - sinds september 2008 chef- dirigent van het Dallas Symphony Orchestra - geen vaste orkestverbintenissen meer in Nederland en zal hij hier voorlopig alleen nog als gast- dirigent de armen heffen.

In de dirigentenkamer ontkurkt Van Zweden een flesje cola. Het is er druk, er moet nog van alles overlegd worden voor komende zaterdag, veel journalisten willen hem bovendien spreken, vooral ook omdat vorige week bekend werd dat 'onze Jaap' in Amerika is uitgeroepen tot Conductor of the Year.

Gefeliciteerd!
"Dank je wel. Het voelt als een belangrijke en eervolle prijs, vooral als je bekijkt wie hem voor mij al gekregen hebben. Ik hoorde het afgelopen zomer, toen ik in Tanglewood dirigeerde, maar ik mocht het tegen niemand zeggen. Doe je dat toch, dan wordt de prijs weer ingetrokken. Alleen mijn vrouw en mijn management waren ervan op de hoogte. Op 5 december is er een gala-avond in het Lincoln Center in New York waarop ik hem officieel krijg uitgereikt. Deze prijs zegt in elk geval dat ik het kan - dirigeren."

Maar we kwamen eigenlijk praten over uw afscheid van Nederland. Voelt het zo?
"Nou, dat is wel zwaar gezegd. Het is een afscheid als chef-dirigent van Nederland."

Voorlopig dan, werpt de interviewer er schielijk vragend tussen.
Stilte. Forsende blik. "Voorlopig? Nou, laten we zeggen dat het een chefsafscheid voor héél lang is", klinkt het gedecideerd. "Maar ik kijk met grote dankbaarheid terug op mijn tijd in Nederland. Bij het Orkest van het Oosten heb ik het vak kunnen leren. Ik ben daar echt voor de leeuwen gegooid. Kijk, ik was een bekende violist en ik kon niet in de luwte via allerlei assistentschappen ervaring opdoen. Alle blikken waren op mij gericht. In mijn eerste seizoen in Enschede dirigeerde ik al de Tweede symfonie van Mahler. Ik dacht toen: als ik hier doorheen kom, dan heb ik een brug geslagen waarover ik kan beginnen met lopen. Ik heb daar veel aan gehad.

"Als ik nu met een toporkest werk, en iets gaat niet helemaal zoals ik het wil, dan kan ik terugvallen op hetgeen ik toen allemaal leerde. Je moet problemen oplossen. En weet je, in Boston zijn het dezelfde problemen als in Enschede. In mijn eerste jaren heb ik gelukkig veel standaardrepertoire kunnen doen - Bruckner en Mahler. Dat heeft veel voor mijn carrière in Amerika betekend. Opeens invallen bij het Chicago Symphony Orchestra met de Vijfde van Bruckner bijvoorbeeld. Dat kon alleen omdat ik die al op mijn repertoire had."

U hebt uw chefschappen in Nederland, de stappen in uw carrière, steeds in periodes van ongeveer vijf jaar afgewerkt. Enschede, Den Haag, Hilversum - allemaal betrekkingen van zo'n vijf jaar. Zijn de lange verbintenissen tussen orkesten en chefs, zoals Haitink, Szell en Reiner die hadden, uit de tijd?
"Het is een andere tijd, dat is waar, maar ik geloof eigenlijk wel in langdurige verbintenissen. De dirigenten die u noemt, hadden ieder een perfect huwelijk met een toporkest. Daarna was er voor hen niet zo veel meer te bereiken. Bij mij ging het er vooral om mezelf te ontwikkelen als dirigent, en dat kon onder meer via die drie mooie chefschappen hier."

Hoe zou u de drie fasen in uw Nederlandse carrière als dirigent willen omschrijven?
"Mijn verbintenis met het Orkest van het Oosten beschouw ik als mijn puberteit. Bij het Residentie Orkest in Den Haag groeide ik van puber naar volwassene, en bij de omroeporkesten in Hilversum werd ik helemaal volwassen. Nadat ik het standaard- repertoire geleerd had, kon ik in Hilversum veel nieuwere muziek doen, wat me uiteindelijk een totaler en rijper gevoel gaf."

Over moderne muziek gesproken. Zou het programma dat u zaterdag in de Matinee dirigeert ook zo in Amerika als concert verkocht kunnen worden?
"Nee. Daar wil men er toch wel graag een Brahms bij of een pianoconcert van Beethoven. Zo'n programma als hier zou Amerikanen kunnen afschrikken. Maar het ligt er ook een beetje aan waar je in Amerika bent. In New York kan bijvoorbeeld heel veel. Maar er is geen stad in de Verenigde Staten die zoveel geld heeft uitgegeven aan cultuur als Dallas. Er is een nieuw operagebouw waar 2000 mensen in kunnen, en The Dee and Charles Wyly Theater, ontworpen door Rem Koolhaas, is een paar jaar geleden geopend. Maar de private financiële bijdragen voor cultuur in Amerika, de endowments, stijgen en dalen mee met de Dow Jones. Het wordt ook daar lastiger."

In 1990 tijdens een repetitie met het Concertgebouworkest in het Berlijnse Konzerthaus vroeg Leonard Bernstein u om een deel van de repetitie te leiden zodat hij in de zaal kon luisteren hoe het klonk. Op dat moment werd er iets in u wakker. Waar zou Jaap van Zweden nu zijn als Bernstein dat destijds niet gevraagd had?
"Ik weet het niet. Ik vraag me af of ik dan wel de dirigent geworden was die ik nu ben; of ik überhaupt wel dirigent zou zijn! Door zijn vraag begon er zich in mijn hoofd van alles af te spelen. Stel je voor dat ik dit serieus zou nemen, wat dan?

"Na al die jaren op de concertmeestersstoel van het Concertgebouworkest begon het ook wel te kriebelen. Er kwamen wel eens dirigenten langs op wie ik commentaar had. Dat vond ik laf; ik vond dat ik het dan zelf moest doen. En toen ik eenmaal op de bok stond, dacht ik: 'Hier hoor ik'. Het vioolspelen voelde toch altijd een beetje als aangeleerd. Dirigeren voelde natuurlijker. Je hebt toch weleens het gevoel als je met vakantie bent: 'Hé, dit is het helemaal voor me'. Met dirigeren had ik datzelfde gevoel.

"Ik schrok me overigens dood toen Bernstein me vroeg. We deden de Eerste van Mahler, niet zomaar wat. Ik wilde het eerst niet doen, maar hij beweerde dat als hij ziek zou zijn geworden ik het sowieso van hem had moeten overnemen. Volgens mij klopte dat niet, maar hij hield voet bij stuk. Toen ik later bij hem zijn stuk voor viool en orkest 'Serenade' ging voorspelen, kwam Bernstein erop terug. 'Hoe staat het met dat dirigeren van jou?' Hij zei dat ik er werk van moest maken en ik vond dat hij gelijk had. Daarna ben ik serieus les gaan nemen."

U zegt dat u als dirigent veel geleerd heeft van de maestro's die u als eerste violist van het Concertgebouw- orkest van dichtbij meemaakte. Zaten daar uitschieters tussen?
"Ja, dan moet ik toch als eerste Bernstein noemen. Hij was zo vrij - te vrij volgens sommigen. Maar vrijheid krijg je niet, die verdien je. En Nikolaus Harnoncourt heeft me veel bijgebracht over een bepaalde periode in de muziekgeschiedenis; nog steeds een onuitputtelijke bron. Al vond ik zijn concerten minder interessant dan zijn repetities. Met uitzondering van zijn Mozart-opera's, die had ik voor geen goud willen missen. De pure liefde voor de muziek heb ik van Carlo Maria Giulini geleerd, Haitink bewonderde ik om zijn onaflatende power, en Chailly om zijn gedrevenheid en precisie."

Er wordt steeds beweerd dat de musici van het Concertgebouworkest lastig kunnen zijn. Is dat zo?
"Ik weet het niet. Ik weet wel dat sommige dirigenten er niet naartoe willen. Maar elk orkest is lastig. In New York, in Cleveland. Er zitten dan ook musici in met een enorme ervaring.

"Maar waarom praten we eigenlijk over het Concertgebouworkest?" wil Van Zweden plotsklaps weten. "Waarom vraagt u niet hoe leuk het is bij het Tonhalle-Orchester Zürich, of bij het London Philharmonic Orchestra?"

We hebben het erover omdat u beide kanten heeft meegemaakt. U was één van die 'moeilijke' musici, én u heeft als debuterend dirigent voor het orkest gestaan. Als iemand het kan weten, bent u het.
Van Zweden zucht eens diep. "Toen ik er dirigeerde, was het orkest vrij afstandelijk. Het was bepaald geen love affair, om het maar zo te zeggen. Maar ik begrijp dat best. Toen ik het orkest verliet om een dirigentencarrière te beginnen, zeiden veel mensen daar: 'Dat wordt helemaal niks!' Het klinkt misschien gek, maar ik ben ze dankbaar voor die houding. Het was een soort gift, een extra impuls om er nog harder voor te gaan, om te bewijzen dat het wél wat kon worden."

Vindt u het vervelend dat ze u niet hebben teruggevraagd?
"Nee, ik vind het niet vervelend. Nogmaals: ik begrijp het. Ik begrijp het zelfs van mezelf dat ik er de eerste vijf jaar zeker niet wil terugkeren. Iemand als Hans Vonk (ooit gedoodverfde opvolger van Haitink bij het Concertgebouworkest - PvdL) is te veel gefocust geweest op iets wat hij niet had, wat hij niet kon sturen. Dat moet je nooit doen. Kijk naar iemand als Riccardo Muti. Hij is chef van het Chicago Symphony Orchestra, hij dirigeert in Wenen en in Rome, en hij heeft nog nooit bij het Concertgebouworkest gedirigeerd. En weet je: hij zit daar helemaal niet mee!

"Het is zo Hollands om steeds maar te roepen dat je 'het beste orkest ter wereld' bent. Er zijn in de wereld echt ook heel goeie andere orkesten buiten het Concertgebouworkest, net zoals er heel veel betere voetbalclubs dan Ajax zijn. Relativeren!

"Hans Vonk vertelde ooit dat hij in Saint-Louis bij een lokale radiozender een heel aardig gesprek had over zijn werk. Komt hij terug in Amsterdam, loopt door de stad en vraagt iemand hem: 'Zeg, jij bent toch Hans Vonk?' Vonk beaamt, waarop die man zegt: 'Wat een nare kerel ben jij!' Ik bedoel maar. Als ik nu zou moeten stoppen, dan voel ik me een begenadigd mens.

"Neemt niet weg dat ik nog veel wil doen. Opera bijvoorbeeld. In 2013 leid ik 'Don Giovanni' op het Glyndenbourne Festival en er is overleg met een paar top-operahuizen. Werken met de stem is eigenlijk het mooiste wat er is, de meest complete vorm van kunst. Veel plannen dus, buiten de optredens in Boston, Chicago, Philadelphia, Rome en Londen. In Nederland zal ik misschien één of twee keer per jaar als gastdirigent optreden. We wonen wel weer in Amsterdam. Het is de stad waar ik mijn sociale leven wil hebben, ook al zal ik er niet veel zijn. Maar als ik er wel ben, 's avonds naar een concert in het Concertgebouw of een opera in het Muziektheater. Heerlijk."

Afscheidsconcert morgenmiddag in de NTR ZaterdagMatinee in het Concert- gebouw. Ook rechtstreeks op Radio 4 vanaf 14 uur.

Jaap van Zweden
1977 winnaar Nationaal Vioolconcours Oskar Back

1979-1997 concertmeester Koninklijk Concertgebouworkest

1995 eerste optredens als dirigent

1996 debuut in Amerika bij het Saint Louis Symphony Orchestra

1996-2000 chef-dirigent Orkest van het Oosten

1999 tournee door Verenigde Staten met Orkest van het Oosten

2000-2005 chef-dirigent Residentie Orkest

2001 debuut als operadirigent met Orkest van het Oosten in Beethovens 'Fidelio'

2005-2011 chef-dirigent Radio Filharmonisch Orkest

2008-2010 chef-dirigent deFilharmonie Antwerpen

vanaf 2008 chef-dirigent Dallas Symphony Orchestra

2011 Conductor of the Year

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden