Concert in een koude kathedraal

De dirigent voelt dat hij buiten de muziek niemand meer is. (FOTO AFP )Beeld AFP

De Italiaan Nicola Lecca situeert ’Het laatste concert’ grotendeels in IJsland. In die uithoek wil de gelauwerde dirigent uit deze roman zijn carrière afsluiten – voor een wel heel apart publiek.

Het is opvallend hoe weinig Italië we terugzien in recente literaire successen uit dit land. Het bel paese gaat vaak schuil achter een lelijk decor van anonieme periferieën, winkelcentra en industriegebieden. Een andere tendens, vooral bij jonge auteurs, is om verhalen buiten de grenzen van Italië te plaatsen: ’De eenzaamheid van de priemgetallen’ van Andrea Giordano (1982) speelt gedeeltelijk in Scandinavië; het mooie ’Wie houdt dan stand?’ van Andrea Bajani (1975) verplaatst de handeling naar Roemenië; weer een andere belofte van de Italiaanse literatuur, de uit Sardinië afkomstige Nicola Lecca (1976) vertelt in ’Het laatste concert’ over Londen, Göteborg en vooral Reykjavik. Slechts eenmaal doet deze vertelling heel kort Italië aan en het oordeel is interessant afstandelijk: „Hij vond Italië één groot toneelstuk en de inwoners goede acteurs.”

Met de omslagillustratie van Mirjan van der Meer wordt een duidelijke link gelegd tussen ’Het laatste concert’ en de genoemde bestseller van Giordano. Niet ten onrechte, want de twee boeken hebben inderdaad het nodige gemeen: de afstandelijke verteltrant, gevoelige, vaak wereldvreemde en ongelukkige personages, en een (toch nog) onverwacht tragische ontknoping. Vergeleken met Giordano’s roman heeft Lecca’s verhaal wel een prettiger, aan toneel grenzende lichtheid, vooral omdat hij telkens nieuwe, intrigerende personages introduceert wier levens hij op novelleachtige wijze weet te vertellen.

De eerste is Oscar, geboren in Göteborg en zoon van een bloemist die ooit Greta Garbo als klant in zijn winkel had. Oscar werkt nog maar net in het chique Londense Hotel Dorchester, als piccolo. Dat betekent uren stilstaan en grote verveling, tot zijn favoriete dirigent Alexander Norberg diens vaste suite in het hotel betrekt.

Zo glijden we ongemerkt het leven binnen van deze charismatische Alexander, een wereldberoemde dirigent die zojuist is gevraagd voor de Berliner Philharmoniker. Hij is tot de bittere ontdekking gekomen dat hij in feite alleen leeft in zijn muziek: „Zodra de muziek ophoudt, houd ook ik op te bestaan.” De beslissing die hij dan neemt gaat ieders begrip te boven. Hij slaat de eervolle Berlijnse uitnodiging af en plant een afscheidsconcert met alleen Pergolesi’s Stabat Mater, op een onbegrijpelijke locatie: een ijskoude kathedraal in het godverlaten Reykjavik. Het is een beslissing die het leven van veel mensen beïnvloedt.

Wanneer zijn bewonderaar Oscar erover leest, besluit hij dit concert kost wat kost bij te wonen. Ook de overige personages zijn verbonden met Alexanders laatste concert. Allereerst de twee door Alexander uitverkoren vocalisten: de sopraan Rebecca en de elfjarige jongenssopraan Marcel. Beiden zijn op het hoogtepunt van hun roem, maar weten dat ze binnenkort hun goddelijke stemgeluid zullen kwijtraken. Uiteindelijk zullen zij gezamenlijk besluiten dat ook hun optreden in Reykjavik het laatste zal zijn.

De volgende onverwachte zet van de maestro betreft de selectie van het publiek: de 52 toehoorders zullen door het lot worden gekozen uit de telefoongids van Reykjavik. Zo speelt de ’derde akte’ van dit vreemde scenario zich af in het barre noorden waar een willekeurige groep mensen geconfronteerd zal worden met een muziekstuk van nauwelijks bevatbare volmaaktheid.

Even draait alles in IJsland om niets anders. Onbedoeld ironisch, na IJslands hoofdrol in de recente economische en vulkanische crises, leest overigens de passage die Lecca in 2006 schreef over dit land waar nooit iets bijzonders gebeurt, waarvan niemand weet dat het bestaat, waar geld niet belangrijk is.

Oscar is naar Reykjavik gereisd. Dag in dag uit zit hij op de trap van de kathedraal, met een bord waarop staat dat hij alles doet in ruil voor een toegangskaartje. Hoewel niemand van de ingelote IJslanders geïnteresseerd is, blijft Oscar toch vurig geloven dat hij met wilskracht het lot zal kunnen beïnvloeden. Pas als al zijn kansen verspeeld lijken, gloort er een sprankje hoop in de persoon van Hákon – een mooie, maar slechte en onbeschaamde IJslander, die het fortuin altijd aan zijn zijde heeft hoewel hij het voortdurend tart. Uitgerekend hij daagt de verslagen Oscar een paar uur voor het concert uit: in ruil voor Hákons kaartje moet Oscar vijf minuten naakt het ijskoude Tjörnmeer ingaan. Een onmogelijke opgave. Toch doet Oscar het, wint de uitdaging maar ligt tijdens het concert in een ziekenhuis: Hákons stoel is de enige die leeg blijft. Na afloop van het concert blijft het stil, de mensen komen zwijgend en gebiologeerd naar buiten.

Het leven ’wordt deels bepaald door toeval en deels door onze eigen wil’, schrijft Lecca. Ondanks de schoonheid van deze vertelling en de muziek, laat de auteur zijn lezers achter met een somber gevoel dat de mens het lot nooit naar zijn hand kan zetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden