Opinie

Computermystiek opent poort van de hemelse dans

AMSTERDAM - Een mens beschikt over 279 gewrichten. Met welke krachtsinspanning hij deze los van elkaar probeert te bewegen, het zal hem niet lukken een rechte lijn te worden. Evenmin kan hij zijn lichaam in streepjes, spiralen, stippeltjes laten uiteenvallen. En toch laat de Amerikaanse choreograaf Merce Cunningham al meer dan een halve eeuw geloven dat dansers hiertoe in staat zijn. Afgelopen dinsdag- en woensdagavond deed zich dat wonder opnieuw in het Amsterdamse Muziektheater voor, met het eerste van twee programma's, die ruim veertig jaar van Cunninghams revolutionaire dansverkenning omspannen.

Was de 82-jarige choreograaf na afloop niet zelf het toneel opgestrompeld om de staande ovaties in ontvangst te nemen dan had ik me nog langer in een virtuele wereld gewaand. Laat ik maar meteen bekennen: zijn 'Summer space' (1958) en 'Biped' (1999) zorgden voor een piekervaring, die het theater zelden biedt. Het woord mystieke belevenis durf ik niet gauw te gebruiken, maar vooral het computerballet Biped komt in die richting.

Al in 1958 schreven Merce Cunningham en Robert Rauschenberg dansgeschiedenis door zes dansers in gestippelde kostuums de ruimte van de identiek gestippelde achterwand in te sturen. Zonder de vondst van Rauschenberg om achterwand en dansers identiek vorm te geven waren de razend moeilijke bewegingsconstructies voor vier vrouwen en twee mannen waarschijnlijk nooit zo beroemd geworden. Nog altijd lijken de rondtollende of in lange arabesken balancerende vrouwen en de veerkrachtig opspringende mannen een loopje te nemen met onze waarneming. Want wat beweegt wat in deze ruimte? Vervoert die zomerse achterwand de dansers tot hun zwenkende en dwarrelende motoriek, of maken de tot bewegende stippels gereduceerde menselijke verschijningsvormen hun omgeving tot een 'alles beweegt'?

De eigenheid en gelijkheid van decor en dans roepen een intense beleving van ruimte op, die door Morton Feldmans pianomuziek met een bijna loom makend getinkel wordt bezwangerd. Hoe conventioneel oogt nu het ooit zo vernieuwende 'Summerspace' in vergelijking met de computermystiek die Cunningham in zijn 'Biped' (1999) etaleert. Het software programma Lifeforms in combinatie met de Motion capture animatietechniek is zijn cho-reo grafische toverstaf geworden, die hem in staat stelt de motoriek en dynamiek van zijn dansers veel complexer te maken. Nevengeschikt aan verschuivende en verspringende strepen, stippels en spiralen bevinden veertien dansers in glinsterend lurex zich in een omgeving van bewegende computeranimaties, die door beeldend kunstenaars Paul Kaiser en Shelley Eshkar op transparante schermen worden geprojecteerd. Niet alleen hun eigen fenomenale dansbeheersing maar ook deze computerbeelden nemen de dansers mee in een virtueel universum. Vanuit de orkestbak zorgt de muziek van Gavin Bryars waarin cello, viool, percussie door hun elektronische equivalenten worden versterkt voor een onbestemde treurstemming. Weerkaatsend op het lurex doemen kleuren op en verdwijnen in een zwart-blauw waas. De veertien ruimtevaarders dwalen met onbekende bestemming in een grenzeloos universum, een doolhof van dans. Biped imponeert als een 21ste-eeuwse dodendans, een hommage aan de dansende tweevoeter die zijn virtuele replica in de ruimte tegenkomt. Nog verder in het heelal kan Cunningham zijn in 1992 gestorven muzikale evenknie John Cage niet vergezellen. Met Biped opent hij de poort tot hemelse dans.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden