Compromisloze pionier

Dirigent Nikolaus Harnoncourt (1929-2016) lokte tot op het laatst heftige discussies uit. Hij keerde partituren binnenstebuiten en leerde je opnieuw luisteren.

Eigenlijk had hij de muziekwereld al vaarwel gezegd. Op 5 december 2015, één dag voor zijn 86ste verjaardag, kondigde Nikolaus Harnoncourt aan dat zijn fysieke krachten hem in de steek lieten en dat hij zijn actieve carrière als dirigent per direct beëindigde. Precies drie maanden later moet de muziekwereld hém nu voorgoed vaarwel zeggen. Omringd door zijn familie is Harnoncourt op 5 maart, afgelopen zaterdag, overleden.

Dat abrupte afscheid eind vorig jaar gebeurde middels een handgeschreven briefje dat tussen de programma's op de stoelen van de Wiener Musikverein was gestopt. Harnoncourt, die op die avond had zullen dirigeren, verontschuldigde zich bij de concertbezoekers en nam voorgoed afscheid van de dirigentenbok. Het nieuws sloeg wereldwijd in als een bom en de artikelen die toen werden geschreven, waren in wezen al een soort necrologieën. Toch reageerde men gisteren alsnog geschokt op de dood van een van de grootste en meest compromisloze pioniers van de oude muziekbeweging. De directie van de Salzburger Festspiele had het over de 'herinnering aan al die bijzondere momenten, waarop hij ons werkelijk iets ongelooflijks heeft geschonken'. De Franse dirigent Marc Minkowski, hevig beïnvloed door Harnoncourt, verwoordde het wellicht nog het treffendst: 'We hebben een vader verloren.'

In een even verrassende als aangename geste veegde Radio 4 gistermiddag de hele programmering van tafel en ruimde vele uren in voor een Harnoncourt-herdenking. Teken van de grote betekenis die Harnoncourt voor de muziekwereld in het algemeen en die van Nederland in het bijzonder heeft gehad. Zo werd de opname uitgezonden van Beethovens 'Missa solemnis' zoals Harnoncourt die in 2012 dirigeerde bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Een jaar later sloot hij een bijna 40-jarige geschiedenis met het Concertgebouworkest af met een al even gewaagde en tegendraadse interpretatie van Bruckners Vijfde symfonie. Het journaille reageerde er heftig verdeeld op, maar deze Bruckner, die ook later op dvd verscheen, maakte nog eens haarscherp duidelijk waar Harnoncourt voor stond: nooit iets voor lief nemen, altijd zelf achter de noten zoeken en steeds opnieuw duidelijk maken waarom juist die noten daar op die plek staan. Het woord routine kwam in Harnoncourts dictionaire niet voor en hij stelde ook zijn eigen waarheden voortdurend ter discussie.

De in 1929 in Berlijn geboren Oostenrijker was samen met de Nederlanders Gustav Leonhardt en Frans Brüggen vanaf de zeventiger jaren een van de opvallendste vernieuwers van de muziek van Bach en diens tijdgenoten. Met Leonhardt legde Harnoncourt het volledige cantatewerk van Bach op plaat vast, een project waarvoor zij in 1980 samen de Erasmusprijs ontvingen. In 1953 al had Harnoncourt, van 1952 tot 1969 cellist in de Wiener Symphoniker, zijn eigen ensemble opgericht. Met dit Concentus Musicus Wien, waar men speelde op oude instrumenten of kopieën daarvan, trok hij scherpe nieuwe voren in de keurig aangestampte velden van de barokmuziek.

In 1970 werden Harnoncourt en zijn ensemble door de Groningse Bachvereniging uitgenodigd voor Bachs Magnificat. Het markeerde het begin van een langdurige relatie met Nederland. Drie jaar later dirigeerde Harnoncourt de Matthäus-Passion bij het Residentie Orkest en was hij met zijn ensemble te gast in het Holland Festival. In 1975 werd hij door het Concertgebouworkest uitgenodigd om de jaarlijkse Matthäus-traditie daar te vernieuwen. Hij begon er met revolutionaire en omstreden uitvoeringen van Bachs Johannes-Passion. In Amsterdam kwam de Oostenrijker daarna bijna jaarlijks terug. Voor Bach, voor Monteverdi, maar ook voor Mozart.

De uitvoeringen en opnamen van de symfonieën van Mozart waren zo mogelijk nog revolutionairder dan de passies van Bach of de opera's van Monteverdi. Harnoncourt trok als het ware de poezelige poederpruik van Mozarts hoofd en presenteerde hem als een felle dramaticus. Mozart klonk na Harnoncourt nooit meer hetzelfde. Door het succes van deze opnamen waren ineens andere traditionele orkesten als de Berliner en Wiener Philharmoniker geïnteresseerd in Harnoncourts vernieuwingen. Hij werd er een graag geziene gastdirigent. Met het Concertgebouworkest trad Harnoncourt ook aan in het Amsterdamse Muziektheater voor verrassende uitvoeringen van de drie Da Ponte-opera's van Mozart. Met de enscenering van 'Così fan tutte' begon de internationale carrière van Charlotte Margiono. Harnoncourt werkte daarna vaak en graag met de Nederlandse sopraan.

Hoewel de dirigent met de jaren steeds meer gemeengoed, geaccepteerd en gewaardeerd werd, bleef hij de compromisloze pionier die steeds verdere sporen in de muziekgeschiedenis trok. Beethoven, Schubert, Schumann, Bruckner, Verdi, Johann Strauss, Dvorák, Smetana, Gershwin - allemaal kregen ze de Harnoncourt-behandeling en bijna allemaal knapten ze er van op, of kregen in ieder geval een andere kleur op het gezicht.

Van controverse bij de Johannes-Passion in 1975 tot controverse bij de Vijfde van Bruckner in 2013. Die vier opwindende en tegendraadse decennia bij het Concertgebouworkest, waar hij in 2000 benoemd werd tot honorair gastdirigent, gaan de geschiedenisboeken in. En zullen daar getuigen van Harnoncourts compromisloze meesterschap.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden