Compromisloze aanpak kost Visser geld

In de nieuwe cultuur in het handbal passen geen compromissen. Maura Visser verloor om die reden als enige international haar A-status bij NOC-NSF. „Ik train net zo hard.”

De locatie op grote hoogte sloot aan bij het herwonnen zelfvertrouwen van het handbalverbond (NHV). Bovenop de Euromast presenteerde het vrouwenteam van bondscoach Sjors Röttger zich gisteren voor het Holland Toernooi, vanaf vandaag in Rotterdam. De vrouwen bereiden zich voor op het EK in december in Zweden. Het NHV sprak nog eens de doelstelling uit om de komende jaren ’blijvend internationaal mee te tellen op EK’s en WK’s’.

Röttger weet echter dat de mondiale top momenteel ’wel dertig landen’ telt. De verschillen onderling zijn marginaal. Vorig jaar op het WK bereikte Nederland met de vijfde plaats een unieke piek, maar het biedt geen enkele garantie voor het EK. Daarom hecht Röttger zoveel waarde aan de handbalacademie op Papendal, waar sinds vorige maand 24 talentvolle speelsters in een internaatvorm worden opgeleid. Dat moet op termijn voor de continuïteit zorgen. NOC-NSF ziet het project als een schoolvoorbeeld.

Nederlandse topspeelsters die niet in een sterke buitenlandse competitie spelen worden nu geacht op Papendal mee te draaien. Maura Visser (21) weigert dat. Ze wil in Den Haag eerst de Academie voor Lichamelijke Opvoeding afmaken. Daarom werden haar maandelijkse toelage en onkostenvergoeding van NOC-NSF onlangs stopgezet. Tot medio volgend jaar leeft ze gewoon weer van de studiefinanciering. Daarna wil ze als prof naar Denemarken.

„Ik wil niet naar Arnhem verhuizen, omdat elke ALO in Nederland met andere visies en methoden werkt. Het zou onlogisch zijn om voor mijn laatste jaar helemaal te veranderen”, vertelt Visser (38 interlands). Ze bestrijdt dat ze minder traint dan vereist. „Met de dames van Quintus train ik vier keer twee uur. Met de mannen van de club train ik ook nog twee keer per week mee. Daarnaast doe ik krachttraining en word ik in alles goed begeleid. Ik zie weinig verschil.”

Röttger praat vandaag met de Haagse ALO over een oplossing. Hij wil nog altijd dat Visser mee gaat trainen op Papendal. Röttger: „Als je nu compromissen toestaat hoef je ook geen handbalacademie op te zetten. Dan gaan speelsters links en rechts shoppen. We willen ze in één topsportprogramma hebben, met fulltime-trainers, een inspanningsfysioloog, een diëtiste, een krachttrainer, we hebben een atletiekhal, de best uitgeruste krachtruimte van Nederland. Dát is topsport.”

De Nederlandse clubcultuur kan daar niet tegenop. Visser weet dat zelf ook. In het afgelopen seizoen maakte ze Quintus landskampioen en werd ze gekozen tot beste handbalster van de competitie. „Ik ben daar trots op, maar ik weet ook dat veel internationals in het buitenland spelen. Ik merk dat de Nederlandse competitie er niet op vooruit gaat. Dat kan ook moeilijk anders als de beste speelsters maar één keer per week met hun club meetrainen. Soms heb ik wel eens moeite met de motivatie vanwege de tegenstand, dat is best erg als je pas 21 bent. Ik ben dus klaar voor de volgende stap.”

Oranje biedt wel genoeg uitdaging. Haar relatie met Röttger is goed. Diplomatiek: „Als je rechtlijnig denkt, heeft hij gelijk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden