Componist, charlatan: Cage

(Trouw)

Toen zijn ’The Silent Piece’, 4,5 minuut stilte, in 1952 voor het eerst werd uitgevoerd, riep de goegemeente om zijn verbanning uit New York. De tentoonstelling ’The Anarchy of Silence’ in Heerlen laat zien – en horen – hoe de anarchist John Cage nauwgezet naar dit werk toe werkte. En ze toont aan dat kijken naar een componist het oog kan strelen en het gemoed ontroeren.

Tentoonstellingen over componisten kom je niet veel tegen: kijken naar muziek is in veel gevallen net zo interessant als luisteren naar een schilderij.

Maar de twintigste eeuw heeft een aantal toondichters opgeleverd die juist een sterke band hadden met de beeldende kunst. Niet alleen waren ze vaak groot liefhebber, verzamelaar of zelfs beoefenaar: soms zijn hun partituren niet te onderscheiden van pentekeningen. Muziek om zo aan de muur te hangen.

Het is interessant dat dit jaar maar liefst drie verschillende tentoonstellingen werden gewijd aan dit onderwerp. Nog interessanter is dat die exposities zich toespitsten op twee naoorlogse Amerikaanse componisten uit de New York School: Morton Feldman en John Cage. In ’Morton Feldman and the Visual Arts’ toonde Het Irish Museum of Modern Art onlangs Feldmans verbinding met belangrijke schilders uit zijn tijd. „Ik heb meer van beeldend kunstenaars geleerd dan van componisten”, was een van Feldmans uitspraken.

John Cage was een goede vriend en geestverwant van de dikbebrilde Feldman. Concentreerde het Baltic Museum in Sagehead (Engeland) zich deze zomer vooral op de visuele talenten van Cage in ’Every Day Is a Good Day’, het Heerlense Museum Schunck laat Cage vooral als radicaal componist zien en horen, in het uitgebreide en mooi verzorgde ’The Anarchy of Silence’. Deze eerste grote Cage-tentoonstelling sinds zijn dood in 1992 was afgelopen jaar ook te zien in Barcelona en Høvikodden (Noorwegen).

Dat muziek over klank gaat, is een waarheid als een koe. Tegenwoordig is het heel gewoon om met sampling ook alledaagse geluiden de muziek in te werken, maar tot Cage was dat vrijwel onontgonnen terrein.

Natuurlijk: Edgard Varèse sprak al in de jaren twintig van de vorige eeuw over muziek als ’georganiseerd geluid’ (een term die door de jonge Cage met graagte werd geadopteerd). Varèse paste dat in zijn werk toe op enorme batterijen slagwerk, toentertijd in meerdere opzichten ongehoord. De elektronische muziek uit de jaren vijftig experimenteerde met omgevingsgeluid, verwerkt op een manier die je vandaag in de popmuziek wel hoort.

Maar Cage zette daadwerkelijk het raam open: omgevingsgeluid mocht in zijn muziek onopgesmukt zichzelf zijn en zich als gelijke nestelen tussen conventionele muzikale klanken.

„Als ik luister naar wat je normaal gesproken ’muziek’ noemt, lijkt het voor mij alsof er iemand aan het praten is – over zijn gevoelens of relaties”, zegt Cage in een interview op YouTube, met uitzicht op Sixth Avenue onder zijn raam. „Maar wanneer ik luister naar verkeersgeluid heb ik niet het gevoel dat er iemand aan het praten is. Ik heb daar het gevoel dat alleen geluid actief is. En ik hou van de activiteit van geluid. Mensen verwachten dat luisteren meer is dan luisteren. Dus soms praten ze over de betekenis van geluid. Als ik het over muziek heb, heb ik het over geluid dat niks betekent. Ik hou van geluiden zoals ze zijn.”

Cage rekte het begrip muziek definitief op tot alles wat geluid is en zelfs tot stilte, in zijn compositie ’4’33’’ ’. ’The Silent Piece’, zoals Cage het werk ook noemde, zou zijn meest spraakmakende worden: ruim vierenhalve minuut stilte. Toen het in 1952 voor het eerst werd uitgevoerd door een roerloze David Tudor aan de piano van de Maverick Concert Hall in Woodstock bij New York, hoorde het publiek wind en regendruppels op het dak.

Collega’s vonden dat Cage dit keer te ver was gegaan en tijdens de nazit werd er zelfs geroepen dat de kunstenaar uit de stad verbannen zou moeten worden.

Dat werk zette de toon voor critici. Nog steeds zien sommigen Cage als charlatan, of wordt zijn belang als denker belangrijker geacht dan als componist, dichter, beeldend kunstenaar en uitvinder. Zo demonstreerde ’The Silent Piece’ voor de cultuurhistoricus H.W. von der Dunk in ’De verdwijnende hemel’ „de omslag van experiment in idiotie of clownerie, wat overigens allerminst een beletsel vormde voor theoretici van het modernisme om deze flessentrekkerij met hoogstandjes van theoretisch gefilosofeer te vereren”.

In ’The Anarchy of Silence’ kun je zien (en met talloze koptelefoons ook horen) hoe nauwgezet de anarchist Cage tot dit werk kwam en dat het daar niet bij bleef. Geen enkele andere componist uit de afgelopen eeuw heeft zoveel nieuwe wegen in de muziek ontsloten, nieuwe compositiemethodes ontwikkeld en daarmee zo’n grote artistieke erfenis achtergelaten.

Het kost je zo een halve dag om al het materiaal in je op te nemen dat de New Yorkse kunsthistorica curator Julia Robinson bij elkaar heeft gebracht. ’The Anarchy of Silence’ is een schatkamer aan manuscripten, partituren, voorwerpen, geluidsvoorbeelden, kunstwerken van collega’s, installaties en video’s, ondergebracht in een aantal afdelingen.

De handschriften van Cage’ partituren zijn een lust voor het oog: alles even zorgvuldig gekalligrafeerd en uitgewerkt, elk detail is gezien.

Ontroerend is de doos met bruine enveloppen, met daarin de schroeven, tochtstrips en andere voorwerpen om tussen de snaren van de ’prepared piano’ te steken. Een uitvinding van Cage zelf, waardoor het instrument gaat klinken als een gamelan-achtig slagwerkorkest. Ook zijn er kunstwerken te zien van Marcel Duchamp, Robert Rauschenberg (eentje met Cage als co-auteur), Ellsworth Kelly en Nam-June Paik.

Van vrienden, collega’s en bewonderaars zijn er brieven te zien. Waaronder meerdere van componist La Monte Young, uit zijn studententijd in 1959. Young was de wegbereider voor de minimal music in de jaren zestig. Je kunt je afvragen of die stroming zou hebben bestaan als Cage er na 1950 de brui aan zou hebben gegeven.

Dat Cage zich bewust was van de kritiek op zijn werk, blijkt ook uit het eerdergenoemde YouTube-interview. Ontwapenend zegt hij daar: „Ik ben trouwens niet gek. De Duitse filosoof Emmanuel Kant zei dat er twee dingen zijn die niets hoefden te betekenen en ons toch veel voldoening geven. Het ene was muziek en het andere was gelach.”

En op die woorden volgt zijn aanstekelijk breedgebekte en geluidloze lach.

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden