Componeren om de dood te bezweren

Dodenrite | Het moest er een keer van komen: een requiem van componist Willem Jeths. Zijn decennialange fascinatie voor de dood komt hier tot uiting. 'Mijn muziek wordt steeds stiller.'

Het is druk in de smalle straatjes bij het Leidseplein in Amsterdam. Groepjes toeristen en fietsende studenten dwarrelen door elkaar; hun gelach weerkaatst tegen de gevels. Boven een van de restaurantjes, in een werkkamer aan de achterkant, schreef Willem Jeths gedurende twee jaar aan zijn Requiem. Zaterdag gaat het in première in de Zaterdagmatinee.


Voor wie Jeths (57) kent, komt een requiem niet als een verrassing. In veel van zijn werken, of het nou een blokfluitconcert of een symfonie was, kwam de dood om de hoek kijken. Zijn fascinatie voor dit mysterie zet hij telkens om in noten. Componeren is voor hem ook een manier om de doodsangst te bezweren, om de dood te leren accepteren. In zijn sfeervolle art-decokamer schenkt hij thee en probeert hij uit te leggen hoe dat werkt, componeren over de dood.


Jeths: "De eerste keer deed ik dat in het stuk 'Throb', dat ik in 1995 schreef na de dood van mijn moeder. Als kind durfde ik niet te slapen. Ik was bang om in mijn slaap dood te gaan. De dood was iets angstaanjagends. Maar toen ik aanwezig was bij het sterven van mijn moeder, zag ik dat de dood niet zo definitief was. Waar het leven eindigt, gaat de geest verder. Het 'zijn' verandert, maar stopt niet. Ik kan dat niet uitleggen. Maar die transformatie inspireert me enorm.


"Ik ben me sindsdien ook bewust van de aanwezigheid van het universele, iets dat je God zou kunnen noemen. Maar dat is voor mij niet per se gekoppeld aan bijvoorbeeld christendom of boeddhisme."


Hoe verloopt dat muzikale onderzoek naar de dood, naar die transformatie?


"Mijn muziek wordt steeds stiller, naarmate ik ouder word. Toen ik jonger was, vond ik het belangrijk om mijn hele boekenkast in de muziek te stoppen. Laten zien wat ik kan en weet, dat hoeft nu niet meer. Dat komt ook omdat de erfenis van het strict modernistische de muziek aan het verdwijnen is. Daarin kon je je verstoppen achter een intellectuele maskerade. Nu kan ik de ballast loslaten en steeds meer richting de stilte gaan. Hoe meer je loslaat, hoe verder je komt. En hoe makkelijker het wordt de dood te accepteren."


Hoe minder noten, hoe dichter bij het leven na de dood?


"Nee, ik pretendeer niet dat ik zo dichter bij het raadsel van de dood kom. Ik weet niet hoe het leven na de dood klinkt. De ontwikkeling naar stilte is mijn persoonlijke ontwikkeling. Misschien verandert mijn muziek nog in vreugde en extase als ik ouder word.


"Net als bij Olivier Messiaen. Die was zeer katholiek en kon heel uitbundig componeren. Tegen de kitsch aan. Als puber voelde ik me ook enorm aangetrokken tot het katholicisme. Ik zong in een koor in de kapel van een klooster in Amersfoort. Ik kom niet uit een gelovig mileu, maar zat op een katholieke middelbare school. We zongen er ook Latijnse missen.


"Op mijn kamer had ik een altaartje met crucifix. Gekregen van onze buurman, een uitgetreden priester. Ik heb sterk overwogen katholiek te worden, maar mijn ouders vonden dat moeilijk. Later is die behoefte minder geworden. Maar nog steeds ruik en voel ik een mystieke aanwezigheid in met name romaanse kerken in Italië."


En dan nu een requiem voor groot koor, een orkest en solisten, waarin al die fascinaties samenkomen. Wat betekent een requiem voor u?


"In een requiemmis zijn de stadia van rouw geformaliseerd. Het is een geleidelijk accepteren dat iemand die je nastaat er niet meer is en opgenomen gaat worden. Die functie had het al in de Middeleeuwen.


"Aan het eind, als de kist de kerk uitgedragen wordt, klinkt het In paradisum. Dan heb je de dode begeleid tot het moment dat je hem kunt laten gaan."


Er zit toch ook veel angst en dreiging in een requiem, met name in het Dies Irae?


"Dat klopt. In het begin van mijn requiem zit daarom veel gewelddadig rumoer. Daar vraagt de tekst om. Het begint met het smeken om eeuwige rust, requiem aeternam, en om ontferming, kyrie. En dan komt het Dies Irae, de Dag des Toorns. Dat zijn echt de donkere Middeleeuwen. 'k Zucht als een ter dood verwezen, maar mijn schaamrood schuldig wezen hoopt op uw barmhartig wezen.' Een groot deel van die tekst heb ik laten vallen, ik vond het te overdreven in deze tijd. Maar er zit ook zoveel muziek in de woorden van het Dies Irae.


"Je kunt echt klankschilderen hier. Zoals bij 'de wondere trompetrumoeren'. Natuurlijk denk je dan meteen aan het Dies Irae van Verdi. Hij schreef het requiem der requiems. Maar ik heb toch geprobeerd mijn eigen Dies Irae te maken."


Stijgen we nog op naar de stilte?


"Ja, gedurende het requiem worden tekst en muziek steeds rustiger. Na het Dies Irae en het Offertorium - een heftige aanroep van Heer Jezus Christus - komen het Sanctus en Benedictus: dat zijn grote soli voor de sopraan en de bariton. Het 'Agnus Dei' dat daarop volgt, heeft een mooie, laat-romantische melodie die als een mantra steeds terugkeert."


Hij zingt het even voor.


"Daar verheug ik me op. Het zou een klassieker kunnen worden, je kunt het zo nazingen."


Er zit ook een Lux Aeterna in. Hoe klinkt bij u het eeuwige licht?


"Ik heb geprobeerd dat uit te beelden op één toon. De G."


De G van God?


"Dat is toeval, een gevolg van het voorafgaande deel, wat toevallig op een G eindigde. Die toon klinkt heel etherisch, in een pianissimo met drie p's. Ik laat deze toon telkens verkleuren, telkens een andere gedaante aannemen. Of dit klinkt naar het eeuwige leven, dat weet ik niet. Het is hooguit een vermoeden.


"Er volgen nog een Libera me en een In paradisum. Daar gebruik ik een blokfluit en een celesta. Een blokfluit staat vaak op oude vanitasschilderijen. Een fluit zonder adem is immers een dood stuk hout.


"Dat vind ik een mooi symbool. En een celesta wordt alleen al door de naam - het Franse céleste betekent hemel - geassocieerd met de hemel."


Is het requiem aan iemand opgedragen?


"Nee, ik houd het liever objectief. Ik hoop wel dat er troost vanuit zal gaan. Al zal dit stuk nooit in een kerk worden gespeeld. Het is bedoeld voor de concertzaal."

Willem Jeths

Willem Jeths staat in een traditie van de laat-romantische componisten als Mahler. In de jaren tachtig werd hij opgeleid door Tristan Keuris, een van de weinige componisten die in die tijd niet modernistisch componeerde, maar geïnteresseerd was in klank, ritme en harmonie.


Ook de muziek van Jeths is kleurrijk en expressief. Dat Jeths op de schouders staat van vorige generaties componisten, is voor de kenners te horen omdat hij motieven van hen overneemt. Zo gebruikte hij het 'doodsakkoord' uit Mahlers Tiende symfonie en de harde klappen met een hamer uit diens Zesde symfonie. Dergelijke citaten noemt hij archetypen, omdat voor iedere luisteraar te begrijpen is waar ze een symbool voor zijn. In het Requiem gebruikt hij de instrumentatie van een akkoord uit 'La Mer' van Debussy, verklapt Jeths. Het is een groots effect waarmee hij iets goddelijks uitbeeldt.


Jeths is een van de meest gespeelde componisten van dit moment. Alle grote orkesten spelen zijn werk, ook buiten Nederland wordt hij opgevoerd. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest zal volgend jaar een tweeluik van hem uitvoeren. Hij schreef al een stuk voor de herdenking van het bombardement en voegt daar een stuk over de wederopbouw aan toe. In 2020 gaat een grote opera van hem in première bij De Nationale Opera. Jeths was van 2014 tot 2016 Componist des Vaderlands.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden