Complementaire revolutionairen

Ze vulden elkaar ideaal aan: Fidel de onderhandelaar en Che de idealist. Maar bleef Fidel Castro zijn strijdmakker echt tot op het laatst trouw?

Ze ontmoetten elkaar voor het eerst op een zomeravond van het jaar 1955 in Mexico City. Volgens Simon Reid-Henry sloeg de vonk tussen de toen nog gladgeschoren Fidel en de als altijd slordig geklede Che – ook wel ’el chancho’ of ’het zwijn’ genaamd – niet onmiddellijk over. Fidel was toen al een doorgewinterde politicus en revolutionair, met een eerste opstand tegen de Cubaanse dictator Batista en twee jaar gevangenis achter de rug. Che daarentegen was een dromerige jongeling die wel veel had rondgereisd en een indrukwekkende eruditie had opgebouwd, maar weinig kaas had gegeten van concrete revolutionaire actie. Fidels enthousiasme en vastberadenheid misten hun uitwerking echter niet en Che zag de kans schoon om zich – als enige Argentijn – bij de Cubaanse verzetstrijders te voegen en op 25 november 1956 het ruime sop te kiezen met een aftands, amper twintig meter lang houten vaartuig.

De rode draad in het verhaal van deze diep gewortelde vriendschap is dat de twee iconen van de revolutie elkaar zo goed aanvulden. Aan de ene kant had je Fidel, die tijdens een drie jaar durende guerrillaoorlog onderhandelingen voerde met de andere oppositiebewegingen in Cuba, en die buitenlandse journalisten – sigaar in de hand – vanuit het oerwoud te woord stond. Aan de andere kant was er Che, die een militaire bliksemcarrière maakte, de guerrillastrijders in het geheim opleidde en bij verraad onverbiddelijk overging tot fusilleren.

Nadat de guerrilla’s tenslotte op 1 januari 1959 triomfantelijk Havana waren binnengereden, kreeg de revolutie een institutioneel karakter. Fidel plaatste zichzelf steeds meer op de voorgrond en verwierf faam met zijn marathontoespraken in de tropische hitte, waar hij zo te zien geenszins onder leed. Che richtte zich niet minder toegewijd, maar meer achter de schermen, aan zijn ministeriële taken. Ondanks de verschillen tussen oerpragmaticus Fidel en de principiële idealist Che waren de twee mannen aan elkaar verslingerd, aldus Reid-Henry; hun correspondentie was intens, hun invloed op elkaars politieke ontwikkeling onschatbaar. En ze vulden elkaar volmaakt aan.

Althans, aldus hun jongste biograaf, aanvankelijk. Want gaandeweg bleken hun idealen onverenigbaar. Fidel liet zich steeds meer op sleeptouw nemen door de Sovjets en ondersteunde bijgevolg het principe van vreedzame coëxistentie binnen de gespannen context van de Koude Oorlog. Terwijl Cuba voor de Argentijn Che slechts een eerste fase was in de ontketening van een revolutie op wereldschaal, die alleen via gewapende opstand tot stand kon komen. Het resultaat van deze ideologische spreidstand is bekend: Che laat de Cubaanse politiek los, vertrekt naar Congo, moet zich daar zonder succes terugtrekken en vestigt vervolgens alle hoop op Zuid-Amerika, dat vanuit Bolivia alsnog bevrijd zou moeten worden.

In nogal wat eerder verschenen biografieën over Che wordt aangenomen dat Fidel zijn wapenbroeder in Bolivia in de steek liet en niets ondernam om te voorkomen dat de CIA in 1967 een einde aan zijn leven zou maken. Hij zou dat vooral uit opportunistische redenen hebben gedaan: Che was immers een doorn in het oog van de Sovjets en voor Fidel een compromitterend personage. Simon Reid-Henry daarentegen gelooft dat Fidel Che bleef steunen, maar dat Cuba’s politieke invloed in Bolivia te klein was en de communicatie met de guerrillero’s te slecht om hen effectief van dienst te kunnen zijn. Desondanks bleef Fidel, aldus de auteur, oprecht geloven in het welslagen van Che’s onderneming en kwam de tragische nederlaag van zijn boezemvriend als een onvoorziene klap.

Het laatste woord hierover is zeker nog niet gesproken, want Che en Fidels correspondentie tussen 1965 en 1967 is nooit gepubliceerd. Door de geslepen Fidel zoveel krediet te geven in de laatste fase van Che’s leven, zet de biograaf echter ook de toon voor zijn laatste beschouwingen. Hoewel zijn boeiende relaas deze vriendschap nuanceert, kiest de biograaf vreemd genoeg toch voor een eenzijdige conclusie. Volgens hem was solidariteit de enige echte bouwsteen voor deze revolutionaire vriendschap, en komen pragmatisme, berekening, plezier of jaloezie pas op de tweede plaats. Een nogal teleurstellend slot voor een uitstekend boek dat nu net aantoont hoe ontzettend complex een vriendschap tussen twee imponerende persoonlijkheden in revolutionaire tijden kan zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden