Compleet, ook zonder kroost

Schrijfster Renate Dorrestein koos bewust voor een leven zonder kinderen. Ze merkt dat ze zich voor die keuze voortdurend moet verantwoorden. Als vrouw ben je namelijk nog steeds pas 'af' met een gezin. In werkelijkheid is een kinderloos bestaan geen negatieve keuze, maar een keuze vóór een leven dat het best bij je past.

Lang voordat ik volwassen werd, wist ik het al: ik hoefde later geen kinderen. Ik wist dat met een grote stelligheid, zonder mitsen en maren, gewoon volgens de methode Punt Uit. Die gedachte heeft altijd standgehouden. Niet uit zogeheten ideële overwegingen, bijvoorbeeld omdat de wereld mij op een zeker moment al vol genoeg leek, en ook niet uit persoonlijke drijfveren omdat ik de beker van zwangerschappen en bevallingen wilde laten passeren, maar vanuit een ongepassioneerd, fundamenteel zeker weten dat het grootbrengen van kinderen niets voor mij zou zijn. Zo ongeveer op de manier waarop je zonder enige aarzeling weet dat cocaïne niet je ding is, of een cruise naar de Bahama's, of een volkstuin, of een studie economie.

Maar zoals iedere andere vrijwillig kinderloze vrouw ongetwijfeld ook weet: daar kom je niet mee weg. Over geen andere keuze in het bestaan word je zo vaak om tekst en uitleg gevraagd. Het oog van je gesprekspartner wordt loerend, de lippen tuiten zich. 'Maar zeg nou eens eerlijk. Waarom wilde je geen kinderen? En heb je daar nou echt nooit spijt van gekregen?'

Vreemd is dat. Ter vergelijking: ik wist ook al heel jong dat ik schrijfster wilde worden. Als ik op lezingen vertel dat ik dat al wist toen ik zes jaar oud was en bij de nonnen op de Mariaschool het alfabet leerde bemeesteren, dan kijkt het publiek mij bewonderend aan. Zo jong en reeds zo vastberaden. Letterlijk nog nooit heeft iemand, een lezer of een journalist, me hierover ter verantwoording geroepen. Nooit heeft iemand me gevraagd waarom ik dat wilde, en hoe het kwam dat ik zo zeker van mijn zaak was.

Gelukkig maar, want ik zou het zelf ook niet weten. Sommige overtuigingen zijn zo monolithisch dat je ze nooit bevraagt. Anderen hebben blijkbaar evenmin de behoefte om je op grond van die overtuiging een of andere vreemde pathologie toe te dichten (wat welbeschouwd best zou kunnen, want waar komt het verlangen vandaan om je leven te wijden aan het verzinnen van verhalen over niet-bestaande mensen en hun niet-bestaande problemen?).

Niet dat er een verband is tussen vrijwillige kinderloosheid en schrijverschap, maar waarom wordt het een als problematisch ervaren en het ander niet? Het zijn beide immers strikt particuliere uitingen van iemands persoonlijke configuratie: hier voel ik me senang bij, daarbij niet. En laten we wel wezen: je doet er geen groot of klein mens kwaad mee door geen kinderen van jezelf te willen. Maar zodra het onderwerp ter sprake komt en het blijkt dat je niet tot je grote verdriet nageslacht ontbeert maar zélf voor de eer hebt bedankt, dan gaan de wenkbrauwen argwanend omhoog en zijn allerlei verdenkingen je deel.

Wie er niet naar hunkert om een evenbeeld van zichzelf op aarde neer te zetten, lijdt in andermans ogen algauw aan een of andere psychische stoornis. Oeh! Maar wacht eens: dat zal wel komen doordat ze zelf een zielige jeugd heeft gehad. 'Daar is veel onderzoek naar gedaan, hoor.' Alleen wordt bij die aanname over het hoofd gezien dat menigeen die er wél voor kiest om zich voort te planten, de vurige wens heeft een betere ouder te zijn dan de eigen ouders waren. Een al dan niet rimpelloze jeugd is dus typisch zo'n resultaat uit het verleden waaraan geen garanties voor de toekomst kunnen worden ontleend.

Wie er niet naar hunkert om een evenbeeld van zichzelf op aarde neer te zetten, krijgt te maken met nog veel meer voorgeparkeerde vooroordelen. Zoals: Jij bent niet bereid je eigen zelfzuchtige pleziertjes op te geven voor zoiets moois maar inspannends als het doorgeven van het leven. Het is een geschenk, hoor, het leven. Zeg, maar heb je eigenlijk wel een man? O, al jaren? Decennia zelfs? Wil je dan geen kroon op jullie liefde? Wat gek.

Wie er niet naar hunkert om een evenbeeld van zichzelf op aarde neer te zetten, verneemt op z'n minst dat ze een egoïstisch ijskonijn is, en wordt daarnaast doorlopend bevraagd op haar vrouwelijkheid. Mijn laatste roman 'De stiefmoeder' gaat voor een deel over de hardnekkige verwachting dat het moederschap in de vrouwelijke natuur zit ingebakken. Hoofdpersoon Claire Paagman, die al jaren met haar man en diens dochter Josefien een hedendaags knip-en-plakwerkgezin vormt, bezit tot haar volle tevredenheid geen eigen kroost. Toch denkt haar man: 'Zelf zou ze het nooit met zo veel woorden erkennen, daar was ze de persoon nu eenmaal niet naar, maar diep in haar hart was Claire natuurlijk verzot op moederen. Zonder Josefien zou haar leven een schrale bedoening zijn geweest en zou zij de essentie van een normaal, volwassen bestaan hebben gemist.'

Ironisch genoeg dacht meer dan één journalist, in de interviews rond de verschijning van het boek, dat ik in deze passage het diepste van mijn ziel en het achterste van mijn tong had laten zien. Ze beschouwden de mening van Claires echtgenoot als een soort persoonlijk mea culpa dat zich nu eindelijk onstuitbaar uit mij naar buiten had gewrongen, haast mijns ondanks, maar toch. Ik kon ze er maar moeilijk van overtuigen dat ik die man alleen maar naar het leven had getekend door hem een tamelijk wezenloos idee reçu in de mond te leggen, en dat zijn uitspraak geen programmatische informatie over mijn eigen leven bevat.

Ik geloof niet dat ik diep in mijn hart verzot ben op moederen, dat mijn leven zonder nageslacht een schrale bedoening is en dat ik de essentie van een normaal, volwassen bestaan heb gemist; het zijn anderen die dat geloven. Wat die anderen meestal ook geloven is dat vrijwillig kinderloze vrouwen verstokte kinderhaters zijn. Het zou hen verbazen hoeveel aanleunkinderen er voortdurend op mijn stoep staan. Kinderen voor wie ik de aangewezen buitengaatse volwassene ben, eentje die niet zoals hun ouders een agenda met hen heeft en bij wie ze van harte welkom zijn met een goed, brisant geheim. Maar dat terzijde.

Hoe het zit met vrijwillig kinderloze mannen weet ik niet; wel ben ik geneigd te denken dat 'mannelijkheid' niet automatisch gelijk staat aan 'vaderschap'. Mannen zonder kroost lijken minder deviant te worden gevonden dan vrouwen zonder. Zoals de Engelse auteur Caitlin Moran schrijft in 'How to Be a Woman': 'Batman doesn't want a baby in order to feel he's "done everything". He's just saved Gotham again!' Maar als vrouw ben je nog steeds pas 'af' met een gezin. Zelfs in 2011 gaat het nog niet uitsluitend over wie we als vrouwen zijn en wat we doen, maar over de vraag of we wel kinderen produceren.

Zelf behoor ik, geboren in 1954, tot de eerste lichting vrouwen in de geschiedenis van de mensheid die door de beschikbaarheid van anticonceptiemiddelen werd losgekoppeld van hun biologische bestemming. Met tamelijk grote precisie konden we voorkomen dat we ongewenst zwanger werden, of zwanger tout court. Dat heeft veel heil gebracht, maar niet alleen dat. Want ofschoon moederschap technisch al geruime tijd te verijdelen valt, is het feitelijk nog steeds de bedoeling om dat alleen maar tijdelijk te doen, en om praktische redenen (studie, werk, krappe behuizing of gebrek aan pegels). Als alle obstakels eenmaal uit de weg zijn, zul je er uiteindelijk toch dolgraag aan willen geloven, verzekeren je vriendinnen, je moeder, je schoonmoeder en je collega's je.

Die aanname, of misschien moeten we het gewoon die druk noemen, heeft veroorzaakt dat er momenteel ontelbare uitstelmoeders rondlopen, vrouwen die na verloop van tijd toch opeens 'het tikken van hun biologische klok gaan horen', dan wel beginnen te lijden aan 'rammelende eileiders', fenomenen die tot voor kort onbekend waren. Het taalgebruik verwijst listig naar biologische factoren van jewelste, maar is het niet zo dat die vrouwen voor een deel ook worstelen met de maatschappelijke afkeuring die hen zal treffen als ze definitief tot afstel besluiten? Of met het feit dat moederschap een zó ingesleten vooruitzicht is, dat het amper voorstelbaar is dat je je leven ook op een andere manier vorm zou kunnen geven?

Om deze vrouwen in juiste banen te leiden wordt hen van alle kanten voorgehouden dat verschrikkelijke spijt hun onvermijdelijke straf zal zijn als ze hun vruchtbare jaren onbenut voorbij laten gaan. In de context van vrijwillige kinderloosheid valt geen woord zo vaak als 'spijt'. Variërend van 'Daar ga je later spijt van krijgen!' tot 'Heb je daar nou nooit spijt van gekregen?', gebezigd tegen hen die onverbeterlijk zijn gebleken, zoals ik.

O, wat zie ik mensen wellustig opveren als ik dan antwoord: 'Zeker heb ik er weleens spijt van gehad.' Maar natuurlijk is dat ook zo. Zo merkte ik op een gegeven moment dat het leven van ouders gekenmerkt wordt door zich automatisch aandienende seizoenen die parallel lopen aan de ontwikkeling van hun kinderen. Als die het huis uit gaan of zelf kinderen krijgen, breekt er voor hun ouders telkens een nieuwe fase aan. Ik besefte dat ik er zelf voor zou moeten zorgen dat mijn leven niet voortdurend zou bestaan uit meer-van-hetzelfde. Dat was nou typisch iets wat ik nooit had voorzien.

Evenmin had ik voorzien hoe verweesd ik me even zou voelen na de dood van mijn ouders. Opeens was ik als een verkeerd gelanceerde Spoetnik, die onbestuurd door de kosmos cirkelde. Tot dat ogenblik was ik onderdeel van de keten der geslachten geweest. Nu verbond niets meer mij met het verleden, en de geijkte lijn naar de toekomst had ik niet uitgeworpen. Dat had iets onthutsends.

Maar om dit soort momenten nu als wurgende, splijtende spijt te benoemen, dat gaat te ver. Net zo goed als het te ver zou gaan om op basis van mijn eigen ervaring-als-wees te concluderen dat we als soort blijkbaar hoofdzakelijk kinderen wensen omdat we er niet voor geëquipeerd zouden zijn om alleen te zijn.

Zitten er aan de meeste zaken des levens niet onverwachte kanten die we pas al doende ervaren? En betekent dat niet dat je ook als ouder onherroepelijk je momenten van spijt zult hebben - al was het maar omdat kinderen naast een bron van vreugde en geluk ook een bron van zorg en angst zijn? Niets is altijd sunny side up of zelfs maar bevredigend. Toch hoor je ouders daar relatief weinig over. Ik steek er mijn hand voor in het vuur dat menigeen weleens vertwijfeld denkt: Was ik hier maar nooit aan begonnen. Ik vermoed zelfs dat ouders zich vaker op die gedachte betrappen dan iemand die geen kinderen heeft. Logisch, want de verantwoordelijkheid die zij op zich hebben genomen, is behoorlijk ontzagwekkend. En dan hebben we het nog niet eens over echte taboes, zoals een kind waarvan je domweg niet kunt houden, of de averij die je huwelijk soms door nageslacht oploopt. Daar wordt helemaal in alle talen over gezwegen, want dat zou het romantische ideaal van de kinderwens wel erg ondergraven.

Ik heb zelfs weleens de indruk dat ouders hun eigen gevoelens van ongemak op kinderlozen projecteren. In plaats van zichzelf toe te staan af en toe spijt te hebben van hun eigen keuze en te erkennen dat ze misschien soms jaloers zijn op de vrijheid van kinderlozen, blijven ze bezwerend volhouden dat het ouderschap de enige ware levensvervulling is en dat mensen zonder kinderen van alles missen.

En zo is het welbewust afzien van nageslacht een kwestie geworden waarover je je voortdurend moet verantwoorden. Het wordt abusievelijk beschouwd als een negatieve keuze, een keuze tégen iets. In werkelijkheid echter, is het een keuze vóór een bestaan dat het best bij je past. Mensen die zich wel wensen voort te planten, hebben daarvoor doorgaans precies dezelfde reden. Ze willen kinderen omdat dat past bij hoe ze hun leven voor zich zien. Ze hoeven daartoe niets aan te tonen of te bewijzen, zij mogen niet pas als ouders aan de slag nadat ze met goed gevolg een cursus verstandig ouderschap hebben doorlopen, nee, het is genoeg dat ze zeker weten dat ze nu eenmaal kinderen willen, gewoon volgens de methode Punt Uit.

Mij lijkt het allebei even legitiem. En voor het voortbestaan van de mensheid is het natuurlijk voortreffelijk geregeld dat niet iedereen er zo over denkt als ik. Het is ook niet iets wat ik propageer. Het is gewoon zoals ik leef.

Ondertussen laat de maatschappelijke werkelijkheid zien dat het aantal vrijwillig kinderloze vrouwen de laatste jaren behoorlijk is toegenomen. Van vrouwen geboren rond 1940 verkoos 6 procent geen kroost, nu verwacht het CBS dat 25 procent van de vrouwen geboren na 1970 nooit moeder zal worden, waarvan driekwart uit vrije wil.

'Als het moederschap nu het mooiste in iedereen naar boven haalde, dan leverde het tenminste nog wat op', denkt levenslustige Claire in De stiefmoeder. En ze is bepaald niet meer de enige die hier zo haar eigen nuchtere ideeën over heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden