Compassie in de keuken

De leraar in ruste zit in een keuken zoals vroeger. Met zijn zessen wachten ze aan tafel op de boterhammen. Het is half vijf, de broodmaaltijd wordt hier stipt om vijf uur geserveerd. Bij het aanrecht staat de vrouw die vandaag de moeder van het gezin is. Er klinkt gerammel van borden en van bestek. Een verschil met zeventig jaar geleden, toen de leraar in ruste nog een jongetje was, is misschien dat zij nu in het wit is en een naambordje op heeft. En dat ze vanavond, na afloop van haar dienst, naar huis gaat.

De leraar in ruste logeert hier een paar weken, omdat zijn vrouw op wintersport is. Hij is blij dat hij niet meehoefde. Hij heeft altijd een hekel gehad aan alles waarbij hij niet met zijn benen op de grond kon staan - fietsen en autorijden uitgezonderd. Nooit heb ik hem zien zwemmen, skiën, om van parachutespringen maar te zwijgen, nooit stapte hij een vliegtuig in.

Hij lijdt er niet onder, dat de sneeuwpret ook dit jaar weer aan hem voorbij gaat. Dankzij de rolstoel hoeft hij over dit soort dingen ook geen besluit meer te nemen. Het nee-zeggen heeft hij achter zich gelaten en dat is voor hem misschien wel zo ontspannen. Zo hoeft hij niemand teleur te stellen.

Als altijd is hij opgetogen wanneer hij mij ziet. Ik pak een stoel en ga dicht naast hem zitten, aan tafel. Zo dichtbij kwam ik vroeger niet. Hij kon nog wel eens uitvallen, als het bestek op tafel niet exact recht lag, bijvoorbeeld. Of als hij zich realiseerde dat hij de namen van mijn kinderen niet meer precies wist. Ik leg mijn hand op zijn arm en hij vraagt welke dag het is.

Zaterdag, zeg ik. "Vandaag ben ik vrij en daarom ben ik nu bij je." Aan zijn ogen te zien zegt die hele zaterdag hem niet zo veel. Ik laat de naam van zijn favoriete tv-programma vallen, waar hij met ijzeren regelmaat naar kijkt, en waar zijn bezoek dus ook altijd naar moet kijken, als je toevallig net op zondagmiddag 12 uur bij hem langs komt. 'Buitenhof', zeg ik. 'Clairy Polak'. Hij kijkt me aan of ik zojuist de hoofdstad van Kirgizië genoemd heb.

We laten de dagen maar rusten. Even pauze.

Dan vraagt hij hoe het met mijn zus is. Wacht even, zeg ik, ik heb geen zus. Wie bedoel je? Ik leg hem allerlei namen voor uit de familie, maar hij blijft zijn hoofd schudden. Dan weet ik het niet, zeg ik. Hij zegt dat hij het ook niet weet. Samenzweerderig schelden we allebei op dat rare goedje in zijn hoofd, dat alles in de war schopt. Ik kijk nog eens goed naar hem. Zo saamhorig waren we vroeger niet.

Plotseling vraagt hij hoe het met mijn vriend is, die zijn ouders allebei pas heeft verloren. Met mijn antwoord neemt hij geen genoegen. "Nee", zegt hij, "hoe gáát het met hem. Het is niet niks als zoiets gebeurt." Even is het of hij weer vijftig is, even is hij weer de leraar bij wie alle leerlingen met lastige kwesties binnen komen lopen. Zo was hij altijd op zijn best. Wat dat betreft is er niets veranderd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden