Compacter dan in Persingen kan een dorpswandeling niet zijn

Het wordt in alle mogelijke geschriften hardnekkig het kleinste dorp van Nederland genoemd, maar 'knik in de Persingensestraat' zou een betere titel zijn.

Haro Hielkema

De gemeente Ubbergen, waartoe het dorp in de Ooijpolder behoort, gaf vorig jaar 101 als inwonertal op en berekende dat er 38 huizen stonden. Maar met permissie: dat wordt in het telefoonboek wel allemaal Persingen genoemd, maar de meeste adressen achter in de polder hebben hoegenaamd niets met die bocht in de weg van doen. Ze rijden er alleen met de auto door om snel in Nijmegen te komen.

Persingen ligt -net als alle oude boerderijen- op een heuveltje, een balkonnetje in een vlak groen landschap. De terpen worden pollen genoemd; zo hoopte men droge voeten te houden bij overstromingen van de Waal. Boven alles uit (14,4 meter boven NAP) torent een allerliefst kerkje uit de 14de eeuw met een ranke spits, op de plaats waar enkele eeuwen eerder een kapel voor de heilige Dionysius stond. Koor en schip van de kerk staan in geen verhouding tot elkaar, maar dat geeft alleen maar een grappig silhouet. Het heeft weinig gescheeld of het kerkje had er niet meer gestaan. Maar het overleefde de vele overstromingen van de Waal, het achterstallig onderhoud en het voortdurende geldgebrek. Zo herinnert een steen in de gevel aan een financiële actie in 1907 van 'eenige belangstellenden' en 'eene subsidie van het Rijk', waardoor de kerk 'voor vernietiging werd bewaard'. En waardoor Persingen zijn predikaat 'dorp' behield. Want een dorp zonder kerk is geen dorp meer.

Niet dat er nog veel gekerkt wordt. Een doodenkele keer vindt er een huwelijksdienst plaats en verder staat de deur de meeste weekeinden open voor bezoekers van een kunstexpositie of een concert. Tentoonstellingen en uitvoeringen van niveau, zo wordt verzekerd. Persingen heeft een naam, niet iedereen mag hier zijn kunsten vertonen. Honderd stoelen heeft het kerkje, meer mensen kunnen er niet in -alleen vleermuizen, in de toren. 's Avonds staat het door Heemschut bekroonde restauratieproject in de schijnwerpers en is het van verre een baken in de duisternis.

Ga je op een mooie dag met je rug tegen de buitenmuur van de kerk staan, dan heb je een fantastisch uitzicht op de stuwwal waarop Ubbergen en Beek liggen. Alsof je tegen een bergrug aankijkt. Het is zo'n onhollands hoogteverschil, dat de stichting Platform Toerisme Ubbergen her en der in het landschap schildersezels heeft neergezet met replica's van schilderijen die ooit op die plaats gemaakt zijn. Andersom, vanaf de bergrug over de Ooijpolder, is het panorama ook enorm fascinerend. Niet voor niets scoorde dit gebied vorig jaar hoog bij de verkiezing van de Mooiste Plek van Nederland.

Persingen is veel groter geweest, maar overstromingen hebben de meeste bebouwing verwoest. Er zit nog wat van de fundamenten van het kasteel van de Heren van Persingen in de grond, maar daar is alleen wat van bekend in de archieven.

Aan de westkant valt de schaduw van de kerk over een fors uitgevallen villa, aan de oostzijde wordt zij geruggesteund door een boerderij met een rijk verleden en een gigantische mestvaalt. Ooit woonde hier de burgemeester van Persingen, tevens boer, en tot 1963 stond het pand ook bekend als herberg De Bonte Os -zoals in het rieten dak nog steeds te lezen is.

Hier legden de voerlui aan, als ze met paard en wagen uit Nijmegen terugkeerden. Soms lieten zij zich zo vollopen dat zij beschonken in de wagen werden gelegd: klap op de kont van het paard en het dier sukkelde automatisch op huis aan.

We slenteren verder door Persingen, midden op straat. Tot aan de St. Hubertusweg tellen we nog zes boerderijen en een hoop schuren -het eigenlijke dorp heeft meer schuren dan mensen. Op één van de boerenerven is een minicamping gevestigd, met de naam (hoe kan het anders) De Weijde Blick. Er is zelfs nog een heuse parkeerplaats, voor bezoekers van de kerk en automobilisten die een middagdutje willen doen. Op de parkeerplaats staat een schildersezel met een tafereel dat topograaf Pieter Jan van Lienden in 1752 van het kerkje tekende. Maar dan hebben we Persingen gehad.

Nee, laten we de protestborden niet vergeten. 'Dit uitzicht is straks vereleden tijd. Dan ligt er een dijk die zes meter hoog is', schreeuwt een tekst in het weiland. En op een schuur prijkt de solgan 'Wij willen niet de nationale badkuip worden'. Het jarenlange verzet in de Ooijpolder wordt hier in een paar hartekreten samengebald.

Het is bijna niet meer bij te benen zoveel plannen er zijn uitgestort over de regio. Er zou een kanaal door de polder komen omdat de zesbaks duwboten de bocht in de Waal niet meer konden bevaren. Het gebied moest overloopgebied worden om bij nood overtollig Rijnwater op te vangen. Met de trauma's uit 1995 nog vers in het geheugen (vanwege het gevaar van overstroming werd de hele polder -kippen, koeien en geiten incluis- toen geëvacueerd), voelen de inwoners zich erg bedreigd. Spreek er Persingenaren over en de emoties zijn niet te stelpen. De plannen lijken van de baan, maar helemaal gerust zijn ze er nog niet op.

Wie niet genoeg heeft aan deze compacte wandeling, moet vooral de polder omlopen.

Ook interessant: het huis waar Daphne Deckers is opgegroeid, het torentje dat overbleef van het kasteel van Ooij, het legendarische hotel-café Oortjeshekken, de arbeidershuisjes van de steenfabriek, het buiten- en binnendijkse natuurgebied, de oude dijken, de bunkers van de IJssellinie. Ga alleen niet met de auto, want daar rijden er al veel te veel van in de Ooijpolder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden