’Communistische’ Joden niet naar Suriname

Vlak na de Tweede Wereldoorlog bestonden bij de Nederlandse en de Surinaamse overheid plannen om zo’n 30.000 ontheemde Joden een nieuw thuis te geven in Suriname. Het kwam er niet van, onder meer omdat gevreesd werd voor communistische infiltranten.

Dat concludeert oud-diplomaat Alexander Heldring in zijn onderzoek ’Het Saramacca project. Een plan van Joodse kolonisatie in Suriname’. Vandaag promoveert hij aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De Amerikaans-Joodse organisatie Freeland League onderhandelde twee jaar over de vestiging van tienduizenden Joden in Suriname. Zij zouden terecht komen in het district Saramacca, ten oosten van Paramaribo. Ze zouden de Nederlandse nationaliteit krijgen en hun eigen taal en cultuur behouden. In juni 1947 werd zelfs een principe-akkoord bereikt.

De Freeland League was al voor de Tweede Wereldoorlog op zoek naar een dunbevolkt gebied, waar Joodse kolonisten zich konden vestigen. Voor deze ’territorialisten’ was Palestina niet meteen een optie, omdat ze, in tegenstelling tot de zionisten, niet streefden naar het creëren van een onafhankelijke Joodse staat.

Aanvankelijk verliepen de onderhandelingen met Suriname goed. Na enige tijd werden ze echter stopgezet. Het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken stelde dat het om ’pseudo-communisten’ ging. „De overheid wenste geen grote aantallen Oost-Europese Joden in Suriname, omdat ze infiltranten zijn die Suriname in een communistische staat zullen veranderen’’, citeert Heldring het ministerie.

Den Haag ging ervan uit dat de Freeland League de mensen achter het IJzeren Gordijn zou zoeken. Het ging echter om een groep die in de ’ontheemden-kampen’ in de Amerikaanse en Britse bezettingszones in West-Duitsland en Oostenrijk verbleef, stelt Heldring.

Kort na de oprichting van de staat Israël, in mei 1948, besliste het Surinaamse parlement, onder druk van Nederland, de onderhandelingen uit te stellen. Freeland League heeft tot 1956 geprobeerd die te hervatten, maar dat bleef zonder resultaat.

„De precieze reden daarvoor wisten wij tot nu toe niet”, vertelt Lily Duijm van de Joodse Gemeente in Suriname. „Ik heb verschillende verhalen gehoord, maar dit is nieuw.” Het lijkt Duijm sterk dat zich destijds communisten onder de Joden bevonden. „Volgens mij zijn wij als bevolkingsgroep verre van communistisch”, zegt ze lachend. „Overigens hebben wij als gemeenschap nooit iets te maken gehad met de onderhandelingen.”

„Van echt verzet tegen de plannen was in Suriname eerst geen sprake”, zegt de Surinaamse historicus André Loor. „Er werd een economische impuls van verwacht, en Suriname was daar wel voor te vinden. De regering zag vooral de voordelen.”

Ook de Nationale Partij Suriname was tegen de komst van de Joden, omdat ze bang was voor economische en politieke overheersing. Suriname kende na de oorlog ruwweg 180.000 inwoners. De immigratie van 30.000 Joden zou grote gevolgen hebben gehad op de Surinaamse samenleving. Loor: „De Surinaamse gemeenschap zou er totaal anders hebben uitgezien.”

Onderzoeker Heldring was begin jaren tachtig in Suriname werkzaam op de ambassade. Daarnaast was hij ambassadeur voor Nederland in Burkina Faso, Niger, Ghana, Togo en Benin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden