Review

'Communisten moesten fascisten aannemen'

Liesbeth van de Grift (1978), historicus.

’We denken meestal dat de Midden- en Oost-Europese landen na Tweede Wereldoorlog een vrij radicale overgang maakten naar het communisme. De communisten grepen de regeringsmacht, zorgden ervoor dat hun politieke tegenstanders werden uitgeschakeld en dat alle lagen van de overheid werden ontdaan van ’ongewenste elementen’, oftewel nationaal-socialisten en fascisten.

Uit mijn onderzoek blijkt dat hier weinig van klopt, al houden de communistische leiders graag het beeld in stand van een ingrijpende personele schoonmaak. In mijn boek beschrijf ik een Roemeense cartoon waarop een man voor zijn kledingkast staat: de uniformen in zijn kast dragen de emblemen van de opeenvolgende autoritaire regimes die in zijn land aan de macht waren. Velen ruilden dat van de fascistische beweging in voor die met de hamer en sikkel.

Ik kwam op dit onderwerp via mijn vorige werkgever: de Alfred Mozer Stichting, die de PvdA 1990 oprichtte om Oost-Europese landen na de val van de muur te helpen met het opbouwen van een democratie. Alfred Mozer was de eerste Internationale secretaris van de partij. Dat werk was heel internationaal, heel interessant, maar als historicus had ik toch de neiging om verder in de geschiedenis terug te kijken. Dat helpt, vind ik, om de problemen in Oost-Europese democratieën beter te begrijpen.

Aanvankelijk was ik van plan om behalve de machtsovergang in Roemenië ook die in Hongarije en Bulgarije te bestuderen. Maar dat was te moeilijk, alleen al vanwege de verschillende talen. Ik heb daarom de overgang van Roemenië vergeleken met die van Oost-Duitsland.

Uiteindelijk bleek tussen die twee landen grote verschillen te bestaan.

In Roemenië wist de communistische partij in zeer korte tijd van duizend naar een paar miljoen leden te groeien. Dat kon niet zonder ook voormalige fascisten te accepteren. Toen de communistische partij in 1945 de macht greep, besloten de nieuwe machthebbers om de genomen leden van de IJzeren Garde vrij te laten. Zij eisten daarbij alleen gehoorzaamheid aan het nieuwe bewind. Als snel kwamen vroegere leden van de IJzeren Garde in de nieuwe geheime dienst. Het belangrijkste criterium voor toelating was niet je politieke verleden, maar je vakkennis.

Dat die breuk niet zo radicaal was, is ook niet zo gek. Die twee ideologieën stonden elkaar naar het leven, maar vooral omdat zij concurrenten waren. Fascisme en communisme hebben totalitaire wortels.

In Oost-Duitsland was er een andere situatie, waardoor de communistische overheid voor negentig procent bestond uit nieuwe mensen. In Duitsland waren de nationaal-socialisten veel langer aan de macht dan in Roemenië, waardoor de tegenstellingen veel groter waren. Daar kwam nog bij dat de communisten zich nog de situatie herinnerden van 1918-1919, toen de machtsgreep mislukte en zij achteraf concludeerden dat de zuivering halfslachtig was doorgevoerd. Dat wilden zij niet nog eens laten gebeuren.

Het bezoek van de archieven in Berlijn en Boekarest was een feest. Het is natuurlijk geweldig dat die zijn open gegaan. Het archief in Boekarest is nog weinig geordend en ik wist soms niet wat ik met die enorme hoeveelheid aanmoest.

Om die archieven te kunnen lezen moest ik Roemeens leren. Ik heb in Nederland daarvoor een cursus gevolgd en heb tijdens die vier maanden die ik in Boekarest doorbracht, veel bijgeleerd. Ik beheers het Roemeens nu passief. Hoewel in mijn woordenschat vrees ik wel wel het nodige communistische jargon zit.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden