Communisten in het bestuur

Zondag overleed Thewis Wits, de laatste van vier communistische wethouders in de stad Groningen. De landelijke CPN was nooit erg happig op lokaal meebesturen. Andere partijen waren ook niet erg enthousiast.

Voor 1940 waren de communisten in Nederland een te verwaarlozen factor. Ze kwamen nooit verder dan één Kamerzetel. De Tweede Wereldoorlog veranderde dat. De heroïsche strijd van de Sovjets tegen de Duitsers vanaf 1941, de prominente rol van de communisten in het Nederlandse verzet en de armoedige situatie na de bevrijding bezorgden de CPN een ongekende populariteit. De gevestigde orde zag met lede ogen aan dat het aantal leden van de revolutionaire partij groeide van tweeduizend naar vijftigduizend. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1946 haalde de CPN 10,6 procent van de stemmen. In hetzelfde jaar veroverde de partij een derde van de zetels in de Amsterdamse gemeenteraad. Ze was er even groot als de PvdA. De communisten kregen met twee man een plek in het college.

Dat ging goed tot de Koude Oorlog de mondiale verhoudingen echt ging bepalen. De communistische machtsgreep in Tsjecho-Slowakije in februari 1948 vormde een waterscheiding. De internationale verontwaardiging was groot. De angst voor het Rode Gevaar groeide.

De CPN zette de gebeurtenissen in Tsjecho-Slowakije in een brochure getiteld 'Praag en ... Den Haag' juist neer als een voorbeeld voor Nederland. Het leidde in maart 1948 tot zeer emotionele vergaderingen in Amsterdam. Een raadsmeerderheid eiste dat de twee wethouders afstand namen van de machtsgreep in Praag. Die weigerden. De zeer emotionele discussie die volgde ging vooral over zaken buiten de hoofdstad: de Marshallhulp, de Politionele Acties in Nederlands-Indië, communistische wandaden in de wereld en onverkwikkelijkheden in de jaren 1940-1945. Een van de raadsleden wierp een CPN-wethouder zelfs voor de voeten dat die in kamp Vught een executie zou hebben toegejuicht met de woorden "Dat hindert niet; die kerels hebben ons al lang genoeg voor de voeten gelopen!" De wethouder kon aantonen dat hij nooit in Vught gevangen had gezeten. Zijn positie als wethouder (en die van zijn collega/partijgenoot) bleek echter onhoudbaar. De CPN verdween voor jaren in de oppositie en werd daar zoveel mogelijk gemarginaliseerd. Door het in 1951 ingestelde verbod voor ambtenaren om lid te zijn van de CPN waren er geen gelijkgezinden meer werkzaam in het stadhuis. De partij werd ook geweerd uit raadscommissies.

Pas in 1966 kreeg de CPN weer een wethouder in de hoofdstad. De partij wekte de indruk iets minder dan voorheen aan de leiband van Moskou te lopen. Internationaal was er wat meer ontspanning. Een jonge generatie omhelsde het progressieve gedachtengoed. Veel was ook te danken aan de inhoudelijk opererende CPN-leider Harry Verheij (ook hij overleed in 2014). Deze oud-verzetsman werd de nieuwe wethouder en zou dat blijven tot 1978.

Ook Zaandam had enige tijd een CPN-wethouder, maar de communisten kregen nog het meeste voet aan de grond in de provincie Groningen. In diverse gemeenten werden ze bij gemeenteraadsverkiezingen de grootste. In Finsterwolde haalden ze zelfs de absolute meerderheid. Den Haag keek er met afgrijzen naar. De wet werd veranderd om in te grijpen. Van 1951 tot en met 1953 maakte een burgemeester als regeringscommissaris de dienst uit in de gemeente. Bij de eerstvolgende verkiezing daarna haalde de CPN overigens gewoon weer de absolute meerderheid. De grote voorman van de communisten in Groningen was de activistische Fré Meis.

Ook Thewis Wits, de zondag op 67-jarige leeftijd overleden laatste van vier CPN-wethouders in de stad Groningen, kwam tot wasdom onder de vleugels van Meis. Hij deed onder meer ervaring op met het voeren van actie voor arbeiders in de strokartonindustrie in Oost-Groningen. In de hoofdstad van de provincie was hij later lid van een voor Nederlandse begrippen zeer links college dat met de jonge Max van den Berg (PvdA) ook nog een wethouder met haar- en baarddracht van Marx en Engels in de gelederen had.

De landelijke CPN bracht nooit veel enthousiasme op voor meebesturen op lokaal niveau. Het leidde volgens velen enkel tot verwaterde principes en tot het uit zicht raken van de revolutie. Ben Polak, een van de twee Amsterdamse CPN-wethouders, dacht er in retrospectief net zo over: "Communistische wethouders, dat is allemaal onzin. Zuiver reformisme. Je kunt alleen in de marge wat doen."

De CPN ging in 1990 op in GroenLinks. Ook de daarna pas landelijk opgekomen SP heeft marxistische wortels. Alleen de NCPN blijft zichzelf consequent communistisch noemen. De partij had aanvankelijk nog succes in Oost-Groningen, maar zit tegenwoordig alleen nog in de raden van de gemeenten De Friese Meren en het Noord-Hollandse Heiloo. Overigens zonder dat dit nog veel verontrusting wekt bij het establishment.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden