Communisten en ANC Siamese tweeling

Stephen Ellis en Tsepo Sechamba, Comrades against apartheid. The ANC and the South African communist party in exile. James Currey, Londen. 214 blz., f 43,75. (geen vert. in Ned.)

ERIC BRASSEM

Dat wijd verbreide verhaal is niet waar, aldus de schrijvers van het boek 'Comrades against apartheid'. De Partij worstelde wel met het onder een klasse-noemer krijgen van zwarte en blanke proletariers; en inderdaad, er was een (een) arbeider die de gewraakte leuze meevoerde, in een (nota bene multiraciale) communistische demonstratie. Maar een woedende partijbons nam het spandoek hoogstpersoonlijk in beslag. De leuze was vrucht van een particulier initiatief, en is nooit een officiele partijleuze geweest.

Gelukkig maar voor de Zuidafrikaanse communisten. 'n Geluk voor anti-communisten is, dat er in de nissen van het communistische verleden nog genoeg spinnewebben kleven, met niet minder genante ongerechtigheden. Het boek zet daar onbarmhartig de schijnwerper op - het belicht de feiten, zonder per se een 'pro' of 'contra' standpunt te willen uitdragen.

Die feiten pakken niet gunstig uit voor de communistische partij van Zuid-Afrika (SACP). Veel details uit het verre en recente verleden van de nog immer in de semi-clandestiniteit opererende SACP blijven trouwens verborgen, ook na lezing van dit boek. Dat komt deels doordat het nog te vroeg is voor een definitieve geschiedschrijving (de schrijvers noemen hun boek zelf 'een tussenrapport'). Bovendien is de situatie in Zuid-Afrika, met zijn doodseskaders en onverwerkte trauma's, niet erg gunstig voor 'zuiver wetenschappelijk onderzoek' over thema's die nog onverminderd 'heikel' zijn.

De auteurs ontlenen hun informatie vaak aan contacten binnen de partij, en moeten hun bronnen beschermen. Sterker nog: een van de beide schrijvers is zelf SACP-lid, en moet zich tegen de woede van zijn kameraden beschermen. Hij werkte mee onder pseudoniem. De andere schrijver, Stephen Ellis, is oudhoofdredacteur van het Afrika-'vakblad' Africa Confidential, en tegenwoordig directeur van het in Leiden gevestigde Afrika Studie Centrum.

Een 'volkswijsheid' - en stokpaardje van de Zuidafrikaanse regeringspropaganda - blijft na lezing van het boek recht overeind: de bevrijdingsbeweging ANC en de SACP zijn sinds jaar en dag onlosmakelijk met elkaar verbonden. "Een Siamese tweeling, onafscheidbaar zonder de dood van de een of beide te veroorzaken" , zo noemen de auteurs het verbond tussen SACP en ANC. Die omstrengeling duurt onverminderd voort, en daarin schuilt het grote belang van dit boek.

De schrijvers onderbouwen de al jaren in brede kring levende veronderstellingen over de twee-eenheid tussen ANC en SACP met onthullende, tot dusver half bekende voorbeelden. Anderzijds brengen ze nuances aan, die in een propagandistische kraam niet van pas komen. De orthodoxe rigiditeit van de SACP komt aan bod (tot op de dag van vandaag heeft de partij een ongeschokt vertrouwen heeft in de historisch onvermijdelijke overwinning van het socialisme, en warme betrekkingen met de Cubaanse zusterpartij) naast de nietsontziende vervolgingspraktijken van Pretoria's veiligheidsapparaat. Die dingen hangen met elkaar samen, en het is belangrijk dat in te zien.

Het streven van de SACP om controle te krijgen over het ANC was de partij al in 1928 gedicteerd door de moederpartij in Moskou. De communisten (1750 leden sterk) kregen te horen dat de proletarische revolutie in de Britse kolonie voorlopig nog niet in zicht zou zijn; eerst moest de nationalistische strijd gestreden worden. Derhalve kreeg de SACP de opdracht om 'bijzondere aandacht' te wijden aan het ANC, en deze "om te vormen tot een strijdende nationalistische revolutionaire organisatie tegen de blanke bourgeoisie en de Britse imperialisten" .

Dat 'nationalistische' accent op de klassenstrijd bleef tot op heden een rode draad: het blanke minderheidsregime beschouwden de communisten als een 'bijzondere vorm van kolonialisme'. Eerst de nationale bevrijding, met als vehikel het ANC, daarna de socialistische revolutie, bleef het motto.

Vanaf 1960 valt de geschiedenis van de SACP niet meer los te zien van die van het ANC. In dat jaar werd het ANC verboden, en besloot de organisatie over te gaan tot de gewapende strijd. De communisten waren al tien jaar daarvoor verboden. Zij hadden de ervaring in de illegaliteit - en bovendien de internationale contacten - om de gewapende vleugel Umkhonto we Sizwe ('Speer van de Natie', kortweg: MK) op te zetten en uit te bouwen.

De SACP vormde een soort vrijmetselarij, een treffend spiegelbeeld van de blanke Broederbond, de denktank van de regerende Nationale Partij. De SACP vroeg de meest gezaghebbende ANC'ers voor het (geheime) lidmaatschap. De SACPleden bekonkelden een gemeenschappelijke lijn voor hun bestuursfuncties in het ANC. Zo drukte deze elite, gehouden aan een stricte partijdiscipline, een stempel op het ANC die in geen verhouding stond met haar numerieke gewicht. Het waren de communisten, die de gewapende strijd tot een hoeksteen van de ANC-strategie maakten.

De auteurs hebben geen al te hoge pet op van het succes van de gewapende strijd - overigens zonder aan die strijd een moreel oordeel te verbinden. De bommencampagnes waren effectief als reclamecampagnes, en mogen De Klerk een zet hebben gegeven in de richting van onderhandelen, dat wel. Maar niets is er geworden van de geplande 'volksoorlog', die de communist en MK-strateeg Joe Slovo en anderen uitstippelden na een missie in 1978 aan Vietnam.

De auteurs doen een razend interessant boekje open over zowel de interne verpeste verhoudingen binnen MK, ANC en SACP, als over de competentiestrijd tussen deze met elkaar vervlochte organisaties. De strijd valt soms, maar niet altijd, samen te vatten als een strijd van SACP'ers tegen niet-communisten: omdat het SACP-lidmaatschap geheim was, konden de ANC'ers niet weten waartegen ze vochten. Ook etnische, ideologische en persoonlijke tegenstellingen speelden een rol. Het boek beschrijft gedetailleerd rivaliteiten, bijvoorbeeld die tussen top-SACP'er Chris Hani en top-ANC'er Joe Modise, die beiden tot de MK-leiding behoorden.

Ook staan ze uitvoerig stil bij de opstand in 1984 van ANC-strijders in ballingschap, die het zat waren te moeten vechten in Angola en niet in Zuid-Afrika; en de ijskoude manier waarop de opstand werd bedwongen. De ruzies fnuikten niet alleen de gewapende strijd, ook nu nog speelt de onenigheid door in de top van het ANC en de SACP.

Hoewel het boek stopt bij de legalisatie, in februari 1990, van de SACP, is het onmisbaar als naslagwerk voor wie een beter begrip wil hebben van wat zich nu afspeelt binnen die partij en binnen het ANC. De stof zal met rode oortjes gelezen worden in Zuid-Afrika, en door Zuid-Afrika-watchers hier te lande. Een breder publiek zal het boek helaas niet trekken: de stof is daarvoor te specialistisch, en de beschrijving is gespeend van anecdote of menselijke invalshoeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden