Review

Communisme beticht van 100 miljoen moorden'De blauwe ogen van de Revolutie schitteren van een noodzakelijke wreedheid'

Het is heel simpel: 'Le livre noir du communisme', dat is 846 pagina's vol verschrikkingen en ellende. De ondertitel zegt het al: 'Crimes, terreur, répression'. Toch staat dit boek in Frankrijk bovenaan de lijst van bestsellers. In drie weken tijd zijn er 50 000 exemplaren van verkocht. En dat in een land waar de communistische partij ooit dertig procent van de stemmen haalde en waar het communisme ook nu nog velen fascineert, zij het dan tegenwoordig vaker als tegenstander dan als medestander.

Na het lezen van 'Le livre noir', geschreven door vooraanstaande historici, onder redactie van Stéphane Courtois, lijkt het helemaal onmogelijk (bepaalde vormen van) het communisme nog langer te verdedigen. Of liever - want China en de Sovjet-Unie zijn allang niet meer 'in' - om verzachtende omstandigheden aan te voeren voor dit of dat communistische bewind - dat van Fidel Castro bijvoorbeeld, of van de sandinisten in Nicaragua, of Vietnam. Zelfs van 'de Che', Ernesto Guevara, blijft geen spaan meer heel.

Wat de 'misdaden, terreur en repressie' betreft, zou het communisme terug te voeren zijn op een eenvoudig rijtje cijfers:

- USSR, 20 miljoen doden, - China, 65 miljoen doden, - Vietnam, 1 miljoen doden, - Noord-Korea, 2 miljoen doden, - Cambodja, 2 miljoen doden, - Oost-Europa, 1 miljoen doden, - Latijns Amerika, 150 000 doden, - Afrika, 1,7 miljoen doden, - Afghanistan, 1,5 miljoen doden, - communistische internationale en niet-regerende communistische partijen, ongeveer 10 miljoen doden.

Het totaal komt in de buurt van 100 miljoen doden, schrijft Stéphane Courtois in zijn voorwoord - en daar wringt meteen de schoen. Want niet alleen is onduidelijk waar Courtois zijn cijfers vandaan haalt, bovendien vergelijkt hij dit dodental met dat van het Derde Rijk: 25 miljoen. Zonder erbij te zeggen dat het eerste berekend is over meer dan driekwart eeuw, in een gigantisch gebied, terwijl de doden waar het nazisme schuld aan had, voornamelijk in Europa zijn gevallen, in een tijdsbestek van twaalf jaar.

Zeker, hij wijst wel degelijk op 'het uitzonderlijke karakter van Auschwitz'. Maar dan eigenlijk alleen omdat de jodenvernietiging zo'n 'industrieel proces' was geworden, waarvoor de modernste middelen werden aangewend. Meer een kwestie van schaal en technologie dan van iets anders dus. Voor het overige, schrijft Courtois, “sluit 'klassen'-genocide aan bij 'rassen'-genocide: de dood van een kind van een Oekraïense koelak dat bewust is uitgehongerd door het stalinistische bewind, is 'evenveel waard' als de dood van een joods kind uit het getto in Warschau, dat bewust is uitgehongerd door het nazibewind.”

Dat is krasse taal. Maar Courtois gaat nog veel verder. Om te beginnen zet hij uitvoerig uiteen, waarom volgens hem de misdaden van de communistische regimes onder dezelfde noemers moeten vallen als die van de nazi's: misdaden tegen de vrede, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. Verder verbaast hij zich erover dat de communistische (ex-)leiders niet berecht zijn, zoals de nazi-top in Neurenberg; sterker, van zo'n 'tribunaal' is helemaal geen sprake.

Maar wat Courtois vooral bevreemdt is dat, volgens hem, de misdaden van 'het' communisme nog steeds worden doodgezwegen dan wel bedekt met de mantel der liefde. Over alle vervolgingen in met name de Sovjet-Unie - van 'koelaks', (vermeende) herenboeren, kozakken, gegoede burgers, Oekraïeners, joden en andere minderheden, en van eenieder die zich maar enigszins tegen het bewind verzette - is veel minder geschreven, aldus Courtois, dan over de misdaden van de nazi's. Er zijn over het Sovjet-regime geen films als 'Nuit et Brouillard', 'Shoah', 'Sophie's Choice' of 'Schindler's List' gemaakt.

Die bewering is tamelijk boud en wordt door Courtois zelf tegengesproken in die zin dat hij en zijn mede-auteurs met een indrukwekkende literatuurlijst komen. Maar ook daar blijft het niet bij. Net als Bolkestein beticht Courtois alle (ex-)communisten, alle fellow-travellers, ja alle (gewezen) sympathisanten van een zekere medeplichtigheid. Actieve medeplichtigheid, voor zover het met de voeten treden van de meest elementaire mensenrechten in de Sovjet-Unie, China, Oost-Europa of op Cuba bewust verzwegen werd. Uit naam van een ideaal of, om met Sartre te spreken, “om Billancourt (lees: de arbeidersklasse; in Billancourt stond vroeger de Renault-fabriek) niet tot wanhoop te brengen”. Of een meer passieve medeplichtigheid door voorzichtigheidshalve de andere kant op te kijken: het 'wir haben es nicht gewusst'-syndroom. “De blauwe ogen van de Revolutie schitteren van een noodzakelijke wreedheid”, schreef - mooi, maar o zo hypocriet! - de dichter Louis Aragon, die zíjn ogen z'n leven lang dichthield waar het de Sovjet-Unie betrof.

Stéphane Courtois is een goed historicus. Hij is bovendien uitstekend thuis in de communistische wereld, vooral die in Frankrijk: hij is ook de auteur van een alom gewaardeerde geschiedenis van de PCF, de Franse communistische partij - de enige trouwens in Europa die haar naam niet veranderd heeft. Maar hij staat ook bekend als provocateur. En met het voorwoord waarin hij bovengenoemde beweringen doet, gaat hij zelfs twee van zijn mede-auteurs te ver. Nicolas Werth, die het indrukwekkende deel over de Sovjet-Unie schreef, en Jean-Pierre Margolin, auteur van de hoofdstukken over China en Zuid-Oost-Azië, namen publiekelijk afstand van Courtois' inleiding.

Zij vinden dat 'het' communisme niet zonder meer verantwoordelijk gesteld kan worden voor alle misdaden die in 'zijn' naam zijn begaan. De mensen, de leiders, de regimes, ja - en ook, op een veel lager niveau, de uitvoerders; maar niet 'het' communisme als ware dat een persoon; niet het per slot van rekening menslievende ideaal dat eraan ten grondslag ligt; en zeker niet alle 'omstanders', om met Raul Hilberg, dé historicus van het nazisme, te spreken.

Werth en Margolin zijn ook wat terughoudender met cijfers. We zijn hier tenslotte op een terrein dat per definitie maar zeer gedeeltelijk gedocumenteerd is, en we hebben te maken met archieven die nog maar betrekkelijk kort toegankelijk zijn. Maar ze zijn ook veel genuanceerder waar het de intenties betreft.

O ja, een groot deel van de repressie, onder Stalin én onder Lenin, is van hogerhand, planmatig, ingesteld. En beide leiders hebben zowel het gijzelen van gewone burgers als de voedselvoorziening (en dus de hongersnood) bewust als wapen gehanteerd - vaak gecombineerd: dorpelingen moesten gegijzeld worden (en in een volgend stadium zonder pardon vermoord) zolang de boeren weigerden het door de overheid opgeëiste deel van de oogst af te staan.

Werth geeft, in al zijn afstandelijkheid, een ijzingwekkend relaas van de martelingen en moorden waaraan met name opstandige boeren en arbeiders werden onderworpen. Hele dorpen werden soms willens en wetens van de kaart geveegd. De schrijver Michail Cholokhov schreef in 1933 een brief aan 'kameraad Stalin' waarin hij geschokt vertelde wat er met boeren gebeurde als ze niet met voldoende graan over de brug kwamen: dat ging van de bevriezingsmethode tot het 'opwarmen' van de voeten met behulp van kerosine. . . En dat is dan nog maar één voorbeeld.

Maar de hongersnoden die zowel grote delen van de Sovjet-Unie (Oekraïne!) als China teisterden, werden ook veroorzaakt door puur wanbeleid. En de repressie die volgde als boeren minder leverden dan het 'plan' voorschreef (meestal omdat het plan onzinnig was en de leiding geen besef had van wat er onder de bevolking leefde) kwam voor een deel voort uit wat men zou kunnen noemen de blinde woede van de dictator - of zijn trawanten - die niet kan hebben dat groepen mensen aan zijn macht ontsnappen.

Daarmee wordt de terreur nog volstrekt niet goedgepraat! Alleen liggen de zaken misschien niet zo eenduidig als Courtois ons wil doen geloven - al zal niemand meer betwisten dat er een inherente verwantschap bestaat tussen de ene en de andere vorm van totalitarisme. Dat hebben auteurs als Poliakov, Todorov of Isaiah Berlin al uitgebreid aangetoond. Maar dat is niet wat Courtois bedoelt.

Die ruzie - of dat meningsverschil - tussen de auteurs, de polemiek rond het hele boek, heeft de aandacht wat afgeleid van waar het werkelijk om gaat en dat is jammer. Want hier ligt een zeer goed gedocumenteerd, serieus naslagwerk. Door het 'schandaal'-sfeertje eromheen kan het echte belang van het boek wel eens op de achtergrond raken.

Voor de deskundige historici, de insiders, zal 'Le livre noir du communisme' niet echt veel onthullingen bevatten. Wel komen er, door het opengaan van de archieven in de Oostbloklanden, voortdurend allerlei nieuwe gezichtspunten en bijzonderheden naar voren en wordt beetje bij beetje duidelijk hoe de dingen echt in hun werk gingen en wie welke beslissingen nam. Voor de geïnteresseerde leek is 'Le livre noir', in al zijn afschuw, buitengewoon boeiend. Te zien hoe de radertjes in elkaar grepen, hoe een beslissing in Moskou of Beijing perfect opgepikt werd door plaatselijke comités die ook nog een appeltje te schillen hadden met deze en gene en hoe ver gewone, 'brave' burgers kunnen gaan in 'slechtheid', wat een inventiviteit ze aan de dag kunnen leggen als het erom gaat anderen te pesten, te vernederen, te vernietigen - dat schept altijd weer verbazing.

Interessant is ook het hoofdstuk over Cuba. 'We' zijn misschien geneigd Fidel Castro meer te vergeven dan Stalin, Mao en zelfs 'Oompje' Ho. Misschien omdat hij wat kleurrijker is, omdat Cuba, door de muziek, het klimaat en de Latijns-Amerikaanse cultuur, wat gemoedelijker overkomt dan andere communistische landen - en vooral omdat Cuba vanaf het begin het mes op de keel is gezet door de Verenigde Staten.

Maar de auteur van dit hoofdstuk, de journalist Patrick Fontaine, laat er geen twijfel over bestaan dat ook op Cuba de repressie regel is en geen uitzondering. Niet alleen ten opzichte van dissidenten zelf. In Cuba kun je, net als in de vroegere Sovjet-Unie, veroordeeld worden als 'familielid van'. Alsof een oppositionele houding in de genen zit! Trouwens, nauwelijks had Fidel de macht gegrepen of hij zag al niets meer in de eerder door hem beloofde democratie: “Verkiezingen? Waarvoor?” zei hij al in 1959.

'Le livre noir' laat goed zien hoezeer ontwikkelingen in toch heel verschillende landen parallel lopen. In zijn slotwoord onderstreept Courtois dat verscheidene communistische leiders 'iets hebben' met chirurgie en graag verwijzen naar het wegsnijden van rotte plekken, van kankercellen, en dergelijke. Pol Pot is daar het bekendste voorbeeld van. Bij hem is ook het duidelijkst dat het menselijk leven geen enkele waarde heeft.

Eén ding ontbreekt (nog) en dat is een bevredigende verklaring voor het verschijnsel communisme en de bijbehorende terreur. Courtois wijst in dat opzicht toch te veel naar de Sovjet-Unie en de erfenis van het oude Rusland. Dat werpt geen enkel licht op de situatie op Cuba, in Vietnam of in Angola, terwijl het 'systeem' in het ene land vaak als twee druppels water lijkt op dat in het andere. Maar dat is misschien een onderwerp voor een volgend boek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden