Commissie bouwfraude onthult vooral een politiek schandaal

Het rapport moet nog komen maar het beeld van het gesjoemel in de sector grond-, wegen- en waterbouw begint al aardig compleet te worden. Het is het bekende beeld van onze vaderlandse poldercultuur waarin iedereen met iedereen onder één deken ligt te smoezen alvorens aan de slag te gaan: de bouwers overleggen onderling en kiezen bij toerbeurt de gelukkige die het werk zal uitvoeren; deze gelukkige benut zijn lijntjes naar de ambtenarij en zorgt er tevens voor dat de minister van verkeer en waterstaat te vriend wordt gehouden.

Iedereen kon dus weten hoe het systeem werkte, de ondernemers omdat ze het toepasten, het departement omdat het als grootste opdrachtgever continu met de voornaamste bouwondernemers in contact stond. Het ging vaak om zeer grote opdrachten die in de Kamer ter sprake kwamen en dus ook de aandacht van de minister zullen hebben gehad.

Wie het niet uit de eerste hand wist, kon het vermoeden. Tot februari 1992 was het quasi-kartel in de bouw een legitieme figuur. Toen het in die maand door Brussel werd verboden, werd meteen gewaarschuwd voor het 'ondergronds' gaan van het circuit, wat om twee redenen een plausibele veronderstelling was. Niet alleen pleegt een lang ingeslopen ondernemingscultuur niet per decreet te verdwijnen maar bovendien waren er harde belangen in het spel. De bouwsector is in Nederland geen vetpot, zodat het verleidelijk was elkaar niet dood te concurreren maar stevig vast te houden.

Overeenkomstig de ervaring met eerdere parlementaire enquêtes heeft de commissie bouwfraude niet veel anders gedaan dan publiek maken wat in de kring van de direct betrokkenen bekende praktijken waren. De ondervraagde ondernemers deden er vaak weinig geheimzinnig over. Sommigen trakteerden de commissie zelfs op een gedetailleerd college over de toegepaste kunstgrepen.

Ze konden de feiten trouwens moeilijk ontkennen sinds de voorzitter van de branchevereniging in de bouw (het AVBB), Elco Brinkman, vooraf opening van zaken had gegeven. Met zijn bijzonder openhartig interview in de Volkskrant van 17 augustus ontnam hij de aangesloten ondernemingen de kans om de hete brij heen te draaien. Inderdaad, was zijn conclusie, vindt bij openbare aanbestedingen in de bouwsector algemeen vooroverleg plaats en worden de mededingingsregels 'structureel' overtreden.

Tegenover de bijna onbeschaamde opgewektheid waarmee diverse bouwers voor het voetlicht traden, stond de krampachtige ontwijkingstactiek van twee voormalige ministers van verkeer en waterstaat. Annemarie Jorritsma ging het verst. Niet alleen wist ze zich totaal niets meer te herinneren, maar bovendien weigerde ze op sommige momenten eenvoudig de vragen van de commissie te beantwoorden.

Ook haar opvolgster Tineke Netelenbos had nooit iets van prijsafspraken in de bouw gehoord, een merkwaardige bekentenis omdat ze door het kamerlid Van Gijzel uitdrukkelijk was gewaarschuwd. Maar Netelenbos wilde niet horen wat er fout was. Ze schreef Van Gijzel dat de verhalen van klokkenluider Bos van Koop Tjuchem onzin waren. Naar aanleiding van een schikking van het OM met bouwbedrijven die bij de spoortunnel hadden gefraudeerd, eiste ze zelfs van fractievoorzitter Ad Melkert Van Gijzel zijn woordvoerderschap te ontnemen, wat Melkert dan ook braaf deed.

Terwijl zij het kamerlid Rob van Gijzel de mond liet snoeren, gaf ze Henk Koop, eigenaar van onder meer Koop Tjuchem, de gelegenheid zijn zaak in een vertrouwelijk beraad ten departemente te verdedigen. De bijeenkomst die op 11 oktober vorig jaar plaatsvond, werd niet genotuleerd en evenmin aan de commissie bouwfraude gemeld. Een reden voor deze geheimzinnigheid wist Netelenbos niet te bedenken. Ze kende Henk Koop en had hem dus met genoegen zijn hart over de klokkenluider Bos laten luchten.

Ook Jorritsma kende Koop. Hij was gast op haar vijfentwintigjarig huwelijksfeest en gaf haar de gelegenheid in zijn privé-vliegtuig een buitenlands schaatsfestijn bij te wonen. Moet kunnen, vond Jorritsma, want in haar ogen zal Koop ongetwijfeld boven alle verdenking van sjoemelpraktijken verheven zijn geweest. Ze zal er nooit naar hebben geïnformeerd want je vrienden breng je niet in moeilijkheden.

Maakten Jorritsma en Netelenbos zich voor de commissie verdacht, oud-minister van justitie Korthals maakte zich belachelijk. Hij had einde vorig jaar in de Kamer beweerd van de schikking van het OM in de zaak van de Schipholtunnel niets te weten maar moest onlangs bekennen al maanden eerder door het college van procureurs-generaal op de hoogte te zijn gebracht. Ook dit overleg bleek niet genotuleerd. Terwijl in de gemeenteraad van Boerestronkeradeel de opmerking van een raadslid over de ongelukkige plaatsing van een glasbak nabij de Nederlandse Hervormde kerk nauwgezet in de notulen wordt vastgelegd, volstaat men bij de aankondiging van een majeure juridische beslissing inzake grootschalige fraude bij een omvangrijk bouwproject met een mondelinge mededeling die de minister het ene oor in en het andere uitgaat.

Ik ben benieuwd hoe de commissie bouwfraude over deze politici zal oordelen. Eén ding staat vast: indien zij de bouwondernemers, terecht, in de beklaagdenbank zet, moet zij ook de staf breken over de rol van de ministers, over hun dilettantisme, hun zwakke gevoel voor verhoudingen en hun achterkamertjesgescharrel, kortom: over hun gebrek aan bestuurlijke kwaliteit. Laat de commissie dat na, dan is het maar beter het gefemel over 'normen en waarden' acuut te beëindigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden