Commercie duikt op 'flashmob'

Een meute paparazzi nam supermarktbezoekers op de korrel in Amsterdam: de flashmob verovert Nederland. Puur anarchistisch zal het fenomeen niet blijven. De commercie ruikt kansen de flashmob uit te buiten.

Erik Lindenburg en Hans van Willigenburg

Welk medium dook er de afgelopen dagen niet opt Elk tv-journaal en elke krant maakte melding van een nieuwe rage die binnen een paar weken uit Amerika is overgewaaid: flashmobben.

De straten en winkels van New York, Londen, Wenen, Berlijn, Amsterdam, Rotterdam en talloze andere steden hebben inmiddels kennisgemaakt met de flashmob: wisselende gezelschappen die via internet op een afgesproken tijdstip naar een afgesproken plek worden gedirigeerd om daar in korte tijd gezamenlijk iets ludieks te doen. Zo braken in Central Park enkele honderden mobbers los in een koor van vogelgeluiden. In het filiaal van een Amerikaanse speelgoedwinkel aanbad men enkele minuten een bewegende nepdinosaurus. En in Amsterdam vormden de deelnemers een peloton van paparazzi, die klanten van een supermarkt bij de uitgang bestormde. De Nederlandse taal heeft meteen al een goed bekkend woord voor het nieuwe verschijnsel: flitsmeute.

Van een afstandje doen flashmobs denken aan happenings uit de jaren zestig, zoals de beroemde sit-ins: een groep mensen verzamelt zich op een openbare plek om daar middels gezamenlijke actie een statement te maken, meestal politiek-maatschappelijk van aard. Het grote verschil is dat de deelnemers aan de flashmob elkaar niet kennen en onderling geen enkele ideologische verwantschap vertonen. Hun enige binding is dat ze via internet op de hoogte zijn gebracht van de flashmob, ze kennelijk een gaatje in hun agenda konden vinden, en de voorgenomen actie hen aanspreekt. Bovendien zijn flashmobs geen gezellige bijeenkomsten waar men het eigen gelijk viert of probeert te bevestigen, maar streng gereguleerde mini-events waarvan de kortstondigheid en de vaak kinderlijke handeling juist de aantrekkingskracht vormen. Tot dusver lijkt het merendeel van de flitsmeutes de eis tot onmiddellijke verdamping morrend op te volgen, al is het ontstaan van geheime after mobs niet denkbeeldig.

De vraag is natuurlijk: is flashmobbing een rage die overwaait of een nieuwe, nogal anarchistische uitdrukkingsvorm van de moderne mens die we nog jaren in allerlei vormen en samenstellingen zullen tegenkomen? Beide stellingen zijn al luidruchtig en met geharnaste taal op internet verdedigd. Volgens de één vertegenwoordigt de flashmob zo ongeveer het eindstation van de beschaving en zijn de deelnemers beklagenswaardige figuren die zich, bij gebrek aan een meer zinvolle tijdsbesteding, overgeven aan de infantiliteit van de flitsmeute. Anderen zien het verschijnsel juist als een hoopvolle onderbreking van de 24-uurs-economie, waarin mensen continu alleen nog maar hun eigen dromen najagen en, moe van die loodzware missie, even onderduiken in de onschuldige gekkigheid van de flashmob.

Hoewel het reservoir aan mogelijke flashmobs oneindig lijkt en de behoefte aan vertier zonder verplichtingen alleen maar toeneemt, is het zeer de vraag of de flashmob een lang leven beschoren is. Weldra zal het nieuwigheidje eraf zijn, de pers zijn schouders ophalen en het verlangen naar a few minutes of fame niet meer bevredigd kunnen worden. In deze sceptische visie vormt de obscuriteit de achilleshiel van de flashmob, zal de kick na een paar 'mobs' snel uitgewerkt zijn en is de studentikoze hang naar gek doen simpelweg een te smalle basis voor het ontstaan van een heuse traditie.

Meer overeenstemming lijkt er te bestaan over de relevantie en de blijvende actualiteit van het draadloos organiseren van mensenmassa's. In het boek 'Smartmobs: The next social Revolution' betoogt de Amerikaan Howard Rheingold dat draadloze communicatie steeds belangrijker gereedschap zal worden voor zowel actiegroepen als terreurbendes. Het biedt hen de mogelijkheid de officiële hiërarchie te omzeilen en velerlei vormen van ordeverstoring te organiseren, positief dan wel negatief. Zo zou het succes van de anti-globalisten in the battle of Seattle tijdens de beruchte WTO-conferentie in 1999 deels te danken zijn aan het mobiel afstemmen van de tactiek. En zouden overheden nu al hard bezig zijn grip te krijgen op de onbedoelde effecten van mobiele communicatie. Dit zou betekenen dat de flashmob slechts de poëtische variant is van een veel ingrijpender fenomeen: mobiel activisme.

Maar hoe lang zal de poëzie standhouden? Dat men in de bovengrondse wereld van politieke partijen, actiegroepen en commercie de mogelijkheden van de flashmob als stunt en publiciteitsmiddel gaat onderzoeken, staat welhaast vast. In directiekamers zal het verschijnsel weldra rondzingen als probaat middel om jongeren te bereiken of een onderwerp te agenderen. Daarmee kan het toevallige en lichtzinnige karakter van de flashmob dan meteen ten grave worden gedragen. Alsmede de bevreemdende energie die de deelnemers ervan tot dusver genoten hebben. Het primaat van de economie is, zoals bekend, een echte slokop: te allen tijde bereid ontsnappingswegen te annexeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden