Interview

Commandant Mart de Kruif schreef 282 persoonlijke brieven aan nabestaanden van gesneuvelde soldaten

Mart de Kruif Beeld Werry Crone

Mart de Kruif schreef een boek over het jaar dat hij in Zuid-Afghanistan de leiding had over 45.000 Navo-militairen. Terwijl de Taliban de basis bestookte met raketten, nam hij beslissingen over leven en dood.

Een militair zegt geen nee als zijn baas iets aan hem vraagt. Dus toen Peter van Uhm, destijds Commandant der Landstrijdkrachten, in het najaar van 2007 Mart de Kruif opbelde over het leiden van de troepen van de Navo in Zuid-Afghanistan, was één ding duidelijk: hij ging.

Terwijl Nederland het vooral over Uruzgan had, de regio waar Nederlandse militairen actief waren, was De Kruif verantwoordelijk voor een groter project. Er prijkte weliswaar een Nederlandse vlag op zijn uniform, maar hij was een jaar lang de commandant van militairen uit zeven landen. 

Tien jaar later ligt er een boek over zijn tijd in Afghanistan: ‘Zandhappen’. Dat is vooral het verhaal van De Kruif zelf. Een persoonlijke geschiedschrijving gebaseerd op zijn herinneringen en het dagboek dat hij nauwkeurig bijhield. “Ik denk dat het van historische waarde kan zijn”, zegt De Kruif over de reden dat hij het schreef. 

Luie leerlingen 

Als uitblinker heeft hij zichzelf nooit gezien. Dat hij zich als achttienjarige bij de Koninklijke Militaire Academie aanmeldde, kwam omdat hij ‘een luie leerling was’. “In de derde klas bleef ik zitten met twee voldoendes: voor gym en voor geschiedenis. De Mammoetwet heeft ervoor gezorgd dat ik een diploma heb gehaald. Ik hoefde geen examen te doen in wiskunde.” Een advertentie van Defensie in de NCRV-gids die thuis werd gelezen, deed de rest.

“Ze zullen het niet snel zeggen, maar ik denk dat iedere militair wel het gevoel heeft iets goeds te doen. Daarmee bedoel ik niet dat militairen ideale schoonzonen zijn. Een drang naar avontuur, het geld dat tegenover een missie staat, ook dat telt mee. Maar de betrokkenheid, de dienstbaarheid, dat is er ook. Het is het enige beroep waar je een opdracht van hogerhand nooit weigert, ook niet als het je eigen leven in gevaar brengt. De politie kan besluiten: ik staak een achtervolging, het is te gevaarlijk. Een militair niet. Die gaat.

“In Afghanistan had ik 45.000 man onder me, ik plande operaties, zorgde dat alles was afgestemd. Zeven dagen per week was ik buiten, aan het werk. Natuurlijk vreet dat aan je. Een half jaar nadat ik terug was gekomen, heb ik me fysiek en mentaal uitgeput gevoeld. Toen ik daar was, draaide ik gewoon. Je moet wel. Pas als de spanning eraf is, hakt het erin.

“Defensie heeft daar goed op geanticipeerd. Ze hebben me na de missie langs de betrokken landen gestuurd om lezingen te houden en gewonden te bezoeken. Zo kon ik tot rust komen, langzaam de missie verwerken. Dat was voor mij van grote waarde. Bij de vierenveertigste lezing dacht ik: nu weet ik het wel. Time to move on.”

Nooit onveilig

Inmiddels is De Kruif zestig jaar, en valt hij niet meer “onder het juk van Defensie”. Daarom had hij alle vrijheid om zijn boek te schrijven. Wat niet betekent dat hij minder betrokken is. De Kruif is net terug uit Australië waar hij de Invictus Games bijwoonde. Dat internationale sportevenement voor militairen die lichamelijk of geestelijk gewond zijn geraakt, komt over twee jaar naar Den Haag. De Kruif is voorzitter van het organisatiecomité. “Tien procent van de militairen die terugkomt van een missie heeft klachten, een klein deel houdt die voor lange tijd. Maar als de Invictus Games iets laten zien, is het dat veteranen niet zielig zijn. Het straalt juist een enorme kracht uit.”

Een legerpost in de Afghaanse provincie Helmand. Beeld x

Ook aan hem wordt vaak gevraagd wat zijn trauma van Afghanistan is. “Ik heb vooral mezelf beter leren kennen”, zegt hij dan. En zoveel meegemaakt, dat hij niet snel meer schrikt als er iets voorvalt. “Mijn kleinzoon zou zeggen: boeiend”, beschrijft De Kruif zijn eigen houding.

“Het klinkt misschien vreemd, maar ik heb me in Afghanistan nooit onveilig gevoeld. Daar was ik te moe voor. Mijn focus lag ergens anders. De energie was te beperkt om me ook nog zorgen te maken over de raketten waarmee de basis werd bestookt.” Werd zo’n geïmproviseerde bom van de Taliban gedetecteerd, dan ging een luchtalarm af. En dat gebeurde vaak – bij 250 keer is De Kruif gestopt met tellen. “Als baas moet ik het goede voorbeeld geven. Dat betekent dat als het alarm afging, ook als het midden in de nacht was, ik in een betonnen buis voor mijn hutje moest kruipen. Dan lag ik daar in mijn onderbroek, met mijn helm en scherfvest.”

Binnen een minuut voegden zich dan leden van de Koninklijke Marechaussee bij hem. Als commandant kreeg De Kruif persoonlijke beveiliging. Die beveiligers regelden alles, voerden verkenningen uit, zorgden dat er genoeg water meeging als hij een bezoek aan de woestijn bracht. “Zij waren alleen maar met mijn veiligheid bezig en ik kon niet anders dan volledig op ze vertrouwen.”

Chillen

In Zandhappen beschrijft De Kruif wat de hitte van Afghanistan met zijn lichaam deed. “Het verschil is te zien op foto’s van toen ik aankwam en vertrok.”. Het gaat over de reeks aan very – en very, very – important people die hij dagelijks uit verschillende landen ontving. En over wat een missie betekent voor het thuisfront. “Zij lijden meer onder een uitzending. Ik zit ook wel eens te chillen met een kopje koffie. Zij zitten voortdurend in onzekerheid. Elk telefoontje op een verkeerd tijdstip, elke dienstauto in de straat, levert spanning op.”

De Kruif is nog maar een paar dagen in Afghanistan als hij het bericht ontvangt dat er een Britse soldaat is gesneuveld in de regio Helmand. De eerste onder zijn verantwoordelijkheid. Je weet dat het een keer gebeurt, maar je er echt op voorbereiden kun je niet, zegt hij.

Mart de Kruif bewijst een gesneuvelde militair eer. Beeld x

Die nacht schrijft hij een persoonlijke brief aan de nabestaanden. Er zullen nog 281 van dat soort brieven volgen. “Volgens mij schreef mijn voorganger niet en mijn opvolger ook niet. Maar ik vond het belangrijk om te doen. Of het helpt weet ik niet. Je kunt in ieder geval aan de familie laten blijken dat het niet ongemerkt voorbij gaat.”

Boosheid 

Hoe ga je om met al die verliezen? “Ik werd betaald om mijn kop erbij te houden. Dat is continu zoeken naar het evenwicht tussen professionaliteit en compassie als mens. Als je geen pijn voelt bij een bericht van een gesneuvelde soldaat, dan moet je stoppen. Als je zoveel pijn voelt dat je je werk niet meer kunt doen, moet je ook stoppen.

“Dat betekent niet dat ik me niet klote heb gevoeld. En nog steeds wel eens. Dan kruip ik even in een hoek. Daar schaam ik me niet voor. Soms komt het schuldgevoel over dingen die er fout gingen. Of de boosheid. Bijvoorbeeld over het Amerikaanse konvooi vol met geneesmiddelen tegen polio, bestemd voor kinderen. We hadden min of meer de afspraak met de Taliban gemaakt dat ze die met rust zouden laten. Dat deden ze niet.”

Al die doden en gewonden die er aan Navo-zijde vielen, zijn de reden dat De Kruif nooit zou zeggen dat hij trots is op wat hij in Afghanistan deed. “Ik ben bevestigd in mijn professionaliteit. Ik ben sindsdien meer met zingeving bezig. Maar trots, dat woord zou ik nooit gebruiken.”

Sentimenten

De verliezen leiden in de betrokken landen ook tot felle publieke debatten over het nut en noodzaak van de missie. Zo brengen in Groot-Brittannië de indrukwekkende beelden van het dorpje Wootton Bassett veel teweeg. Dat lag vlak bij een militaire basis waar de gesneuvelde militairen terugkwamen. Elke keer als er gesneuvelde Britse militairen terugkwamen, liep het dorp uit om een moment stilte in acht te nemen. Beelden werden live uitgezonden. 

Als commandant kun je die sentimenten niet negeren, zegt De Kruif. “Ik opereerde op het snijvlak van de politieke missie en een militaire operatie. Elk van de zeven landen had zo zijn eigen politieke gevoeligheden. Het was belangrijk die te kennen.”

Met Joe Biden, van 2009 tot 2016 vice-president van de Verenigde Staten.

Nederlandse militairen mochten niet vechten tegen de Taliban, maar hielpen alleen bij de wederopbouw van Uruzgan. Een onderscheid dat in de praktijk bijzonder moeilijk te maken is, schrijft De Kruif in zijn boek. “Je kunt namelijk niet bouwen zonder veiligheid, en dat wist onze tegenstander ook, die pakt jou altijd op je zwakste plek”

Nederland had internationaal gezien nog iets eigenaardigs. Elk land accepteerde dat als de commandant een operatie goedkeurde en het hoofdkwartier in Kabul daar ook mee akkoord ging, het uitgevoerd kon worden. Nederland was het enige land dat het ministerie daar nog tussen plaatste. De operaties liepen dus via Den Haag. Wat voor een commandant ter plaatse onnodig tijdrovend was.

Vrijheid

Een toenemende drang om elk risico uit te willen sluiten, noemt De Kruif dat. “Dan hoor ik de Tweede Kamer aan de minister vragen: lopen onze militairen risico? Natuurlijk lopen die risico. Als dat niet zo zou zijn, zou je beter andere mensen kunnen sturen die nog veel beter dan wij waterputten en scholen kunnen bouwen.”

Durft hij tien jaar na dato wel te concluderen dat het het waard is geweest? “Ik snap die vraag. Maar hij klopt niet. Soms heeft vrijheid geen prijs. Die vijfduizend Canadezen die begraven liggen in Nederlandse bodem, waren ook ver van huis toen ze ons bevrijdden van de Duitsers. Ze vochten voor datgene waar ze voor stonden. Pas als we dat niet meer doen, wordt het verlies definitief.”

Afghanistan is er nog niet, zegt De Kruif. Dat kost tijd. Er was niets, geen leiderschap, logistiek, geen materiaal. “Een vliegtuig bouwen, terwijl je aan het vliegen bent”, noemt hij de uitdaging voor het land. “Misschien kunnen we pas over dertig of veertig jaar zeggen of dat gelukt is. Wat ik heb gezien is dat Afghanistan een Bijbels mooi land is. Met fantastische mensen, die voor 80 procent hetzelfde zijn als wij. Ze willen een huisje, een boompje, een betere toekomst voor hun kinderen.”

Lees ook:
Bestorming hoofdstad Uruzgan roept vragen op over Nederlandse missie

De Taliban hebben vandaag de Afghaanse provinciestad Tarin Kowt bestormd en een groot deel van de stad urenlang in handen gehad. Tarin Kowt is de hoofdstad van de provincie Uruzgan, waar van 2006 tot 2010 Nederlandse militairen gelegerd waren om de Taliban te bestrijden.

Politieke flaters bij missie Uruzgan

Tijdens de missie in Uruzgan konden Nederlandse militairen te weinig samenwerking zoeken met de machtige tribale leiders in het gebied. Mocht niet van Den Haag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden