College Rotterdam veegt kritisch rapport over druk op ambtenaren nonchalant van tafel

Het stadhuis aan de Coolsingel in RotterdamBeeld anp

Het knettert tussen de Rekenkamer Rotterdam en het college van burgemeester en wethouders. Dat veegt een kritisch rapport over de oneigenlijk druk op ambtenaren nonchalant van tafel.

Aan de Rotterdamse Coolsingel heerst een te grote afstand tussen de gemeentelijke leiding en de werkvloer. En op datzelfde stadhuis ontbreekt een cultuur van tegenspraak. Die sfeer werkt in de hand dat ambtenaren ‘van bovenaf’ druk voelen om subsidies toe te kennen of vergunningen te verlenen, terwijl daar eigenlijk geen grond voor is.

Dat concludeert de Rekenkamer Rotterdam in het uiterst kritische rapport ‘Werken onder druk’ dat donderdag is verschenen. Het is een vervolg op het rapport ‘Handelen in Vertrouwen’ waarin in 2015 voor het eerst de politiek-bestuurlijke druk werd gesignaleerd. De gemeenteraad vroeg daarop een diepgaand onderzoek naar de omvang van dit probleem.

Het zijn misschien niet eens de cijfers die hard aankomen. In de periode van 2010 tot 2017 heeft tenminste 7 procent van de ambtenaren te maken gehad met oneigenlijke politiek-bestuurlijke druk. Nog eens 7 procent zegt hier last van gehad te hebben, maar in deze gevallen is te weinig informatie beschikbaar om die druk ook te kunnen vaststellen. Vooral bestuurders uit de deelgemeenten (tegenwoordig gebiedscommissies) maken zich daar schuldig aan.

Laatdunkende reactie

De Rekenkamer gaat uit van twee vormen van druk. Een bestuurder doet een verzoek waarvan de inhoud oneigenlijk is, waardoor deze bijvoorbeeld persoonlijk wordt bevoordeeld. Of de vórm van een verzoek is oneigenlijk: de bejegening van de ambtenaar is bedreigend of intimiderend of hij wordt juist door de bestuurder ‘beloond’.

Maar wat in het rapport vooral opvalt is de laatdunkende reactie van het Rotterdamse college op de conclusies, en de reactie van de Rekenkamer dáár weer op. Het college stelt dat met dit rapport geen conclusies op basis van feiten kunnen worden getrokken, omdat de steekproef niet representatief zou zijn. Het is volgens het college ook juist de taak van een bestuurder uiteindelijk ‘de afweging te maken’, en niet de verantwoordelijkheid van de ambtenaar. Burgemeester en wethouders zeggen zich ook niet te herkennen in een ‘sterk hiërarchische stijl van leidinggeven’ die door de Rekenkamer wordt gesignaleerd. Ze voelen dan ook niets voor een aparte aanpak die ambtenaren weerbaar moet maken tegen oneigenlijke druk van boven.

De Rekenkamer reageert in het rapport weer furieus op de aantijging dat het onderzoek niet representatief zou zijn, en daardoor niet bruikbaar. ‘Dat is onjuist.’ Er ís volgens de Rekenkamer helemaal geen sprake van een steekproef: álle 2200 ambtenaren met schaal 10 en hoger zijn ondervraagd. Het college bagatelliseert volgens de Rekenkamer de uitkomsten door de methode ter discussie te stellen. ‘Dit alles is tekenend voor de in het onderzoek waargenomen afstand tussen gemeentelijke leiding en werkvloer en voor het ontbreken van een cultuur waarin tegenspraak wordt gewaardeerd’, aldus het rapport. Dat blijkt overigens ook uit de harde cijfers. Bijna 9 op de 10 ambtenaren zegt melding te zullen maken van oneigenlijke druk als dat zou voorkomen. Maar van de ambtenaren die die druk al hebben ervaren, bond slechts 40 procent de kat de bel aan. De rest durfde klaarblijkelijk niet.

Wie waren de bestuurders?

In de onderzoeksperiode van de Rekenkamer Rotterdam waren twee colleges actief. Van 2010-2014 waren PvdA, D66, VVD en CDA aan de macht, van 2014-2018 Leefbaar Rotterdam, D66 en CDA. Het huidige college bestaat uit VVD, D66, GroenLinks, PvdA, CDA en ChristenUnie/SGP.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden