Collectie dokter Gachet weer bijeen

De tentoonstelling in het Grand Palais in Parijs gaat over dokter Paul Gachet, maar er zijn uitsluitend schilderijen te zien. Een paar van die werken zijn van zijn eigen hand - ze werden gesigneerd met het pseudoniem Paul van Ryssel, naar de Noord-Franse stad waar hij vandaan kwam -, maar het grootste deel is gemaakt door beroemde schilders als Vincent van Gogh, Paul Cézanne en Claude Monet. Deze werken zaten ooit in zijn collectie als onbetwiste pronkstukken uit een tijd waarin de basis voor de moderne kunst werd gelegd.

Dankzij zijn verzameling heeft le docteur Gachet een mythische naam gekregen. Pas vele tientallen jaren na zijn dood zijn de schilderijen weer in het openbaar gekomen. Schenkingen en verkoop van de kinderen Gachet aan de staat, kort na de oorlog, maakten het mogelijk dat een paar nationale musea hun bezit in één keer met een behoorlijk aantal toppers konden uitbreiden. In het Grand Palais hangen ze nu bij elkaar: tezamen een indrukwekkend monument vormend voor een man die op de achtergrond een belangrijke rol in de moderne kunst speelde.

Gachets rol in de kunst is onomstreden. Zijn tijdgenoten waardeerden zijn betrokkenheid met het kunstleven, zijn inzet om schilders werk te laten maken dat ze wilden maken. Bovendien stimuleerde Gachet ook nog eens het kopiëren van schilderijen waarvan hij verwachtte dat ze beroemd zouden worden. Daartoe had hij een kleine kring van niet onverdienstelijk werkende schilders om zich heen verzameld die het oeuvre van zijn favorieten in kleine oplage vermenigvuldigden. Het ging Gachet niet zozeer om het uitdragen van het aloude academische ideaal om meesterwerken door middel van het naschilderen te doorgronden, als wel om ze onder ogen van een zo groot mogelijk publiek te brengen.

Voor dat grote publiek is de dokter echter altijd de man gebleven die Van Gogh in zijn laatste uren heeft bijgestaan. Van Gogh, die na zijn ontslag in de kliniek in Saint-Rémy naar het noorden trok, kreeg van zijn broer Theo het advies om zich in Auvers-sur-Oise onder behandeling van de arts te stellen. Theo had Gachets naam al veelvuldig opgevangen in het Parijse kunstmilieu. Gachet had enige naam verworven bij schilders die door de altijd lastige Salon waren afgewezen. Zo'n afwijzing hield nationale erkenning tegen. Gachet bood echter een alternatief. Paul Cézanne, die zou uitgroeien tot een van Gachets grootste favorieten, was zo'n afgewezen schilder. Gachet had een belangrijke voorstudie van Cézanne's 'Moderne Olympia' in huis, het schilderij dat op de Salon van 1865 voor een regelrecht schandaal had gezorgd. Hij was zo door de schets geroerd, dat hij haar zo waarheidsgetrouw mogelijk kopieerde en vervolgens een aantal kunstenaars verzocht hetzelfde te doen.

Paul Gachet was van vroeg af aan in de kunst van zijn tijd geïnteresseerd. Geboren in 1828 in Lille (Rijssel in het Nederlands) studeerde hij in 1848 in Parijs medicijnen. Door zijn jeugdvriend, de schilder Armand Gautier (1824-1894), die een volgeling van Courbet was, kwam hij in een artistiek milieu terecht. Courbet leerde hij in 1861 kennen, toen hij hem opzocht in zijn Parijse atelier. Twee jaar later had Gachet in Parijs een huisartsenpraktijk. Kunstenaars werden er zijn patiënten. Als ze de rekening niet konden betalen, lieten ze een schilderij achter: met ruilhandel heeft Gachet de basis van zijn verzameling gelegd. Zo rekende hij sinds 1872 het gezin Pissarro, dat buiten Parijs in Louveciennes woonde, tot zijn vaste patiënten. De schilderijen van Pissarro stroomden voortaan huize Gachet binnen.

In 1872 kocht hij een huis in Auvers-sur-Oise dat op de afstand van een niet al te lange treinrit van Parijs ligt. Gachet spoorde regelmatig tussen dit huis en zijn praktijk in Parijs. De impressionist Armand Guillaumin (1841-1927), tegenwoordig vergeten maar in zijn tijd niet onpopulair, schilderde ondertussen allerlei thema's in zijn huis, zoals tuingezichten en stillevens, en maakte er ook gravures. Gachet verwierf enige tientallen werken van Guillaumin. Ze worden in aantal alleen overtroffen door de Cézannes en de Van Goghs. Wat het Grand Palais nu laat zien, betekent zoveel als een mini-Van-Gogh-tentoonstelling: er hangen maar liefst negen olieverven (plus tekeningen en grafiek), even zoveel als van Cézanne. Onder de Van Goghs bevindt zich een portret van de dokter zelf, gemaakt in juni 1890, heel kort voordat de beroemde schilder zich het leven zou benemen.

De collectie van Gachet heeft helaas geen enkele samenhang. Hij bracht ook geen schilderijen bijeen om het verzamelen, hij vond de desbetreffende werken belangrijk voor zijn tijd. Ook wilde hij werk hebben van kunstenaars die zijn pad kruisten en die hij persoonlijk leerde kennen. Daar zaten enkele van de grootste schilders van zijn tijd bij, die de aanzet hebben gegeven tot de kunst zoals die in de 20ste eeuw tot stand is gekomen. Gachet is daar min of meer bij toeval, maar wel met veel inzet, getuige van geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden