Cohen vindt 6- het beste cijfer

Wat is het geheim van de goede docent? Trouw ontrafelt het ineen serie dubbelinterviews met bekende Nederlanders en hunfavoriete leraar van vroeger. Vandaag burgemeester Cohen vanAmsterdam met zijn leraar klassieke talen.

Oud-rector en docent klassieke talen Bob van Amerongen (81)bladert aan de vergadertafel van de ruime burgemeesterskamer ophet Amsterdamse stadhuis in een wat verbleekt cijferboekje enleest voor: “Een 6- voor Homerus, een 6 voor Herodotus.“

Burgemeester Job Cohen (58): “Ik heb maar één keer een achtgehaald voor een proefwerk, toen was ik apetrots. Maar ik vindeen 6- eigenlijk het allermooiste cijfer. Precies genoeg geleerden voldoende tijd over om aan andere dingen te besteden.“

Van 1961 tot 1966 kreeg Cohen op het Stedelijk Gymnasium inHaarlem vijf uur in de week Grieks van Van Amerongen. Tijdens deschooltijd van Cohen werd Van Amerongen rector. “Het is niet zoeenvoudig uit te leggen, waarom hij mijn favoriete docent is“,zegt Cohen.

Het was namelijk niet vanwege de kennis van het Grieks die hemwerd bijgebracht. Cohen: “Bob had zeker liefde voor zijn vak,maar dat was vanzelfsprekend. En ik ben eerlijk gezegd, op deeerste drie zinnen van de Odyssee na, ook alles vergeten.“

Van Amerongen: “Maar Job, dat pik je zo weer op, gewoon eentekst nemen, woordenboek in de hand. Als je tijd hebt, wil ik jeer best mee helpen.“ Hij lacht. “Sorry, ik kan het niet laten.“

Het was meer de integriteit die deze docent uitstraalde, diehem bijzonder maakte, vervolgt Cohen. “Zonder dat ooit expliciette melden, wist je feilloos wat er wel en niet kon.“

Van Amerongen: “Ik gaf toch geen les in integriteit.“ Cohen:“Nou, indirect wel.“

De Amsterdamse burgemeester doet voor hoe Van Amerongen in deklas zat. “Hij deed altijd het onderste laatje van zijn bureauopen en daar zette hij zó zijn voeten in.“ Van Amerongen: “Enop een keer kwam de conciërge binnen en zei tegen de klas: eris iets heel onaangenaams gebeurd, iemand heeft poep in dezebureaulade gedaan. Iedereen wist meteen hoe dat kwam. Maar dekinderen waren solidair en verraadden mij niet. Ik ben het evenlater zelf maar aan de conciërge gaan vertellen.“

Bijzonder was aan Van Amerongen bovenal zijn grote interessein de leerlingen en in de school, denkt Cohen. “Een jongen uitmijn klas had het moeilijk: gescheiden ouders, akelig slim, maarniet erg handelbaar.“ Van Amerongen herkent het voorbeeld meteen:“Die jongen was geniaal, maar hij had geen vriendjes, er wassprake van een heel lichte vorm van pesten, niet traumatisch,maar hij had het niet makkelijk.“

Cohen vervolgt: “Eén leerling van de school mocht voor eenspeciale gelegenheid naar Straatsburg en wie stuurde Bob:uitgerekend deze onhandelbare jongen.“

Cohen herinnert zich nog dat de jongen terug was uitStraatsburg en alweer snel zijn vinger opstak om een voor hemtyperende vraag te stellen. “En met zijn voeten in dat laatje,reageerde Bob met deze zin: Als er in Straatsburg een museum voorprostitutie zou zijn geweest, hadden ze jou als ouwehoer in devitrine gezet.“

Zo'n zin sloeg in als een bom, vervolgt hij. “Wij wistennauwelijks wat prostitutie was, laat staan dat je een woord alsouwehoer ook maar in de gang zou durven uitspreken. Dat de rectordat gewoon in de klas zei, was natuurlijk reuze geestig. Kijk,zo'n man is hij.“

Zijn leraar Grieks had een natuurlijke manier van omgaan metde leerlingen, concludeert Cohen. “Hij is altijd een beetjeonderkoeld in zijn verhalen en we hebben vaak gelachen. Hij hadbovendien gezag.“

Van Amerongen: “Ik ben bang voor wanorde. Als een klasleerlingen binnenkomt, denk ik altijd een fractie van eenseconde: straks flikken ze me wat. Ik pas dus altijd heel goedop.“

Hij herinnert zich Job als 'een aardige jongen'. “En dat ishij gebleven. Hij was niet onopvallend, want hij was groot. Hijwas geen uitslover, hij haalde zo nu en dan eens een onvoldoende.Hij was heel betrokken bij de school.“ Cohen was onder meerpreses (voorzitter) van schoolvereniging Amicitia.

Cohen: “Ik heb een fantastische schooltijd gehad. Ik was heelactief op school, speelde toneel, en viool, ik heb nog in eendubbel mannenkwartet gezongen. Ik heb nog steeds vrienden uit dietijd die ik redelijk veel zie. En ik heb mijn eerste ervaringenmet een bestuurlijke functie op die school gehad.“

Dat Cohen een publieke carrière volgt, verbaast Van Amerongengeenszins. “Ik hield voor iedere leerling bij de uitreiking vanhet eindexamen een toespraak van minder dan een minuut. Tegen Jobzei ik: We zullen later nog wel van je horen.“

Cohen: “Maar ík herinner me nog dat je zei: Misschien moetje voortaan niet één week maar drie weken voor een examenbeginnen met leren.“

Politiek speelde op school geen grote rol, herinnert Cohen.“Thuis wel, mijn ouders zijn na de oorlog direct lid van de PvdAgeworden en moeder was actief in de gemeenteraad. En ik herinnerhet begin van de provotijd, ik vond het fantastisch om te zienwat daar gebeurde.“

Maar de schoolvereniging hield zich bezig met andere zaken.Van Amerongen: “ Bijvoorbeeld wat voor muziek er zou komen op hetbal. Dansen mocht niet te close, dat vond ik onsmakelijk. Datwerd gecontroleerd, ja, door mij. Het bestuur van Amicitia lietmij eens een contract zien met een band waarin stond dat hetvolume wordt bepaald door de leden van de band. Dat heb ikdoorgestreept en veranderd in: door de rector.“ Cohen: “En danging het om een jazzband. Het ging in die tijd allemaalreuzevriendelijk toe.“

Van Amerongen: “Ik danste ook wel: met de leerlingen aan dekant, de muurbloemen. Vervelend was alleen dat die muzieknummerssteeds langer duurden. Vaak waren het wat van die dikke meiden,die kreeg ik gewoon niet in de rondte, dus met die danserij benik opgehouden.“

De burgemeester komt nu af en toe de zoon van Van Amerongentegen, want die is lid van deelraad Oud-Zuid in de hoofdstad.

Van Amerongen: “Hij heet ook Job en daar is nog een verhaalover. Hij is in 1964 geboren en mijn vrouw en ik keken naar denamenlijst van de leerlingen op zoek naar een leuke naam: Jobvonden we wel aardig. Mijn zoon is dus een beetje vernoemd naarhem. En toen ik hem ging inschrijven op het stadhuis heb ik dezeJob Cohen, met nog een andere Jop, met een p, meegenomen alsgetuigen.“

Het gaat ze aan het hart dat het vak leraar aan aanzien heeftingeboet. Op het Stedelijk Gymnasium hadden bijna alle lerareneen universitaire opleiding, herinneren ze zich.

Van Amerongen: “Er was een leraar Frans voor wie dat nietgold, die werd niet voor vol aangezien. Hij was overigens wel eenvoortreffelijk docent.“

Cohen: “Leraren hebben het tegenwoordig ontzettend moeilijk.Als ik het voor het zeggen had zou ik veel meer geld in desalarissen van leraren stoppen.“

Van Amerongen: “Job, ik heb een heel aardig pensioen, hoor.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden