Cohen verdient de spilpositie van het wegduikende CDA

Het heeft even geduurd voordat Joop den Uyl aan het eind van de jaren vijftig was gewonnen voor de inzichten van de Amerikaanse econoom John Galbraith, maar daarna vormden ze de harde kern van zijn politieke missie. Hij vatte die kern samen in vijf woorden, die de bestaansreden zijn geworden van de moderne sociaal-democratie: de boel bij elkaar houden.

Job Cohen, de beoogde nieuwe aanvoerder van de PvdA, heeft dit begrip sterk verbonden met de wijze waarop hij als burgemeester van Amsterdam de stad bestuurde en hij zal er straks, wordt hij op het schild geheven, de Kamerverkiezingen mee in gaan. Dat is mooi getimed, want de opgave de samenleving bijeen te houden wordt in de komende jaren wellicht moeilijker dan ooit. Daarom is het van belang nog even naar de oorsprong van het geloofsartikel terug te gaan.

In de naoorlogse periode, toen in de westerse landen de welvaart bijna sprongsgewijs toenam, wees John Kenneth Galbraith op het gevaar van een groeiende particuliere rijkdom te midden van collectieve armoede. In zijn eigen land nam hij waar dat de middenklasse, tevreden met haar groeiende welvaart, steeds minder bereid was voor de lasten van de arme onderklasse op te draaien. Als de politiek aan die tendens geen weerstand bood, dreigde een fatale tweedeling, die ook de democratie kon ondergraven.

Den Uyl, in die tijd directeur van de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk instituut van de PvdA, wilde aanvankelijk niets van de waarschuwing van Galbraith weten. Volgens zijn biografe Annet Bleich vond hij het flauw om, nu de welvaart eindelijk tot brede lagen van de bevolking doordrong, de arbeider niet zijn eigen auto te gunnen, zodat deze eindelijk de wereld kon ontdekken. Hij gaf zich gewonnen, toen Galbraith-aanhangers tegenwierpen: ’Maar wat, Joop, als ze allemaal een auto hebben en er is geen geld om wegen aan te leggen?’

Van de man die er door sommigen van werd verdacht dat hij van de PvdA ’een VVD voor de armelui’ wilde maken, werd Den Uyl een gedreven pleitbezorger van een sterke collectieve sector. De overheid had tot taak ervoor te waken dat de particuliere welvaart niet ten koste zou gaan van de gemeenschappelijke voorzieningen. Er moest evenwicht zijn. Omwille van de kwaliteit van het bestaan was het zaak ’de boel bij elkaar te houden’.

Anders dan in de Verenigde Staten, is in West-Europa een scherpe tweedeling voorkomen. Dankzij de sociale wetten lukte het, zeker in Nederland, het grootste deel van de bevolking de ’tevreden middenklasse’ binnen te loodsen. Maar met de komst van massale aantallen veelal arme en slecht opgeleide immigranten uit Marokko en Turkije is de waarschuwing van Galbraith aan het eind van de jaren negentig ook hier weer zeer actueel geworden.

Nog altijd is niet afdoende de vraag beantwoord of de revolte van Fortuyn in 2002 werd veroorzaakt door bezorgdheid over de armetierigheid en janboel in de publieke sector dan wel door de vrees in de middenklasse voor welvaarts- en statusverlies. Vermoedelijk hebben beide factoren een rol gespeeld en is er naast de ’cultuur van tevredenheid’, die Galbraith begin jaren negentig nog in West-Europa waarnam, een cultuur van angst en onbehagen ontstaan, die een voedingsbodem vormt voor nieuwe politieke machtsvorming.

Een feit is dat het vertrouwen in de middenpartijen de afgelopen jaren sterk is afgenomen ten gunste van partijen die het economische en culturele onbehagen mobiliseren. De Nederlander is wel tevreden over zijn persoonlijke situatie achter de voordeur, maar ontevreden over de toestand van het land. Hoewel Cohen nu veel krediet lijkt te hebben, zal hij op zijn missie veel weerstand ondervinden, nu ingrijpende bezuinigingen op de overheidsuitgaven in het verschiet liggen en de spanningen als gevolg van de integratiekwestie aanhouden en mogelijk zullen oplopen.

De bezuinigingen zullen voor een deel neerkomen in de publieke sector, die de afgelopen decennia al sterk is verkleind ten opzichte van de periode-Den Uyl. Voor een ander deel zullen zij neerslaan in de beurs van burgers. Daardoor kan de tevredenheid, voor zover nog aanwezig, omslaan in ontevredenheid.

De afgezwaaide PvdA-leider Wouter Bos heeft voortdurend geworsteld met de vraag hoe je de sterk geïndividualiseerde middenklasse nog zo ver krijgt dat zij solidair blijft met een nieuwe onderklasse van immigranten die voor een deel van de bevolking ongewenst zijn. Hij is daar nooit goed uitgekomen, omdat hij meende dat het mogelijk was de naar Fortuyn en Wilders weggelopen kiezers naar de PvdA terug te halen. Dat leverde een wankelmoedige koers op tussen het belang van machtsvorming en sociaal-democratische principes. Met de keuze voor de door de PVV verfoeide en verguisde Cohen als zijn opvolger heeft Bos uiteindelijk, ten koste van zichzelf, de knoop doorgehakt. Ten lange leste heeft hij dus nog een staaltje van waarachtig leiderschap getoond, waar de partij met een aanvoerder die van geen wijken wil weten jaloers naar kan kijken.

Waar de PvdA met Cohen nu duidelijkheid verschaft over haar positie in het integratiedebat, kan het CDA overdenken waarom het in de afgelopen jaren heeft verzuimd een richtinggevende rol in dit vraagstuk op zich te nemen. De partij had die kans, maar heeft hem laten liggen, ondanks de krachtige aansporingen van oud-premier Lubbers. De opgave de natie als democratische gemeenschap bijeen te houden zal uiterst lastig zijn, maar het debat is meer gediend met principiële duidelijkheid dan met een nietszeggende politiek van vermijding. Cohen verdient het de spilpositie van het wegduikende CDA over te nemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden