Coach Müller wint ook de vrouwen voor zijn brutale ideeën

NAGANO - In 'the day after the night before' kijkt Henk Gemser informeel nog eens terug op de hectische, zinderende, met dramatiek overgoten 1500 meter. Het hoog opgeschroefde verwachtingspatroon komt weer ter sprake. De allroundcoach benadrukt nog eens dat hij en zijn 'kanjers' niet aan die euforische stemming hebben bijgedragen.

Maar was het niet Jan Bos die in december in Heerenveen uitriep dat het olympische erepodium na de metrische mijl oranje gekleurd zou zijn? “Dat klopt”, geeft Gemser toe, “maar Jan komt inmiddels uit een andere cultuur.” De cultuur van Peter Müller. De Amerikaanse sprintcoach in dienst van de KNSB is de man van het ultra-positieve denken. Teleurstellingen mag en moet je verwerken, maar hoor je niet als een steeds zwaarder wordende ballast met je mee te sjouwen. De blik dient naar voren te zijn gericht. Je gelooft in jezelf, je stelt jezelf doelen, je houdt vol dat het leven fun is en dan komt het wel goed. In het eerder calvinistische dan bourgondische Nederland werd die rare snuiter misprijzend aangekeken, toen hij vorig seizoen de sprintkernploeg onder zijn hoede nam. Het idee dat de schaatsbond een dure kat in de zak had gekocht kreeg al snel gestalte, toen de nationale selectie opleiding sprint van Leen Pfrommer de elite (op papier) aan alle kanten voorbij schaatste. De bond hield, ook al omdat Müller een contract tot en met dit olympische seizoen heeft, vertrouwen in de Amerikaan en stuurde Pfrommer, die de ook internationaal aansprekende successen van Bos en Marianne Timmer een goede basis vond om te stoken, vóór deze winter op pensioen. Hij kreeg een afscheidsreceptie, die hij als reünie beschouwde en waarop alleen schaatsvrienden welkom waren.

De Pfrommer-getrouwen die geen andere keus hadden dan over te stappen naar de kernploeg sprint, lopen inmiddels weg met de teambuilder en vakman pur sang Müller. De olympisch kampioen op de 1000 meter (Innsbruck, 1976) lijkt een goeroe, maar dan een van vlees en bloed. Op de training is hij bloedserieus, daarbuiten dolt hij het hardst van allemaal. Alleen Marianne Timmer ergert zich wel eens aan zijn kwajongensachtig gedrag, maar voor het overige vinden ze het allemaal prachtig. De sprinters zijn een gang, die steeds verder van de andere kernploegen lijkt af te dwalen. Waar Pfrommer zijn pupillen met mes en vork leerde eten (voorzover dat nodig mocht zijn), zal het Müller een zorg zijn wanneer de jongens en meisjes bij elkaar op bed duiken of zich 's avonds langs de spreekwoordelijke regenpijp naar beneden laten glijden. Als ze er maar staan op de momenten dat hij dat van hen eist.

De successen pleiten vooralsnog in zijn voordeel. Bos werd de eerste Nederlandse wereldkampioen sprint, Wennemars haalde brons en had in Nagano wellicht een plak van hetzelfde materiaal mogen afhalen, wanneer hij op de tweede 500 meter niet ongelukkig was gevallen. Timmer ontwikkelde zich tot een mondiale topper op vooral de kilometer. Bos moet morgen op de duizend meter de verwachtingen van zijn coach en de hele natie waarmaken. De vierde plaats op de 1500 meter (als invaller voor Wennemars) was een meer dan uitstekende generale.

Inhaalrace

De vrouwen lopen nog wat achter, maar het heeft er alle schijn van dat Müller aan een indrukwekkende inhaalrace is begonnen. Had een deskundige in het watermanagement een paar dagen geleden, na de 3000 meter, de handen vol aan huilende oranje-dames, gisteren stapte een vrolijk lachend gezelschap sprintsters de persruimte binnen. Er was ook alle reden toe. Marieke Wijsman, Sandra Zwolle, Andrea Nuyt en Marianne Timmer, in volgorde van opkomst, verbeterden stuk voor stuk hun pr op de kortste sprintafstand. Wijsman, die het programma opvulde omdat ze geen specifieke 500 meterrijdster is, ging van 41,06 naar 40,22; Sandra Zwolle, op wie dezelfde kwalificatie van toepassing is, van 40,27 naar 39,98; Andrea Nuyt - in de ogen van Müller de enige echte sprintster van het stel - van 39,88 naar 39,62 en Marianne Timmer van 39,30 naar 39,12. Het nationale record volgde dezelfde trend.

“Ik ben nu een sprinter”, straalde Zwolle, die als een jojo door het schaatsleven ging totdat ze bij Müller vastigheid vond. Die uitspraak correspondeert met de filosofie van de coach. Wanneer je de veertig seconden-barrière slecht, ben je een volwassen lid van de sprintkernploeg. Voor Timmer ligt de lat iets hoger: 39 seconden. “Ik hoop daar zaterdag onder te duiken”, zegt de Groningse. “Al rijd ik maar 38,99, dan ben ik al zielsgelukkig.” Afgezien van Marianne Timmer, tellen tijden niet zozeer. “Peter wil dat je een competitie tegen jezelf rijdt”, merkt Zwolle op. “Ik kreeg twee aandachtspunten mee”, sluit Wijsman er op aan. “Ik moest voor mezelf een behoorlijke race rijden met eindelijk een fatsoenlijke opening en ik moest een goede bocht lopen. Ik kon mijn kracht nooit kwijt. Maar ik heb er hard aan gewerkt, en het lukte nu ook.”

Müller heeft voor vandaag de opdrachten al verstrekt. Wijsman moet minimaal een halve seconde van haar nieuwe pr afslijpen, Timmer dient haar toch al snelle carrière met een nieuw, gedenkwaardig ijkpunt te markeren: een 38'er. Op zijn Mülleriaans pept hij haar op. Ze maakt, terwijl de Canadeses LeMay (38,39) en Auch (38,42) om goud en zilver duelleren, kans op brons. De persoon in kwestie kijkt de boodschapper vol ongeloof aan. “Hoe kan dat nou! Ik moet meer dan een halve seconde goed maken op Okazaki. Dan kan alleen met een 37'er.” Müller blijft volhouden dat het er inzit en dicht zijn pupil buiten dat mooie momenten op de 1000 (donderdag) en 1500 meter (maandag) toe. “Ja, ook op de 1500. Dat wordt net zo'n mooie wedstrijd als bij de mannen. Er zijn zes kandidaten voor goud en twaalf voor een podiumplaats.”

Dan blijkt weer eens dat Timmer als enige moeite met die flamboyante levensstijl heeft. Ofschoon ze door haar vriendschap met de Canadese sprinter Kevin Overland toch iets van de Amerikaanse mentaliteit heeft moeten leren begrijpen. Ze probeert zichzelf een beetje de vernieling in te praten. Ze heeft al een week of drie last van haar rug. Bij een verkeerde beweging voelt ze pijn. Ze doet rekoefeningen en is drie maal per dag onder behandeling bij de fysiotherapeut. Ze kan er goed mee schaatsen, maar toch. . . En verder vreest ze een griepepidemie in het olympisch dorp. Cindy Overland, het zusje van Kevin, is snipverkouden, en ze komt nogal eens buurten in het Canadese kamp. “Het is zo warm in het dorp. Ik kan mezelf moeilijk isoleren van de rest. Ik voel nog niets, ik hoop dat ik het volhoud.”

De betreffende fysio, Dennis Geerlings, begint te lachen. “Van een epidemie is helemaal geen sprake. Waar zo'n grote groep bij elkaar is, zijn er maar heel weinig ziektegevallen. Dit is typisch Marianne. Ik vind het een teken dat ze goed in vorm is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden