CO2-winst zit vooral in bestaande bouw

interview | Wie het energie- en grondstofverbruik in Nederland wil terugdringen, moet beginnen bij de gebouwde omgeving. In bestaande huizen en bedrijfspanden is de grote winst te halen, meent duurzaamheidsexpert Bram Adema.

De ronkende ambitie van de overheid om in de komende decennia heel Nederland energieneutraal te maken, klinkt geweldig, maar is een 'belachelijke' doelstelling, vindt Bram Adema. "Nederland is de urban delta van Europa. Als je kijkt naar het aantal inwoners per vierkante kilometer, wonen wij in een stad, niet in een land. Nederland heeft 406 inwoners per vierkante kilometer. Daardoor kunnen wij nooit zo duurzaam zijn als landen zoals Denemarken, Zweden of Noorwegen, met respectievelijk 129, 20 en 15 inwoners per vierkante kilometer."

In de grote stad Nederland moeten we ons richten op zoveel mogelijk besparen en zomin mogelijk verbruiken van energie, vindt Adema, die zich met zijn adviesbureau CFP (Corporate Facility Partners) al tien jaar bezighoudt met het duurzamer maken van bestaande gebouwen. "Maar helemaal op eigen houtje alle duurzame energie willen opwekken die we nodig hebben, is een onzinnig streven. Een stad kan nooit alles zelf maken, maar zal altijd ook moeten importeren. Dat is normaal."

Het opwekken van duurzame energie zouden we volgens hem daarom in breder Europees verband moeten bekijken en moeten regelen met de ons omringende landen. "Windmolens en zonnepanelen moeten we dáár neerzetten waar ze het efficiëntst zijn en de minste negatieve bijwerkingen hebben. Niet het laatste stukje groen dat we nog hebben, volzetten met windmolens. Kies een stuk zee waar niemand vaart en investeer daar met andere landen in windparken. Of laat Zweden uitbreiden."

Niet zelf alle duurzame energie willen opwekken dus, maar wel zuinig zijn en zoveel mogelijk besparen. En waar dat het beste kan, zegt Adema, is in onze bestaande bouw, in die 600 miljoen vierkante meter aan huizen en gebouwen waarmee onze urban delta vol staat.

Zijn eigen kantoor in Apeldoorn, gevestigd in De St@art, het dienstgebouw en congrescentrum van de Apenheul, is wat energiehuishouding betreft dik voor mekaar. Geen wonder, want het bouwwerk in de vorm van een apestaart is een ontwerp van architect Thomas Rau, bekend voorvechter van het circulaire bouwen. De St@art is CO2-neutraal. Het gebouw heeft grote ramen aan de zonzijde, die uitkijken op park Berg en Bos, en dikke muren met kleine ramen op het noorden. Er is vloerverwarming in warmteabsorberend beton, een koude-warmteopslag, lemen muren, veel hout aan de buitenkant, en de vloerbedekking is gemaakt van gerecyclede spijkerbroeken en autobanden.

"Met duurzame nieuwbouw, waarvan De St@art een mooi voorbeeld is, valt veel eer te behalen. Architecten en bouwers kunnen zich uitleven in spectaculaire ontwerpen die excelleren in duurzaamheid, omdat ze op dat gebied meteen alles 'goed' kunnen doen. Maar nieuwbouw speelt slechts een marginale rol als het gaat om energiebesparing", legt Adema uit. "Nieuwbouw voegt maar één procent per jaar toe aan de gebouwde omgeving. Een druppel op een gloeiende plaat, zolang grootschalige verduurzaming in de bestaande bouwvoorraad uitblijft."

Niet sexy

Alle aandacht gaat altijd uit naar nieuwbouw, weet Adema uit ervaring. "Toch is de echte winst bij bestaande panden te behalen, want die 92.000 voetbalvelden aan bestaande huizen, kantoren, ziekenhuizen en bedrijfsgebouwen zijn samen de grootste bron van CO2-uitstoot in Nederland. De bestaande bouw neemt ongeveer een derde van de landelijke uitstoot voor zijn rekening. Dat is meer dan het verkeer en ook meer dan de industrie jaarlijks de lucht in blaast."

Bram Adema, van huis uit bedrijfskundige, kwam min of meer toevallig in het duurzaamheidswereldje terecht. Na een bliksemcarrière had hij het op zijn 32ste geschopt tot directielid van de grootste werkmaatschappij van Stork. "Maar tot zijn verdriet zag ik nooit meer klanten." Toen kwam er een beginnend internetbedrijfje langs, 'Smart Buildings', dat zich bezighield met de verduurzaming van gebouwen. In 2001 zag hij zijn kans schoon dat te gaan leiden, als joint venture, met Stork en Essent als aandeelhouders. Uit Smart Buildings kwam in 2004 Adema's bedrijf CFP voort.

"Binnen de kortste keren waren we marktleider op het gebied van energiebesparing in gebouwen." Niet dat duurzaamheid aan het begin van deze eeuw al een onderwerp was dat op een brede belangstelling kon rekenen. "Bedrijven waren alleen geïnteresseerd in kostenbesparing, en voor de meeste is dat nog steeds een belangrijke drijfveer om iets aan duurzaamheid te doen. Maar dat heeft ons juist veel geleerd over hoe je duurzaamheid kunt invoeren, terwijl je tegelijkertijd ook geld verdient. Energiebesparende maatregelen leveren grote bedrijven vaak veel geld op. Het AMC bijvoorbeeld. Dankzij een slimmer gebruik van het koel- en verwarmingssysteem heeft een team van ons en het AMC het ziekenhuis een besparing opgeleverd van 1 miljoen euro per jaar. Het voordeel van zulke enorme besparingen is dat je met een deel van dat winstgevende geld ook niet-rendabele duurzaamheid kunt bekostigen, zoals zonne-energie. Zonnepanelen zijn niet zo aantrekkelijk voor grote bedrijven, omdat ze als zakelijke gebruikers voor 'gewone' energie maar 8 à 10 cent per kWh hoeven te betalen aan de energieleverancier, tegen 12 à 14 cent voor energie van zonnecellen."

Adema heeft met zijn bedrijf CFP een groot doel voor ogen: "Wij willen alle bestaande gebouwen in Nederland circulair maken. Dat betekent herontwikkeling, renovatie, beheer en gebruik van gebouwen met zomin mogelijk inzet van virgin material - nieuw aan de aarde onttrokken grondstoffen - en met zoveel mogelijk hergebruik van de in gebouwen aanwezige grondstoffen, producten en technische systemen."

Expert

CFP is inmiddels een expert geworden op dit gebied. "Wij hebben in de afgelopen vijftien jaar een database opgebouwd met 2600 gebouwen erin, waarvan we de besparingsmogelijkheden kennen. Daardoor hebben we zoveel vergelijkingsmateriaal tot onze beschikking dat we aan de buitenkant van een gebouw al kunnen zien of er 10 of 70 procent bespaard kan worden. Dat hangt onder meer af van de functie van het gebouw - is het een ziekenhuis, woning, kantoor - en van de periode waarin het gebouwd is. Ook kijken we naar het energieverbruik. Is dat te hoog voor dat type gebouw, dan is misschien de cv niet op tijd vervangen, zijn de branders niet goed afgesteld of moet het beheer anders."

Om zijn grote doel - 'alle gebouwen in Nederland circulair' - te bereiken, is Adema's bedrijf leider geworden van de Green Deal Circulaire Gebouwen, die eind vorig jaar is gesloten met de ministeries van economische zaken, infrastructuur en milieu, en wonen en rijksdienst. Het bestuur van de Dutch Green Building Council en de Ambitieraad 2020 van MVO Nederland, waarvan hij lid is, steunen hem hierbij. Inmiddels hebben 62 organisaties vanuit overheid en bedrijfsleven, waaronder Philips, KPN, energiemaatschappijen, bouw- en installatiebedrijven, onderwijsinstellingen en banken, zich aangesloten bij deze Green Deal.

Een papieren tijger gaat de overeenkomst beslist niet worden, verzekert Adema. "Integendeel. De deal moet concrete resultaten opleveren. Zo werken wij bij CFP zelf ook. Wij maken zelden rapporten. De helft van onze contracten zijn prestatiecontracten, waarin we spijkerharde garanties geven voor energiebesparing en kostenreductie." Voor de uitvoering van de Green Deal betekent deze resultaatgerichte CFP-aanpak dat er zeven concrete gebouwen onder de circulaire loep worden genomen, waaronder de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, Lyceum Schravenlant in Schiedam en het KPN-gebouw aan de Fauststraat in Apeldoorn.

Het is de bedoeling van alle zeven gebouwen een 'gebouwpaspoort' te maken, waarin is te zien wat al is gedaan en nog zou moeten en kunnen gebeuren om het gebouw zo circulair mogelijk te maken. Niet alleen in het materiaalgebruik, maar ook om de levensduur ervan te verlengen. "Gebouwen moet je zo lang mogelijk proberen te bewaren, zelfs al zouden ze van plastic zijn", vindt Adema. "Want voor nieuwe heb je altijd weer nieuwe grondstoffen nodig."

Bij de zeven proefprojecten van de Green Deal Circulaire Gebouwen wordt de komende jaren bijgehouden wat er aan nieuwe grondstoffen in komt en wat eruit gaat en niet wordt hergebruikt. "Dan weten we wat we onomkeerbaar aan de aarde onttrekken." Alle 62 deelnemers aan de Green Deal stellen zich twee dagen per jaar beschikbaar om hun kennis toe te passen in de proefprojecten. "De bedoeling is dat straks al die zeven gebouwen circulair zijn gemaakt", zegt Adema. "Daar moeten gebouwpaspoorten uit komen, en software met bijdragen van alle grote partijen, die we aan heel Nederland beschikbaar kunnen stellen."

Hip meubilair van oude plafonddelen

Een goed voorbeeld van het 'circulair' maken van een bestaand gebouw, noemt Bram Adema de maatregelen die al zijn getroffen in het KPN-gebouw in Apeldoorn. "Dat gebouw uit de jaren zeventig was voorzien van enkel glas, veel beton, kleine kamers, verouderde installaties, foute vloerbedekking en lelijk meubilair. Door tussenmuren weg te halen en een open vloerplan te creëren, is het gebouw flexibeler geworden en daardoor geschikt gemaakt voor huidige en toekomstige gebruikseisen. Van de ouderwetse houten plafonddelen zijn hippe meubeltjes gemaakt en omkastingen voor de foeilelijke, oude metalen kantoorkasten. De verwarmingsinstallatie en de koeling zijn gerenoveerd en de vloeren bedekt met hippe cradle-to-cradle tapijttegels. Al met al zijn er bij deze renovatie minimaal nieuwe grondstoffen gebruikt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden