CO2-opslag goed voor sfeer op klimaattop

Op zich is CO2-opslag overbodig. Maar de techniek kan helpen een nieuw klimaatverdrag rond te krijgen.

Twaalf jaar na het Kyoto Protocol wordt er in december in Kopenhagen vermoedelijk een nieuw klimaatakkoord gesloten. Dit gaat er vrijwel zeker heel anders uitzien dan Kyoto, met meer aandacht voor specifieke technologieën. CO2-afvang en opslag is een van die technieken die niet meer weg te denken is uit het rijtje van maatregelen om broeikasgasuitstoot te voorkomen. Of CO2-opslag wel zo’n goed idee is, daar zijn de meningen over verdeeld. Toch kan de techniek nuttig zijn: om een nieuw verdrag rond te krijgen.

Organisaties als Greenpeace zeggen dat emissies met energiebesparing en hernieuwbare energie voldoende kunnen worden verminderd. CO2-afvang en -opslag (Carbon Capture and Storage, CCS) is wel goedkoop, zeggen deze organisaties, maar verergert onze verslaving aan fossiele brandstoffen alleen maar. Bovendien komt de techniek te laat: volgens het IPCC, de klimaatcommissie van de VN, moeten voor 2020 de mondiale emissies worden omgebogen. Het is maar de vraag of CCS dan een marktrijpe technologie is.

Tot op zekere hoogte kloppen die bezwaren wel. CO2-afvang is de enige manier om broeikasgasemissies te reduceren en fossiele brandstoffen te blijven gebruiken, en kan het fossiele tijdperk dus verlengen. Hoewel de individuele stappen van CCS – de afvang, het transport en de opslag van CO2 – weinig technologische uitdagingen meer kennen, zijn er nog geen grootschalige demonstratieprojecten. De G8 heeft er wel afspraken over gemaakt – twintig demonstraties gestart in 2010 – maar die worden zeker niet gehaald. Sinds de VN in 2005 vaststelde dat de techniek een haalbare optie is voor emissiereductie, is er bar weinig vooruitgang geboekt. Willen we dat CCS een rol speelt, dan zal er op korte termijn veel moeten gebeuren.

Hebben we de techniek wel echt nodig? In principe niet. Technisch gesproken kunnen emissies voldoende worden gereduceerd zonder gebruik van CCS of kernenergie. Het klimaatbeleid wordt dan wel een stuk duurder. Belangrijker echter dan de economische kosten zijn de politieke kosten van het uitsluiten van CO2-afvang.

Miljoenen mensen zijn voor hun inkomen afhankelijk van fossiele brandstoffen; er gaan jaarlijks vele honderden miljarden om in de olie-, gas- en kolenindustrie. Hele landen zijn afhankelijk van inkomsten van de export van olie of gas. Deze combinatie van machtige bedrijven en landen is onverslaanbaar in de internationale klimaatonderhandelingen. Daarom is CCS pas echt belangrijk: het maakt de fossiele belangen onderdeel van de oplossing van het klimaatprobleem. Als je de techniek niet toelaat of niet van de grond krijgt, is de kans dat een afdoende klimaatverdrag wordt afgesloten erg klein.

Maar CCS heeft hoe dan ook nadelen. Het reduceert emissies met slechts 70 tot 80 procent en kost veel extra energie in het proces. Zonder bijstook van biomassa of grote technologische verbeteringen zijn de emissiereducties na 2050 niet meer voldoende.

Een van de grootste gevaren voor de afvangtechniek is echter dat de CCS-experts wat geheimzinnig over die nadelen doen en ze liever niet noemen of wegredeneren. Hun bedoelingen daarbij zijn goed. Ze willen graag klimaatverandering voorkomen, geloven in de technologie, en zaaien dus liever geen twijfel. Het gevolg is echter dat ze wel twijfel zaaien – over hun eigen integriteit. En daarmee wordt de technologie ook niet vertrouwd, want als de voorstanders niet te vertrouwen zijn, zal er met de technologie ook wel iets mis zijn. Voor publieke acceptatie van CCS is het stimuleren van constructieve kritiek een noodzakelijke voorwaarde.

Een overeenkomst in Kopenhagen wordt dus moeilijk zonder afspraken over CCS. De Kyoto-periode heeft ons veel geleerd over klimaatbeleid. De belangrijkste les is wel dat zelfs een paar procent emissiereductie moeilijk blijkt voor veel landen. Robuuste afspraken zijn nodig om de landen die het meeste CO2 uitstoten te betrekken.

De technologiefocus bij de klimaatonderhandelingen kan helpen bij het tijdig realiseren van CCS-demonstraties. Maar Kopenhagen is pas echt geslaagd als ervoor wordt gezorgd dat de techniek wordt blootgesteld aan meer constructieve kritiek en er een eerlijk en geïnformeerd debat over de voor- en nadelen komt. De hoogste tijd dus voor een frisse start, voor internationaal klimaatbeleid én voor CCS.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden