'CO2 interesseert burger niet meer'

Staatssecretaris Timmermans, Bill Gross (eSolar), voormalig Britse premier Blair en Greenpeace-directeur Van Tongeren bij een klimaatconferentie in Den Haag. Beeld
Staatssecretaris Timmermans, Bill Gross (eSolar), voormalig Britse premier Blair en Greenpeace-directeur Van Tongeren bij een klimaatconferentie in Den Haag.

Een internationaal klimaatverdrag biedt geen oplossing voor de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Laten we het Kyoto-protocol niet verlengen, maar zoeken naar alternatieven. Die oproep doet Donald Pols van het Wereldnatuurfonds Nederland.

De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is nog nooit zo hoog geweest. Feit. Er is nog nooit zoveel consensus geweest onder wetenschappers dat de mens deels verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. Nog een feit. En er is nog nooit zo weinig politieke daadkracht geweest om dit probleem op te lossen. Ook een feit.

Donald Pols van het Wereld Natuur Fonds kan niet anders dan concluderen dat het praten over het terugdringen van CO2-uitstoot in internationaal verband, niet werkt. Hij gooit de knuppel in het hoenderhok en bepleit een nieuw systeem waarbij het abstracte onderwerp CO2, 'dat burgers helemaal niets zegt', wordt vermeden.

Eind volgend jaar loopt het Kyoto-protocol af, het internationale klimaatverdrag waarin landen hebben afgesproken hun broeikasgassen te beperken. De VS hebben het niet ondertekend. In Durban, eind dit jaar, moeten landen nieuwe afspraken maken. Maar de kans lijkt bijzonder klein dat vervuilende economieën als China en de VS in internationaal verband iets willen doen aan de uitstoot van broeikasgassen.

Dus moet er iets anders komen, zegt Pols. "Praten over CO2 is een elitaire aangelegenheid. Doordat het zo ingewikkeld is, is het een debat tussen experts. Er ontstaat een kloof tussen een kleine club wetenschappers die alles van het onderwerp weet en de 'gewone' burger die zich vervreemd voelt van het klimaatdebat. Bovendien heb je als individu amper invloed op de CO2-uitstoot. Geen enkele burger zegt: ik koop een zonnepaneel om mijn CO2-uitstoot terug te dringen. Mensen kopen een zonnepaneel omdat ze groene stroom willen produceren en onafhankelijk willen zijn van grote energiebedrijven."

Pols weet dat hij geen populaire boodschap verspreidt. "Zeker niet onder maatschappelijke organisaties en milieugroeperingen. Kyoto is onze baby. Zij zijn heel sterk betrokken bij het proces. Maar ik vind dat we de discussie moeten openen. Als iets niet werkt, moet je dat durven zeggen.

"Want wat hebben we in zestien jaar tijd praten en onderhandelen bereikt? Onze CO2-uitstoot is nog nooit zo hoog geweest." Waar is het fout gegaan? Pols benoemt drie problemen, en suggereert ook drie oplossingen:

Van gevolgen naar oorzaken

"Het beleidsproces is onbeheersbaar complex. Op klimaattoppen zijn tienduizend mensen aanwezig. Tienduizend! Dat komt omdat alles met alles samenhangt. Het kappen van bossen is verbonden met een emissiehandelssysteem, dat is weer verbonden met het verstrekken van hulp en geld aan arme landen. Het is onbegrijpelijk. Ook voor politici. Ter illustratie: ik las laatst een wetenschappelijk artikel over het verband tussen walvissen en CO2-uitstoot. De wetenschapper bepleitte dat het beschermen van walvissen beloond moet worden met CO2-rechten. Ze houden namelijk veel CO2 vast vanwege hun grootte. Waar hebben we het over?"

"Probleem is dat we ons richten op de gevolgen in plaats van de oorzaken. De broeikasgasdiscussie is te veel de politieke arena binnen geslopen, terwijl het een wetenschappelijke discussie zou moeten zijn. Een voorbeeld. Voormalig minister Cramer zei destijds: 'Ik eis foutloze wetenschap' op het moment dat er fouten waren opgetreden in het IPCC-rapport. Maar foutloze wetenschap bestaat niet, want wetenschappers werken altijd met een onzekerheidsfactor. Cramer moet zich daar niet mee bemoeien. Het omgekeerde gebeurt ook. Wetenschappers eisen invloed op het CO2-beleid.

"Die wetenschappelijk en inmiddels politieke discussie interesseert de burger al lang niet meer. CO2 is een onbeheersbaar probleem waar een individu in zijn eentje niets aan kan doen. Het is te abstract. Wetenschappers moeten over CO2-uitstoot blijven discussiëren, maar het moet geen doel van politici zijn. Zij moeten zich richten op de oorzaken en oplossingen, zoals het vergroenen van de energievoorziening en energiebesparing."

Van een internationale naar een nationale aanpak

"Toen de klimaatonderhandelingen zestien jaar geleden van start gingen, leek een top-downbenadering ideaal. Met andere woorden: op internationaal niveau zouden er besluiten worden genomen over het inperken van broeikasgassen. Die besluiten werden vervolgens voorgelegd aan de nationale regeringen. Die benadering werkt duidelijk niet.

"China is een voorloper op het gebied van duurzame energie. Het is de grootste producent van zonnepanelen ter wereld. Maar in internationaal verband zal het land nooit harde afspraken maken over het terugdringen van broeikasgassen."

Van de overheid naar het bedrijfsleven

"Het betrekken van arme landen bij klimaatonderhandelingen is de reden voor veel maatschappelijke organisaties om Kyoto in stand te houden. Zij zijn immers niet de veroorzakers van CO2-uitstoot, maar hebben de meeste last van de opwarming van de aarde. Zij hebben dus recht op middelen - in dit geval geld - om zich aan te passen. Zonder zo'n internationaal verdrag, valt dat instrument weg.

"Maar dit is tegelijkertijd het probleem bij klimaatonderhandelingen. Rijke landen willen niet belangeloos een zak met geld doorsluisen naar arme landen zonder er iets voor terug te krijgen. Daardoor lopen onderhandelingen ook zo vaak vast.

"Het klimaatdebat hangt direct samen met de inrichting van de economie. Het bedrijfsleven moet profiteren van een akkoord, vinden rijke landen. Dat kan als bijvoorbeeld bedrijven de kennis en technologie leveren aan arme landen. Zodat mensen daar toegang krijgen tot groene energie. Bedrijven zouden een belangrijker rol moeten spelen in het debat. Het bedrijfsleven heeft al lang door dat fossiele brandstoffen opraken, ze zijn op zoek naar alternatieven."

Volgens Pols is het essentieel om te blijven praten over broeikasgassen. Maar de samenleving moet er meer bij betrokken worden. Politici moeten iets doen aan de oorzaken van de opwarming van de aarde. Hij stelt drie alternatieven voor.

Energietoppen voor besparing

"De huidige hoge CO2-concentraties in de atmosfeer zijn voor tweederde het gevolg van het stoken van fossiele brandstoffen. Een omslag naar een groene energievoorziening is essentieel. Ten eerste omdat olie en gas opraken. Ten tweede omdat die fossiele brandstoffen zich steeds vaker op plekken bevinden die heel kwetsbaar zijn. Zo gaat Shell nu naar olie boren in het Arctisch gebied, vlakbij Groenland. Als daar iets misgaat, is dat een ramp voor de natuur en de dieren die in dat gebied leven. En als laatste zijn olie, gas en kolen dus de veroorzakers van broeikasgassen.

"Dit onderwerp sluit aan bij de beleving van mensen die zich wel druk maken om olierampen en het opraken van fossiele brandstoffen, maar minder om klimaatverandering. Bovendien is het makkelijker voor politici om concrete maatregelen te nemen om energie op te wekken uit zon en wind, dan om broeikasgassen terug te dringen. Dat is economisch ook veel interessanter. Het biedt kansen. Ik zou me kunnen voorstellen dat er internationale energietoppen komen waarin afspraken worden gemaakt over het opzetten van grote duurzame energieprojecten en energiebesparing. Daarnaast zouden de 1,5 miljard mensen die momenteel geen toegang hebben tot moderne energie dat wel moeten krijgen."

Afspraken tegen ontbossing

"Ontbossing is voor 10 procent verantwoordelijk voor de opwarming van de aarde. Over het tegengaan van ontbossing wordt gepraat tijdens internationale klimaatonderhandelingen, maar het is slechts een zijpad. Net als over energie kan je ook over dit onderwerp in internationaal verband concrete afspraken maken."

Exporteren van kennis en technologie naar arme landen

"Je moet ontwikkelingslanden blijven helpen. Het is een feit dat ze niet verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aarde, maar de gevolgen wel sterk voelen. Ik was laatst in Indonesië en daar vertelde een collega dat er minder mannelijke zeeschildpadden worden geboren omdat de zee warmer is geworden. Kennelijk heeft dat invloed. Zonder mannetjes, minder voortplanting waardoor de zeeschildpad langzaam uitsterft.

"Arme landen hebben niet of nauwelijks middelen om iets te doen tegen overstromingen of extreme droogte. Alleen geld geven heeft geen zin. Bij hulp aan deze landen moet je een onderscheid maken tussen het verstrekken van noodhulp na bijvoorbeeld grote overstromingen en het aanpassen aan klimaatverandering. Economische groei heeft het meeste effect in het laatste geval. Toegang tot energie draagt daaraan bij.

"Rijke landen kunnen ontwikkelingslanden helpen. Bijvoorbeeld door technologie en kennis op dit gebied te exporteren. Dat is voor rijke landen ook interessant, want hoe meer groene energie er opgewekt wordt, hoe sneller de prijs van wind- en zonnestroom daalt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden