’Club voor iedereen’ biedt perspectief

Achterstandswijk Klarendal in Arnhem is door de sport verlaten. Gebundelde krachten van gemeente, welzijn en onderwijs hebben met Sportpunt Klarendal een club voor iedereen voortgebracht.

Rob Velthuis

De nieuwe bezoeker wordt door een dreumes van zes tegengehouden. Op deze woensdagmiddag begint het zaalvoetbal voor de kleinsten om vier uur. Tien minuten voor aanvang wordt voor de deur van Sporthal Klarendal met ongeduld gewacht.

Nog geen uur later komen de eerste drie in de recent opgeknapte kantine hun drinken ’opeisen’. Het lidmaatschap van Sportpunt Klarendal zou meer moeten zijn dan alleen sporten, zegt penningmeester Edwin van Gastel. Het is hem al eerder opgevallen dat deze drie kinderen veel drinken als ze in de hal zijn.

„Ik denk dat ze thuis te weinig krijgen. Het zou mooi zijn als ze op vertoon van onze sportpas bij de Turkse bakker een broodje kunnen halen.”

Van Gastel beaamt dat veel ouders Sportpunt Klarendal zien als alternatieve kinderopvang. Ze zijn moeilijk als vrijwilliger bij Sportpunt Klarendal te betrekken. „Op de vrije woensdagmiddag hangen veel kinderen op straat rond.”

Saïd Zahti (30) kan dat uit eigen ervaring beamen. Hij komt uit Marokko, woont vanaf zijn zesde in Nederland en kent alle probleemwijken in Arnhem. „Ik ben ook een schoffie geweest, heb op straat rondgehangen. Maar nooit met de politie in aanraking gekomen, daar zorgden mijn ouders wel voor.”

Zahti is activiteitencoördinator van Sportpunt Klarendal. De sport en spelwerker, vroeger in zijn eentje werkzaam in de wijk, nam bij de start van Sportpunt in april 2006 die taak op zich in de hoop om naast drie dagen ’papierwerk’ twee dagen veldwerk te kunnen doen. Nu met 250 aanmeldingen de verwachte belangstelling ver is overtroffen, vertroebelt dat perspectief.

Klarendal is een van de veertig prachtprobleemwijken van Vogelaar. Een volkswijk met tachtig procent allochtonen en problemen op gebied van armoede, werkloosheid en drugs. Arnhem heeft er vier in die categorie. Als voetbalclub Arnhemse Boys in 2008 naar een nieuwe wijk is verhuisd, is daarmee vrijwel alle sport weggetrokken. Wat rest is de kleine majoretteclub en krachtsportvereniging Sandow.

Waar de overheid sport bij de mensen wil brengen, staat bewegen ver weg van de bewoners van Klarendal, St. Marten en Sonsbeekkwartier. Willen zij een wedstrijdsport beoefenen, dan moeten zij buiten hun wijk zijn. De kosten vormen een tweede, veelal onoverkomelijke barrière. En dat is weer een reden voor clubs om er weg te blijven.

De wijken zijn volgebouwd, slechts op het omheinde grasveld De Leuke Linde zijn speeltoestellen en een basketbalveld. Er is behoefte aan en geld voor aanleg van een Cruijff court. Plaats is er niet.

Midden in Klarendal staat een oude sporthal, verder zijn er twee gymzalen en ruimtes in wijkcentra. Alle acht beschikbare accommodaties worden benut door Stichting Sportpunt Klarendal, een initiatief van organisaties die in de wijk werken.

De sport- en spelwerkers, Sportbedrijf Arnhem (gemeente), het kinder-, jeugd- en jongerenwerk van St. Rijnstad en de Vakleerkrachten Bewegingsonderwijs van de Klarendalse basisscholen hebben de krachten gebundeld om de bewoners zo goedkoop mogelijke sport aan te bieden.

Het uiteindelijke doel is een recreatieve sportvereniging die door de bevolking zelfstandig wordt gedragen. Nu wordt het gesubsidieerde project gestuurd door professionele krachten als Zahti, consulent bewegingsonderwijs en sport Merijn Wilde en vakleerkracht en consulent bewegingsonderwijs Van Gastel. Zij worden bijgestaan door vrijwilligers die de daarvoor benodigde cursussen aangeboden krijgen.

Het eerste halfjaar was deelnemen gratis. Nu kan voor vijf euro per maand aan alle sportactiviteiten worden deelgenomen. De belangstelling heeft alle verwachtingen overtroffen. De grootste verrassing was dat 100 van de 250 aanmeldingen volwassenen waren.

Het project was op jeugd gericht. Het binden van de allerkleinsten was via de basisscholen niet moeilijk. Probleem is het benaderen van oudere kinderen. Er is geen voortgezet onderwijs in de wijken, het jongerencentrum wordt vanwege de beruchte reputatie slecht bezocht.

Saïd: „Jongeren hebben andere interesses. Ik heb eens voor twintig euro een survival van drie dagen in de Ardennen georganiseerd met een geweldig programma. Ik had maar acht aanmeldingen.”

Daar staat eigen initiatief tegenover. Een meidenclubje kwam zich aanmelden om te zaalvoetballen. Zo kwam ook een volleybalgroep tot stand. De volgende stap moet het binnenhalen van clubs zijn. Een naschools turnuurtje ’loopt als een trein’. Een judoclub helpt met lessen in de zaal van Sandow. Maar de kosten vormen het probleem.

Er is een subsidiepot van BOS-gelden, maar het grootste deel daarvan gaat op aan zaalhuur voor de gemeentelijke sporthal. „Bovendien is wat wij doen allemaal recreatief”, aldus Van Gastel. „De stap naar wedstrijdsport is groot. Ik heb op school een meisje dat geweldig kan hardlopen. Ik heb de moeder benaderd, gezegd dat ze kampioen kan worden, om haar warm te maken voor de atletiekclub. Een dag later zegt ze: ’mijn dochter hoeft geen kampioen te worden’. Daarmee is het van de baan.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden