Club Brugge vreest het ergste

Voor het eerst in 25 jaar dreigt Club Brugge Europees voetbal mis te lopen. De populairste club van België houdt de adem angstvallig in.

,,Geef ons een beker en wij worden zot”, klinkt het zaterdagavond kort voor het begin van het thuisduel met Lierse SK (4-0 winst) vanaf de Noord-tribune in het Jan Breydelstadion. De Blue Army, zoals de harde kern van Club Brugge zichzelf noemt, legt daarmee de vinger op de zere plek. Niet tegen de armetierige hekkensluiter van de Eerste Klasse moet de zwalkende ploeg de tanden ontbloten, maar morgen in de halve eindstrijd van het bekertoernooi. Als de blauwzwarten er dan tegen AA Gent niet in slagen een 3-1 achterstand goed te maken, mist Club Brugge vrijwel zeker voor het eerst in vijfentwintig jaar Europees voetbal.

Zo gemoedelijk als de fans liederen aanheffen tegen Lierse, zo hels waren ze op 27 januari. Toen Club Brugge, zevende in de competitie, destijds in eigen huis met 1-0 verloor van middenmotor SV Roeselare, nam het angstbeeld weg te zakken in de marge voor het eerst serieuze vormen aan. Met witte zakdoekjes zwaaiend eisten ze het hoofd van ex-PSV’er Marc Degryse, die als technisch directeur een wanbeleid voerde. Wat moest een volksclub met nuffige jongens, gestoken in maatkostuum? West-Vlaams knokken, dát werd van Brugse voetballers verwacht.

Hoewel Degryse gehoor gaf aan de grimmige oproep door op te stappen, bleef de kou in de lucht. Het bestuur, geleid door voorzitter Michel D’Hooghe, vond zijn vertrek niet voldoende en ontsloeg trainer Emilio Ferrera en diens assistent, de zeer geliefde Franky Van der Elst. Het congé van de oud-international was een inschattingsfout. De achterban pikte het niet dat de preses met Van der Elst het tweede clubicoon binnen een jaar wegstuurde. Eerder had Jan Ceulemans, voorganger van Ferrera en door de aanhang betiteld als God van Brugge, het veld al moeten ruimen. Daarmee bezoedelde D’Hooghe de ziel van Club, die familiegevoel en warmte voorstaat.

Bijna vier maanden later is de kalmte enigszins teruggekeerd. De prestaties in de competitie mogen dan niet tot de verbeelding spreken, de eerste stappen naar verbetering zijn gezet. De aanstelling van Jacky Mathijssen, na de zomer trainer van Brugge, illustreert dat beleid goed. Hoewel de 43-jarige oefenmeester geen verleden heeft in het Jan Breydelstadion, sluit zijn achtergrond naadloos aan bij het volkse karakter van zijn nieuwe werkgever. Een man wiens vader 25 jaar lang nachtdiensten draaide in de Vlaamse steenkoolmijnen kan bij Club Brugge weinig verkeerd doen. Zijn vermeende arrogantie en kadaverdiscipline vormen geen obstakel. Mathijssens markante kop en directe manier van spreken passen goed in de Brugse traditie. Daarvan getuigen enkele zwartwitfoto’s in de perskamer, waarop een zeer nors kijkende Ernst Happel is geportretteerd. Aan de hand van de in 1992 overleden Oostenrijkse succestrainer groeide Brugge in de jaren zeventig van de vorige eeuw uit tot een topclub met groot internationaal aanzien.

Van Mathijssen, in België gekscherend de nieuwe Mourinho (trainer van Chelsea) genoemd, worden zulke prestaties niet direct verwacht. Krediet en aanzien heeft hij wel. Dat blijkt tijdens het duel met Lierse. De selectie, overijverig, voelt zichtbaar zijn priemende ogen vanaf de tribune op hen gericht. ,,Zes spelers van de A-kern moeten weg’’, weet een suppoost te melden. ,,Alleen is nog niet bekend welke. Daarom werkt iedereen nu zo hard.’’

Op het ereterras bezien de notabelen het schouwspel gelaten. Niet Mathijssen, maar interim-coach Cedomir Janevski heeft het voor het zeggen. Als de hypernerveuze Serviër Brugge niet naar de bekerfinale loodst, komt de club financieel in zwaar weer. De spelersbegroting moet dan omlaag en de realisatie van een nieuw stadion, op te leveren in 2011, loopt gevaar. Die nachtmerrie heeft ook meester gemaakt van de stadionomroeper. Nadat Club Brugge eenvoudig met 4-0 van Lierse heeft gewonnen, vraagt hij het publiek smekend: ,,Asseblief naar het Jan Breydel te komen voor de match van het jaar. Dán hebben we u steun heel hard nodig. Asseblief.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden