Clingendael

Vlak naast het hoofdkantoor van de ANWB aan de Wassenaarseweg ligt het ruim 60 hectaren grote landgoed Clingendael. Een stadspark lijkt het nu, maar tot in de jaren veertig lag het twee kilometer van de stad Den Haag, op het platteland.

In de zeventiende eeuw ontvluchtten hoge ambtenaren van het Hof van Holland 's zomers de stad. Constantijn Huygens liet in 1640 Hofwijck in Voorburg bouwen en Jacob Cats trok zich in 1651 terug op Sorghvliet in Scheveningen. Philips Doublet kocht al eerder de hofstede Sint-Annaland, waarvan al sprake was in 1540. De Doublets vestigden zich in het in 1680 gebouwde herenhuis Clingendael op dezelfde plek tussen de binnenduinrand en het op een vroegere strandwal gelegen Haagse Bos.

Van oudsher horen weilanden en een boerderij bij een landgoed. In 1982 vestigde zich weer een Haagse veehouder op de boerderij, waar troepen kauwen rondschooien. Gewend aan mensen zijn de zwarte vogels met de grijze nek zo brutaal als de beul. Op het terras van de theeschenkerij wagen ze zich vrijmoedig tussen de bezoekers. Oude holle bomen bieden broedgelegenheid in het voorjaar, maar tegenwoordig hebben de kauwen concurrentie van de halsbandparkieten, die vooral in oude spechtenholen nestelen.

Engelse landschapsstijl

In 1759 kreeg de familie Van Brienen het landgoed in handen. Willem Joseph van Brienen liet de stijve classicistische aanleg door vader en zoon Zocher omzetten in de speelser Engelse landschapsstijl met slingerende sloten, vijvers met eilandjes en open weiden met alleenstaande bomen.

Bruine beuken, moerascypressen en vooral opvallend bloeiende exotische bomen, zoals catalpa's en tulpenbomen, waren toen in de mode. Een rekening uit 1854 vermeldt de aankoop van een tulpenboom, misschien dezelfde als het dikke, maar vermolmde en door tonderzwammen aangetaste exemplaar op een van de vijveroevers.

Aan de vijvers

Een blauwe reiger vliegt op uit een vijver. De laatste witte waterlelies pralen in de septemberzon. Moerasandoorn, glidkruid en moerasrolklaver staan nog in volle bloei, maar harig wilgenroosje, waterzuring, grote kattenstaart en moerasspirea zijn uitgebloeid en hoge cyperzegge en oeverzegge hebben rijpe vruchtjes. Op een paar plaatsen aan de vijvers bloeit nog koninginnekruid, tussen tientallen bijachtige zweefvliegen omzwermd door vlinders: koolwitjes, atalanta's, een kleine vos, boomblauwtje, gehakkelde aurelia. De vleugelfacetten van een steenrode heidelibel glinsteren in alle kleuren van de regenboog. Metaalgroene pantserjuffers landen bedachtzaam op goudgeel bloeiende Canadese guldenroede.

Indrukwekkende beuken

Een recht kanaal is de grens tussen Clingendael en de Heerlijkheid Waalsdorp. Het uitgegraven zand ziet er aan de Clingendael-zijde uit als een langgerekt duin, beplant met prachtige beuken. Het indrukwekkende beukenbos herinnert mij aan het Speulderbos bij Putten, met kromme donkere stammen en prachtig licht door het doorschijnende gebladerte. Naar het oosten gaat het over in een lager gelegen en dus vochtiger essenbos. Grote sneeuwbes, prachtframboos en alpenbes groeien er tussen de taaie stekelstengels van braam.

Stinzenplanten

Cats, Huygens en Doublet wisselden tuinervaringen en planten uit. Uit Midden-Europa lieten ze de alpenbes en de voorjaarszonnebloem komen, uit Zuid-Europa groene ossentong, winterakoniet en sneeuwklokje, uit Klein-Azië de sterhyacint. Sommige ingevoerde planten waren elders in Nederland inheems, zoals bosanemoon, handjeshelmbloem, wilde hyacint, daslook, wilde akelei, lelietje-van-dalen en wilde aronskelk. De prachtframboos en de grote sneeuwbes, beide uit Noord-Amerika, zijn van later datum. Nu zijn die planten verwilderd en bekend als stinzenplanten. Ze bloeien voornamelijk in de lente, omdat er dan nog genoeg licht op de bosgrond valt.

Naast exotische planten importeerden de landgoedeigenaren ook vogels. Cats dichtte:

'Men ziet er eenden gaan, gezonden uit Brazil, en ganzen hoog geneust gekomen uit de Nyl'.

Nijlganzen zie je er nog, in elke vijver, vaak in paren.

Zes soorten varens groeien in het bos. Eikvarens op hellingen, mannetjesvarens en smalle en brede stekelvarens op de steile kanaaloevers. Goed zoekend moeten ook konings- en adelaarsvaren te vinden zijn. Op een open plek bloeien groot heksenkruid, klein springzaad en penningkruid.

Japanse tuin

In het sterrebos groeien al jaren grote keverorchissen. Daar bloeien in mei tweehonderd variëteiten van Rhododendron ponticum, de meest karakteristieke heester van Nederlandse landgoederen. Ze zijn geplant door freule Daisy van Brienen, die in het begin van deze eeuw ook een Japanse tuin liet aanleggen naar een ontwerp dat zij zelf maakte tijdens een reis door Japan. Daarvoor werden alleen Japanse planten gebruikt, merendeels betrokken uit Boskoop. De zeldzaamste kwamen rechtstreeks uit Japan, sommige uit de Leidse hortus. Hoewel veel van de schoonheid van de oorspronkelijke tuin in de loop van de jaren verloren is gegaan, is de tuin van Clingendael verreweg de belangrijkste nog bestaande Japanse tuin in ons land.

Oorlogsvesting

Kort na de dood van freule Daisy in 1939 (haar vele hondjes liggen begraven onder een zilverlinde, de meeste platte grafstenen op de grafjes met Engelse opschriften, zelf ligt ze op de pauwenheuvel) brak de Tweede Wereldoorlog uit. De Oostenrijker Seyss-Inquart, door Hitler benoemd tot rijkscommissaris van bezet Nederland, nam zijn intrek in het huis. Er is nog een tankgracht die ervoor moest zorgen dat de geallieerden de Vesting Clingendael niet konden innemen. Er zwemmen meerkoeten en waterhoentjes met hun grote jongen tussen de waterlelies.

In het park van het landgoed staan monumentale oude bomen, vooral beuken en Hollandse linden en een enkele majestueuze zomereik. Bij de bevrijding was Nederland grotendeels verwoest, maar Clingendael kwam redelijk ongeschonden uit de strijd. Om de gebouwen vanuit de lucht niet te laten opvallen verhinderden de bezetters dat de oude bomen in de hongerwinter werden geveld.

Openbaar landgoed

De gemeente Den Haag kocht het landgoed in 1954 en stelde het open voor het publiek. 't Huys Clingendael heeft lange tijd leeg gestaan, tot na een omvangrijke restauratie in 1983 het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen zich er vestigde. Clingendael is weer een compleet landgoed, dat met zijn uitgestrekte bospark en gazons een groen recreatiegebied is voor velen in de drukke randstad.

Den Haag wil geld zien en Ockenburg aan een projectontwikkelaar verkopen. Laat dat niet met Clingendael gebeuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden