Clever, creatief, maar niet gedisciplineerd

Na de euforie over de plaatsing van de nationale ploeg voor Euro 2004 hebben somberheid en ergernis over de staat van het binnenlandse voetbal weer de overhand in Tsjechië. De ene oud-speler wil naar het buitenland. De ander blijft, maar begaan met het Tsjechische voetbal voelt hij zich niet meer.

Henk Hoijtink

Op een zonnige woensdagmiddag in mei heeft het publiek de ruimte in de Toyota Arena van Praag. Er zijn twee-, misschien drieduizend toeschouwers afgekomen op de halve finale in het Tsjechische bekertoernooi tussen Sparta Praag en Slovan Liberec. Gelaten ondergaan ze de wedstrijd, die door Sparta met 1-0 wordt gewonnen, en zwijgend keren ze huiswaarts.

Hoe anders was dat driekwart jaar geleden. Hetzelfde stadion, het grootste van Tsjechië dat nochtans aan slechts 20000 toeschouwers plaats kan bieden, werd begin september overspoeld door een warme golf van patriottisme. Alle plaatsen waren bezet en het volkslied werd uitbundig gezongen voor de spelers van de nationale ploeg, die zich na een 3-1 zege op Nederland met vertoon van macht hadden geplaatst voor Euro 2004.

Van de euforie is weinig meer over. In veel opzichten mag een vergelijking tussen een halve finale in een vrijwel overal ondergeschoven bekertoernooi en een beslissende kwalificatie-interland dan niet reëel zijn, toch lijkt in dit geval aan de tegenstelling symbolische waarde te mogen worden toegekend. Somberheid en ergernis over de staat van het binnenlandse voetbal hebben in Tsjechië (weer) de overhand, en al dan niet in het verlengde daarvan slinkt het geloof in de standvastigheid van de nationale ploeg.

Zdenek Nehoda heeft geen goed voorgevoel. ,,Ik heb een beetje angst dat we problemen krijgen bij het EK.'' Hij is de enige niet, en aan zijn inschatting mag waarde worden gehecht. Nehoda baseert zich bovenal op de gevoelens van de beste Tsjechische voetballer, van de Europese voetballer van het afgelopen jaar ook. Nehoda (52), zelf ooit een begenadigde aanvaller die 90 interlands speelde, is tegenwoordig zaakwaarnemer, en een geslaagde ook, alleen al omdat hij de Tsjechische aanvoerder Pavel Nedved vertegenwoordigt.

Het vervult Nehoda met zorg dat Nedveds club Juventus een mager seizoen afwerkte. Andere toonaangevende internationals als Koller en Rosicky werden meegezogen in het verval van Borussia Dortmund. ,,Ik weet waarom ik niet optimistisch ben. Nedved en Rosicky zijn nog niet te vervangen. We hebben jeugd, maar die heeft tijd nodig. Nedved laat zich er openlijk niet over uit, maar hij heeft dezelfde bedenkingen als ik, dat weet ik. Niet dat er conflicten zijn. Het klimaat is nog goed, maar de vorm is veel minder dan in de herfst van vorig jaar.''

Zijn ze nog hongerig? Anders dan hun lang beknotte voorgangers hebben de beste Tsjechische internationals het grote geld al in het westen kunnen opstrijken. In de wetenschap dat Nedved zich sinds zijn tienerjaren met een uitzonderlijke toewijding verzorgt en bekwaamt, is desondanks een romantisch beeld te schetsen. Het beeld van Tsjechen die, vooral omdat ze gezamenlijk op het hoogste plan nog nooit een prijs wonnen, met authentieke gretigheid nog op jacht gaan -met een plichtsbesef dat bij dertigers als Nedved en ook de ajacied Galasek aan de nadagen van het communisme zou kunnen herinneren.

Maar zo wordt het in Tsjechië zelf niet gevoeld. ,,De instelling van spelers als Nedved en Galasek heeft niets met het communisme te maken'', zegt Antonin Panenka, de man die naast de EK'76-finale met zijn strafschop tegen West-Duitsland nog 58 interlands afwerkte. ,,Het is gewoon hun cleverheid. Ze weten wat ze te doen staat. Dat is een sterk punt van Tsjechische voetballers: ze zijn clever en tamelijk creatief. Maar gedisciplineerd? Nee, niet echt.''

Panenka betwijfelt of de Tsjechen hun grenzen nog kunnen of willen verleggen. ,,Nedved, Rosicky en Koller waren niet zo bekend toen ze naar het buitenland gingen. Ze wilden bij de clubs en in het nationaal team hun naam nog vestigen. Nu zijn ze bekend. Ze zijn op het platform waar ze ooit wilden zijn. Ja, ze zouden nog de ultieme winst, een zege op het EK bijvoorbeeld, moeten nastreven. Maar zo hard, voor zichzelf vooral, is de Tsjechische landsaard niet. De Tsjech heeft de neiging om te snel tevreden te zijn: ik heb een resultaat geboekt, dan ben ik tevreden.''

Ook Panenka straalt de, zeker voor Oost-Europese (oud-)sporters, karakteristieke onwil uit om sociaal-politieke lijnen van het verleden naar het heden te trekken. Toch diept hij één enigszins duidend voorbeeld op. ,,Op school leerden wij Russisch als tweede taal. Engels hoefden we niet te leren. Daar kwamen we toch niet, dachten we. We waren er tevreden mee. Ik had harder en meer kunnen trainen, maar op onze manier hadden ook wij geen motivatie om meer te werken dan anderen. Ik was al beter dan vele anderen, maar ik kon lange tijd toch niet weg.''

Wat niet wil zeggen dat de huidige jeugdspelers van Tsjechië er niet hard voor werken. Ze kunnen zich spiegelen aan vooral de pas 23-jarige Tomas Rosicky, die als welp al werd opgenomen in de jeugdopleiding van Sparta Praag, waar hij uiteindelijk niet eens een volledig seizoen in het eerste team speelde. Toen plukte Borussia Dortmund hem al weg. Rosicky is de laatste ontloken exponent van een even gestage als nauwelijks verklaarbare toevoer van talent.

Tsjechië brengt van oudsher goede jeugdteams voort. Het team onder 21 jaar werd in 2002 Europees kampioen. Zes spelers ervan, onder wie ajacied Grygera, maken inmiddels deel uit van de A-selectie. Een gevolg van het feit dat spelers vroeger dan voorheen hun vleugels naar het westen kunnen en mogen uitslaan, is dat tal van jongelingen in de eigen competitie eerder een kans krijgen. Van het huidige team onder 21 jaar maken al vier spelers deel uit van de eerste selectie van Sparta Praag, en twee van die van kampioen Banik Ostrava.

Van een gestructureerde opleiding is desondanks in Tsjechië geen sprake. De clubs in de hoogste klasse hebben alle hun eigen opvang, waarin training en school worden gecombineerd. De opleidingen zijn grotendeels op initiatief van de clubs zelf opgezet, op bescheiden schaal in de meeste gevallen in het armlastige voetballand.

Alleen Sparta Praag beschikt over een modern, fonkelnieuw opleidingscentrum. Toch is het peil (van ook de jeugdtrainers) kennelijk dermate bevredigend dat de oud-spelers, met al hun bedenkingen, over dít aspect van het Tsjechische voetbal te spreken zijn -of het moest zijn dat de opofferingen die Nedved zich getroostte niet meer worden opgebracht. ,,Ze doen er niet meer alles voor'', vindt Nehoda.

Maar een groter probleem is in hun ogen dat van de Tsjechische voetbalbond geen coördinerende en stimulerende werking uitgaat. Nehoda: ,,Ik ken president Obst al twintig jaar. Hij is een goede man, maar hij begrijpt niets van voetbal. Hij is zwak.'' Vergelijkbare frustraties voelt Jozef Chovanec (44), ook oud-international, ex-PSV'er én voormalig bondscoach. ,,De bond doet niets voor het voetbal'', zegt hij. ,,Tussen de coaches van de verscheidene jeugdteams is geen enkele communicatie.''

Het is prettig hem in hartje Praag terug te zien, de immer gastvrije Chovanec die zich in het Nederlands nog altijd verstaanbaar en redelijk begrijpelijk kan maken. Maar al gauw wordt de vraag opgeroepen hoeveel waarde aan zijn woorden mag worden gehecht. Hij fulmineert bij voortduring tegen de bond. Zijn munitie is een vermeend corruptieschandaal dat in de slotfase van de competitie werd onthuld. Scheidsrechters (er werden er vijf gearresteerd) zouden door FC Synot zijn omgekocht. Chovanec: ,,Dit is zó slecht voor het Tsjechische voetbal. De bondsvoorzitter en zijn gevolg moeten opstappen. Corruptie devalueert ook de namen van Nedved en Rosicky.''

Het klinkt oprecht, betrokken. Maar kan het niet ook en vooral een afleidingsmanoeuvre zijn van iemand die, niet voor niets misschien, in de marge is beland? Nadat hij was afgezet als bondscoach (puntloos uitgeschakeld in de eerste ronde van Euro 2000, niet gekwalificeerd voor het WK van 2002) werd Chovanec ook de deur gewezen door de nieuwe eigenaar van zijn geliefde club Sparta Praag, waar hij als oud-speler eerder manager en trainer was. Wie in Nederland nog mocht denken dat hij in Tsjechië als Mister Sparta Praag blijvend wordt geëerd -niet dus.

Chovanec kwam terecht bij Marila Pribram, een bescheiden middenmoter die de licentie overnam van de weggehoonde legerclub Dukla Praag. Hij was coach, maar dat is over -naar eigen zeggen omdat het hem niet beviel, trainen met middelmaat. Hij lijkt eerder weggepromoveerd. Chovanec is (nog) sportdirecteur, al deert het ogenschijnlijk niemand dat hij zich slechts één keer in de week laat zien in Pribram, zestig kilometer ten zuidwesten van Praag.

Genoeglijk achterover leunend op een terras in de hoofdstad begroet hij een voorbijganger, die haastig het zebrapad wil oversteken met een aktentasje onder de arm. Chovanec stelt hem voor als de manager van Pribram. ,,In de grote stad op zoek naar sponsors'', zegt hij lachend als de man weer zijns weegs is gegaan. ,,Voor Pribram, daarom heeft hij maar een klein tasje bij zich.'' Zelf stopt hij als sportdirecteur, laat Chovanec achteloos weten.

Incapabele bond, mager niveau, financiële crisis, corruptie -hij zou graag naar het buitenland willen. Het klinkt plausibel, maar Nehoda plaatst later Chovanec en diens ambities in een ander daglicht. De zaakwaarnemer betoogt dat Chovanec op de achtergrond werkt met zijn neef, een erkend Fifa-makelaar. Hun bureau zou spelers van onder anderen Nehoda trachten weg te kapen. ,,Iedereen weet dat Chovanec er ook in zit. Ze maken al driekwart jaar grote Scheisse. Ik denk dat Chovanec geen kans meer krijgt in Tsjechië.''

Dan heeft Nehoda zijn zaakjes voorlopig beter voor elkaar. Chovanec, afgezant nota bene van een van de jongste generaties die met het vrije westen kennismaakten, spreekt met de lijdzame argwaan die het vroegere Oostblok zo kenmerkte: ik word tegengewerkt, zo gaat het nu eenmaal, niets tegen te doen. Nehoda is niet veel positiever over het Tsjechische voetbal, de bestuurlijke kant ervan althans, maar hij heeft er wel voor gezorgd dat hij niet in vaag zelfbeklag hoeft te vluchten.

Naast Nedved behoren nog drie Tsjechische internationals tot zijn stal: Grygera, Jankulovski (Udine) en Hübschmann, een talentvolle verdediger van Sparta Praag. En Tsjechië mag dan zijn toegetreden tot de EU, van een uittocht van relatief goedkope spelers zal het voorlopig niet komen. Om die tegen te gaan blijven de beperkende regels van kracht, wat in Nederland betekent dat Tsjechen 150 procent van het gemiddelde eredivisieloon moeten verdienen.

Met andere woorden: goedkoop is de waar van Nehoda niet. ,,Ik ken Ajax-directeur Van Eijden en Arnesen, als manager nog van PSV. Zij kunnen geen Tsjechen betalen als ze niet eerst een speler verkopen.'' Dat beseft ook PSV-scout Van der Zee, die getuige is van de halve bekerfinale in de Toyota Arena. Hij ziet onder anderen Tomas Sivok, een sierlijke middenvelder van Sparta Praag, jeugdinternational én cliënt van Nehoda. Moet toch gauw drie tot vijf miljoen euro kosten, schat hij desgevraagd.

Geen wonder dat Zdenek Nehoda het zich kan permitteren om er 'over een jaar of drie' mee te stoppen. ,,Ik hoef zelf niet meer naar het buitenland. Daar heb ik genoeg gespeeld. Ik heb het van de banden met het buitenland moeten hebben. Ik kan hier blijven, ook omdat ik niet meer zo begaan ben met het Tsjechische voetbal in zijn totaliteit.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden