Claudio Magris

Een realistische utopist. Misschien is dat wel de beste typering die men van hem kan geven. Terwijl de planeet aarde het aflopende millennium van zich afschudt als een slang het oude vel en haar bewoners met huiver kijken naar de nieuwe duizend jaar die maagdelijk voor hen liggen, laat hij waarschuwend zijn stem horen: Een droom zonder onttovering is even gevaarlijk als een messias zonder kruis.

Claudio Magris, jaargang '39 - Zelden doorbrak iemand door gestalte en stijl doeltreffender de cliché's die sinds Kant en Hegel over de figuur van de filosoof de ronde doen: een morsige figuur die in ondoorzichtig proza zijn wijsheden aan het papier toevertrouwt.

Want de gebruinde Italiaan die komende dinsdag in Tilburg in de aula van de Katholieke Universiteit Brabant de vierde Nexus-lezing houdt - Soll man die Dichter aus dem Staat verbannen? - en die gezien wordt als een van de grootste cultuurfilosofen van onze tijd, is geen misantroop. Charmant, slank, goed in het pak gestoken, vindt hij dat je het beste over zaken als het postmodernisme (“reactionair cynisme”) kunt praten “op een terras met een glas koele Donauwijn in de hand”.

Het liefst in Triëst, de havenstad waar onder de historische vleugels van de Doppeladler van het oude Habsburg zijn historisch-culturele wortels liggen. Maar wel een die de realiteit van het neo-kapitalistische tijdperk niet onder tafel veegt, kraaiende dat met de abrupte val van het communisme de geschiedenis voltooid is.

Integendeel: “Thans heerst de wet van het financieel-economische gewin die onverschillig staat tegenover alle maatschappelijke consequenties van zijn competitieve wildgroei.” Bisschop Muskens had het niet scherper kunnen zeggen, al is het niet Magris' mooiste volzin.

Want doorgaans weet deze professore doeltreffend de moderne ruiters van de Apocalyps uit het modieuze zadel te werpen. Magris, die aan de universiteiten van Turijn en Milaan literatuurwetenschappen doceert, ergert zich aan het “gemakzuchtig pathos” waarmee de onheilsprofeten ook bij de huidige millenium-wende verkondigen dat het leven niets dan leegte, zinloosheid en verschrikking is.

Maar evenmin zijn er velen in zijn soort die beter de gevaren van het ongeremde vooruitgangsgeloof kunnen verwoorden dan hij: “De wereld”, zo schrijft hij in een recent essay (Nexus 1997, nummer 17), “kan niet eens en voor altijd worden verlost, en elke generatie moet als een Sisyphus zijn rotsblok omhoogduwen om te voorkomen dat het terugrolt en haar verplettert.”

Hier is een intellectueel aan het woord. Magris' ironisch-weemoedige proza richt z'n pijlen zowel tegen alle goedkope onheilsretoriek als tegen het naïeve parousia-denken, dat niet beseft of wil weten dat sinds Nietzsche alle goden voorgoed in ballingschap zijn gegaan.

Als 'wonderkind' gestart - nauwelijks 24 jaar oud werd hij op slag bekend door zijn studie der Habsburgische Mythos in der österreichischen Literatur, thans een klassieker - maakte Magris ook later zijn vroegrijpe reputatie waar.

Na Lontano da dove, een cultuurgeschiedenis van het Oost- Europese jodendom waarvoor hij de Benedetti-prijs kreeg, volgde eind 1986 het boek dat hem wereldfaam bezorgde: Danubio (Donau), nu in meer dan vijftien talen vertaald.

Onlangs in goedkope vertaling bij Bert Bakker/Prometheus herverschenen, beschrijft het de moderne queeste van een gefingeerd persoon (man/vrouw?) langs de loop van de rivier. Behalve als cultureel-historisch oriëntatiepunt fungeert die schöne Blaue hier ook als metafoor van de grilligheid van het bestaan: in een vluchtige tijd als de huidige is het goed om vergeten landstreken en geschiedenissen te herontdekken en in boeken voor het nageslacht vast te leggen. Want wie het verleden blijft ontkennen zal de toekomst verliezen.

'Donau' neemt ook de hoedschoen op tegen de grote geschiedenis, tegen de verwaarlozing van het kleine en individuele, tegen de vergetelheid, tegen het verdwijnen (een thema dat opnieuw opduikt in zijn nieuwste boek Microcosmi die hem dit jaar de meest prestigieuze literatuurprijs van Italië, de Premio Strega, opleverde). Zo laat 'Donau' zien dat het leven van het weerloze dienstmeisje Anna Augustin - in het burgerlijke Wenen door haar welgestelde 'mevrouw' in een proces van jaren doodgefolterd - dezelfde unieke waarde bezit als dat van barones Maria Vetsera, die rond dezelfde tijd samen met kroonprins Rudolf van Habsburg zelfmoord pleegde, en over wier verscheiden nog steeds wordt gepraat en geschreven.

Wie 'Donau' leest beseft dat Magris hier een particuliere guerilla voert tegen de voortschrijdende nivellering van het eigene en individuele die de mens degradeert tot een massaproduct zonder onafhankelijke mening of smaak. Een ontkenning van de menselijke persoonlijkheid, door Magris terecht herkend als een van de hoofdproblemen van onze, middels politiek, reclame- en vermaaksindustrie steeds ongemerkter gemanipuleerde cultuurloze Massengesellschaft.

Als geleerde, vertaler (Ibsen, Schnitzler, Grillparzer), dagbladmedewerker (Corriere della Sera en andere kranten) én (twee jaar) senator, behoort Magris niet tot de kamergeleerden. En ondanks de regen aan prijzen, onderscheidingen en eredoctoraten is Magris juist zichzelf gebleven. Een behoedzaam opererende cultuurobservant die, alle brille ten spijt, beseft dat 'zeker weten' voor niemand is weggelegd. “In tegenstelling tot wat new age ons wil doen geloven zullen wij, mensen, nimmer goden zijn.”

Overigens dient de eruditie die Magris zo nadrukkelijk in zijn boeken tentoonspreidt een heel ander doel dan het opzichtig etaleren van eigen slimheid (“zo onnozel ben ik niet”). Hij wil er mee aangeven hoe zinloos kennis en cultuur zijn wanneer je ze losmaakt van het ware leven.

Je kunt nog zoveel van Dostojevski of Heidegger lezen, nog zo vaak naar Rembrandts Nachtwacht gaan staren, als je de inhoud niet integreert in je eigen bestaan wordt het een tönendes Nichts: “Kunst en cultuur die het dagelijks leven negeren zijn even dood als een haring op het droge.”

En dan is er nog het thema van de 'retoriek' versus de 'overtuiging'. Een aan Carlo Michelstaedters filosofie ontleend begrippenpaar dat door Magris regelmatig aan de orde wordt gesteld. Het meest direct in de, begin 1991 uitgekomen, novelle Un altro mare (Een andere zee, BB).

Dit, 'geheel op ware gebeurtenissen gebaseerd', verhaal schetst de levensloop van graecist en filosoof Enrico Mreule, boezemvriend van de in ons land onbekende Triëster dichter-filosoof Michelstaedter. Een historie waarin 'retoriek' staat voor het verraad dat het individu aan zichzelf pleegt door in zijn jacht naar 'morgen' het 'vandaag' te vergeten. Daarmee zijn eigenheid verliezend.

Een actuele problematiek in een samenleving waarin tijd geld kost en employability de maat van alle dingen lijkt.

Hier tegenover plaatst Michelstaedter, en in diens kielzog Magris, de 'overtuiging': de vastbeslotenheid om de dag van heden in al zijn volheid te genieten en niet te wachten op het toekomstig geluk dat vrijwel zeker nooit zal komen. Elke onbenutte dag brengt ons dichter bij de dood, waar het kasboek met verspilde kansen ligt te wachten.

In 'Een andere zee' leidt dit tot de volgende bespiegeling: “Waarom heeft hij het toen niet uit de weg geruimd, toen er nog zoveel tijd was? Nu kan het niet meer, het is te laat, geen kracht overwint de dood, die laffe daad die belet om de dingen tot klaarheid te brengen. Iedereen sterft voordat hij een paar leugens uit de weg kan ruimen. Daarom is doden een misdaad. Hij schaamt zich op die eend te hebben geschoten, die misschien zo strak en snel vloog om iets recht te zetten.”

In een wereld waarin de filosofie van het niets elk geloof en alle idealen naar de mestvaalt van de geschiedenis leek te hebben verwezen, blijkt de gehechtheid aan zingeving en diepere waarden sterker dan verwacht. Een waarneming die Magris in 1988 al deed. Hij gaf toen ook de reden aan: “Geloof in de meest brede zin van het woord geeft je een levenszekerheid die je in staat stelt de wereld te doorkruisen zonder dat de schrik je voortdurend om het hart slaat.” Want, schreef hij twee jaar eerder in 'Donau': “Wie aan zichzelf twijfelt is verloren.”

Een zin die ogenschijnlijk verdrinkt in de vloedgolf aan fundamentalistische zekerheden die thans over de wereld slaat, maar die toen van moed getuigde, gegeven het modieuze, alles verstikkende nihilistisch relativisme waarin Europa's culturele elite op dat moment gevangen zat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden