Clare College onthult Sweelincks roomse vreugde

In 1619 liet Jan Pieterszoon Sweelinck, organist te Amsterdam, bij de toen befaamde uitgever Phalèse in Antwerpen een bundel met 37 motetten drukken. Latijnse teksten, thuishorend in katholieke diensten. Ze stellen de musicologen anno nu nog steeds voor raadsels, want met welk doel creeërde Sweelinck deze magnifieke stukken? Ook de Engelse musicoloog en dirigent Tomothy Brown weet geen pasklaar antwoord te formuleren in zijn voortreffelijke toelichting bij de dubbel-cd SWEELINCK CANTIONES SACRAE (Etcetera KTC 2025).

Zijn koesterende liefde voor de Nederlandse componist leidt evenwel in de uitvoering door 'zijn' koor van het Clare College te Cambridge tot een bevestiging van de gebruikelijke veronderstelling. Die luidt dat Sweelinck zijn 'katholieke' muziek schreef voor de religieuze beleving die naar de binnenkamer en de schuilkerk was gedreven. Met het Clare College Choir (acht sopranen en steeds zes alten, tenoren en bassen) weet Brown ieder motet te treffen in zijn inhoudelijke betekenis en religieuze gevoelswaarde. Hij vat de motetten op als intieme lyriek, waarvan de stijl en kleuring overeen komen met de schilderingen van tijdgenoot-schilders als Hendrik Terbrugghen. Hun pastelachtig, teer coloriet kenmerkt de schilderingen waar Sweelincks motetten de klinkende pendanten van zijn.

De interpretatie van Timothy Brown wijkt af van de vaak nogal stoere en nadrukkelijke stijl waarmee Nederlandse koorgroepen Sweelinck aanpakken; de calvinistische signatuur drukt de verfijnde lijnen van Sweelincks polyfonie weg, en maakt de kleuren harder. Bij Brown vloeit en golft de muziek in lichte beweging; accenten zijn mild aangebracht, de expressie is vreugdevol, zeg maar rooms. Een mooi voorbeeld is het kleine juweel 'Viri Galilei', een antifoon voor 's Heren Hemelvaart. Het wordt met bijkans onaards verzaligd genot gezongen. En welke uitvoering weet zo'n oosterse 'geur' te laten opstijgen uit de Driekoningen-tekst 'Ab Oriente venerunt Magi'?

Een voordeel is dat het koor van Clare College huist in een intieme chapel; het kent en beheerst de waarde van nuancering. Zinstrelend is de lichtheid in het zingen wat maximaal effect geeft aan het engelachtig alleluia aan het eind van het Kerstmotet 'Angelus ad pastores ait'. Ook de anglicaanse traditie, in colleges dicht tegen de katholieke aan, draagt er toe bij dat Sweelinck in de Engelse kelen uit Cambridge een ideale verklanking heeft gekregen en zijn roomse vreugde overtuigend is geïdentificeerd.

Clare College Choir is komende dagen te beluisteren in Bachs 'Weihnachtsoratorium' met de Amsterdamse Bach Solisten: 20 dec. in Arnhem Musis, 22 in Tilburg Concertzaal en 23 A'dam Concertgebouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden