Clapton en Winwood hervinden elkaar

Together live Tour: Eric Clapton & Steve Winwood – za 29 mei, Gelredome (Arnhem).

„Waarom speelde Eric Clapton geen Tears in heaven?” en „Wie was toch die jonge gast die zoveel ruimte kreeg?” Voor nieuwe Clapton-fans die zaterdag ontregeld het Gelredome verlieten een vraag, voor de vele opgewonden oudgedienden een weet. Die gast was de jeugdig ogende gitarist/toetsenist Steve Winwood (62), voor het eerst in veertig jaar verenigd met gitarist Clapton (65).

Ongeremd speelden ze hoofdzakelijk materiaal uit de periode 1965/’74. De tijd dat ze als wonderkinderen respectievelijk in The Spencer Davis Group en Traffic (Winwood), Cream en Derek & The Dominos (Clapton) een hoofdrol vervulden. Samen richtten ze in 1969 Blind Faith op, de eerste supergroep uit de pophistorie. Het fenomeen ’supergroep’ werd daarna een geuzenaam voor combinaties van creatieve popartiesten die de houdgreep van een vaste band verruilden voor een avontuurlijke worsteling met geestverwanten.

Terugblikkend symboliseert de zomer van 1969 als ’Summer of love’ een kentering. De vlegeljaren van de pop waren voorbij, pop werd artistiek en zakelijk gezien volwassen. Het einde van The Beatles kondigde zich aan, The Rolling Stones richtten hun eigen platenlabel op, Woodstock stond voor de deur. De muziekindustrie schakelde over van een single- naar een elpee-kopend publiek en supergroepen betekenden daarbij een gehoopte nieuwe goudmijn. 7 juni 1969 debuteerde Blind Faith voor 120.000 fans in het Londense Hyde Park, drie maanden later was het sprookje voorbij. Slechts één album met de spraakmakende hoes van een 11-jarig naakt meisje met vliegtuigje in de hand, herinnert aan deze samenwerking. Om de verkoop niet te schaden verscheen in Noord-Amerika een aangepaste hoes op de markt.

Was er toen sprake van botsende ego’s, tijdens deze toernee hebben Eric en Steve elkaar hervonden. In plaats van geflirt met nostalgie – „Herinneren jullie je deze nog?” – musiceerden ze in Arnhem twee uur lang recht voor zijn raap. Bevrijd van de druk om hits te spelen, flonkerde Clapton rauw en rücksichtslos op zijn Fender-gitaar. Hij trakteerde op niet verwaterde bluesrock, bekend van zijn leerschool bij John Mayall & The Bluesbreakers (1965/’66), waaraan de graffititekst ’Clapton is God’ nog altijd refereert. Winwood, deels op gitaar maar merendeels op toetsen, floreerde het meest in een dienende rol. Hij mist het charisma dat Clapton van nature aankleeft. Daarnaast trok Winwoods hang naar ballads de vaart uit een avond die ronkend begon met ’Had to cry today’ en ’After midnight’. Het akoestisch gitaarintermezzo met ’Layla’ en ’Can’t find my way home’ vormde echter de opmaat voor een overdonderde climax.

Is Clapton onbetwist de beste rockgitarist na Jimi Hendrix, diens ’Voodoo Chile’ kreeg een onvergetelijke uitvoering met Winwood (die in 1966 op het origineel meespeelde) vurig zingend achter het hammond-orgel. De daverende finale met ’Cocaine’ maakte de bedwelming compleet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden