Clans kunnen echt wel samenwerken

De wederopbouw van Somaliland is een succesverhaal. Het leven in de niet-erkende republiek staat in schril contrast met het geweld en de wetteloosheid in de rest van Somalië.

Stijn Jaspers

„Alles wat er in Somaliland is bereikt, heeft de bevolking op eigen kracht voor elkaar gekregen. Het buitenland heeft zich nooit met ons bemoeid, zoals dit wel is gebeurd bij de vorming van de interim-regering van Somalië”, zegt Abdi Haybi, rector van de universiteit van Hargeisa.

„Terwijl de internationale gemeenschap veel geld uitgaf aan de vorming van deze regering, door hen maanden in vijfsterrenhotels te laten verblijven in Nairobi, salarissen toe te kennen en te beveiligen, hebben de Somalilandse clans alle conferenties uit eigen zak betaald. De delegaties sliepen in tenten en moesten zelf hun eten verzorgen”, vertelt de rector.

In de openbare bibliotheek van Hargeisa heerst het gevoel dat een nieuw tijdperk is aangebroken. Groepjes studenten zitten met hun neus in de boeken, tussen kasten met Engelse woorden- en managementboeken. Assistent-manager Abdihakiim Nouh Abdilaahi is blij dat zijn land in de lift zit: „Wij hebben voor vrede gekozen, het zuiden niet. Hierdoor heeft Somaliland een kans gekregen om er bovenop te komen.”

De 21-jarige manager is duidelijk over zijn wensen voor de toekomst: „Ik wil werk en een huis. Ik zal altijd hier blijven wonen en niet weggaan zoals veel andere managers en studenten. Wie moet anders dit land opbouwen?”

De reden dat het in Somaliland wel gelukt is om duurzame vrede en economische vooruitgang te bereiken, is te danken aan het inzicht van zijn inwoners dat samenwerking tussen verschillende clans noodzakelijk is om vooruit te komen. Deze visie wierp in 1993 haar vruchten af tijdens een nationale conferentie in Boorame. Deze bijeenkomst, die duurde van januari tot mei, werd bijgewoond door ongeveer 150 delegaties van bijna alle clans in Somaliland. De uitkomsten van de maandenlange onderhandelingen waren positief.

Zo werden een president en vicepresident gekozen, lag een voorlopige grondwet op tafel en werd een Raad van Ouderen, Guurti, opgericht om toe te zien op handhaving van het vredesakkoord.

In de hoofdstad van Somaliland, Hargeisa, is een kleine vijftien jaar na Boorame goed te zien dat het land gestaag uit het dal aan het klimmen is. Hoewel de werkeloosheid met een percentage van circa tachtig procent nog steeds problematisch hoog is, en het gros van de inwoners onder de armoedegrens leeft, neemt het aantal bedrijven langzaam maar zeker toe.

Deze groei wordt ondersteund door Somalilanders die vanuit onder andere Engeland en de Verenigde Staten geld sturen om hun familie te helpen bij de wederopbouw. Geschat wordt dat Somaliërs in de diaspora jaarlijks tussen de 450 en 500 miljoen dollar naar huis sturen, terwijl het overheidsbudget ’slechts’ 28 miljoen dollar per jaar bedraagt.

Een van de snelst groeiende sectoren is die van de mobiele telefonie. Dat hieraan geld te verdienen is, straalt het kantoor van telefoonbedrijf Telesom uit: een hoog rood granieten gebouw in het centrum van de stad, dat niet onderdoet voor een kantoor op een gemiddeld Nederlands bedrijventerrein.

De minister van informatie, Ahmed Haji Dahir, maakt zich niet al te druk om het feit dat de internationale gemeenschap zijn land niet erkent: „Wij hebben onszelf erkend, dat is het belangrijkste.” Wel is hij de Somaliërs in de diaspora dankbaar voor de honderden miljoenen dollars die zij jaarlijks in de economie pompen omdat opbouw zonder hen moeilijk zou zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden