Cixi is geen Turandot

Keizerin Cixi (Marie Angel) in ‿Hÿtel de Pékin‿ bij de Nationale Reisopera (MARCO BORGGREVE) Beeld
Keizerin Cixi (Marie Angel) in ‿Hÿtel de Pékin‿ bij de Nationale Reisopera (MARCO BORGGREVE)

Met ’Hôtel de Pékin’ opende vrijdagavond het Nationaal Muziekkwartier in Enschede. Willem Jeths is vooralsnog geen echte operacomponist.

Of componist Willem Jeths en librettist Friso Haverkamp er veel nieuwe fans hebben bij gekregen na de wereldpremière van hun opera ’Hôtel de Pékin’? Ik weet het niet. Met hun doorwrochte en taaie stuk muziektheater – met welwillend maar zeker geen overdonderend applaus onthaald – werd de grote zaal van het Nationaal Muziekkwartier in Enschede vrijdagavond officieel ingewijd.

Die feestelijke opening vond plaats in aanwezigheid van vele excellenties en andere mensen die er in de (cultuur)wereld toe doen. Enschede had zich voor deze belangrijke avond mooi opgedoft en uitgedost, de champagne vloeide rijkelijk, er waren ingenieuze hapjes en koningin Beatrix maakte er door haar aanwezigheid een royale avond van.

Enschede (Nederland) heeft er een prachtige zaal bij, uitermate geschikt voor het ingewikkelder soort muziektheater dat bijvoorbeeld De Nationale Reisopera wil programmeren. Onder hun vlag ging de opera van Jeths en Haverkamp in première. Maar niet voordat het theater op ludieke en symbolische wijze in gebruik werd genomen.

Daartoe daalden uit de nok van het hoge theater zes dansers van danscompagnie in-Senso, begeleid door zes pianisten, langzaam aan touwen naar beneden. Een van de dansers zweefde langs de koningin op het frontbalkon. Die stond op en overhandigde het bungelende meisje een lichtgevend dirigeerstokje. Toen zij op een vrijgehouden roodpluchen zetel in de zaal was neergedaald, gaf zij het stokje in estafette door totdat het dirigent Ed Spanjaard in de grootste orkestbak van Nederland bereikte. De muziek kon beginnen.

En die begon met een grote, droge klap. Drama met een uitroepteken stond ons te wachten, zoveel was duidelijk. De opera van Jeths en Haverkamp, die als ondertitel ’Dreams for a Dragon Queen’ heeft, gaat over de laatste Chinese keizerin Cixi (overleden in 1908) en wil een soort eerherstel zijn voor iemand die tot voor kort in Chinese lesboeken omschreven werd als ’een meesterbrein van pure kwaadaardigheid en intrige’. De koningin op het frontbalkon werd dus geconfronteerd met een soort van verre collega, en kreeg bovendien koningin Victoria in Union Jack-lingerie voor de kiezen. Een dragon queen en een drag queen dus, want Victoria was hier een travestiet. Niet zomaar een gril van de makers, maar gebaseerd op een historisch feitje, omdat er in het Hôtel de Pékin – een westerse poel van verderf in het Peking van rond 1900 – inderdaad vroeger een man koningin Victoria parodieerde.

De strijd tussen Oost en West werd hier verklankt, en ook die tussen de eerste keizer Qin (die van de Chinese Muur en het terracotta-leger) en Cixi, die het keizerrijk wil opheffen om China te moderniseren. Cixi en Qin sterven uiteindelijk een Liebestod waarna de Zingende Archieven met behulp van hoopvolle prikjes uit Beethovens Negende symfonie een nieuw China aankondigen.

Ingewikkeld? Zeker. Deze zin ’siert’ het programmaboek: ’In diepste wezen (...) wordt in ’Hôtel de Pékin’ een innerlijk proces gearticuleerd en zijn alle personen – onverschillig of ze nu wel of niet als historische realiteit dienen te worden beschouwd – ook personificaties van archetypen en andere kenmerken van de menselijke psyche die om oplossing en tenslotte omzetting vragen met als enig oogmerk: heelwording.’

Tsja. Dat is wat anders dan wat Puccini, werkend aan zijn laatste opera over de Chinese ijsprinses Turandot, aan zijn librettist schreef: ’Liù moet sterven’. Kort, bondig, duidelijk. In Puccini’s visie op de vertelling, het drama, moest de kleine slavin zich opofferen om de ontdooiing van Turandot mede te bewerkstelligen. En zo gebeurde het, zonder omhalen of omtrekkende bewegingen. Natuurlijk zijn er over Liù’s opoffering en de bevroren seksualiteit van Turandot (net als Cixi refererend aan een verre voorgangster) naderhand boeken volgeschreven; boeken waarin de lezer met bakken de psychologiserende uitleg over zich uitgestort krijgt. Maar de nadruk ligt hierbij op ’naderhand’, en niet gedurende de opera zelf.

Daaraan gaat ’Hôtel de Pékin’ in wezen mank, zoals zo veel hedendaagse opera’s bezwijken onder een tekstboek dat geen vertelling wil zijn, maar meer een ideeëndrama. Er is te veel hoogzwangere tekst, te veel gepsychologiseer, te veel gezwollen zinnen en gedachten. En in eerste instantie lijkt het erop alsof componist Jeths al die zinnen wil pareren met al even gelaagde muziek. Na een kwartier ben je al zo murw gebeukt door woorden en noten, dat je met angst en beven de volgende kwartieren tegemoet gaat.

Maar! Jeths is een fantastisch componist, die de kunst van het orkestreren meesterlijk verstaat en ook weet hoe hij drama in muziek om kan zetten. Of deze bewezen symfonische meester daarmee ook een echte opera-componist is, zal de toekomst moeten uitwijzen. Jeths speelt in elk geval geweldig leentjebuur bij operacollega’s Wagner, Richard Strauss en Bartók, en hij gaat verder dan het louter citeren en het in zijn partituur ingenieus incorporeren van hun muziek. Het naast elkaar plaatsen van twee tonen (b en c) voor Cixi en Qin leerde hij ook al van Strauss, die in zijn ’Salome’ de toonsoort B-groot voor Salome en C-groot voor Johannes de Doper gebruikte; symbool voor hun onverenigbaarheid.

Een en ander wordt magistraal gespeeld door het Orkest van het Oosten, dat door Spanjaard tot in de puntjes is voorbereid. Regisseur Amir Hosseinpour ging inventief te werk en maakte mooi gebruik van de nieuwe mogelijkheden van het theater. Prachtig was een walsend helikoptertje (het personage 162) dat vanuit de coulissen bestuurd werd; het ging draaiend, stijgend en vliegend een dialoog aan met Cixi’s zoon Guangxu. Deze verliest zich in moderne technologieën en ’huist’ op een enorm toetsenbord.

Schitterend is ook de vlucht witte vogels die op het achterdoek opstijgen, om even later als zwarte vogels terug te keren.

Jammer is wel dat Marie Angel vrijdag nogal moeite had met haar rol van Cixi, waardoor zij niet tot de vocale magneet van de avond uitgroeide. Mooi zongen Mattijs van de Woerd (Guangxu), Dennis Wilgenhof (Qin) en Zhang Huiyong (Sumaire). Iestyn Morris (Anzi) en Robert Burt (Queen of England) bleken heerlijke speelzangers.

Er is duidelijk hard en met enthousiasme aan deze nieuwe opera gewerkt, maar vooralsnog neemt Jeths’ Cixi niet plaats naast haar talrijke archetypische zusters uit het operaverleden. Cixi is geen Turandot om het maar eens zo te zeggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden