Cixi, een reus van een vrouw

Vlekkeloos was de keizerin zeker niet, maar Jung Chang ('Wilde zwanen') zet haar misstappen in perspectief

We kunnen het ons haast niet voorstellen, en toch stond China ruim een eeuw geleden op instorten. Het 'hemelse keizerrijk' boezemde ontzag in, tegelijkertijd was het braakliggend roofgebied voor het Westen.

Het is dan ook geen wonder dat de tegenwoordige Aziatische wereldmacht met gemengde gevoelens naar figuren uit deze periode kijkt. Behalve dan naar die ene zoon, die alle imperialistische kleinering ongedaan maakte: Mao Zedong. Op instigatie van de huidige partijleider Xi Jinping wordt dit jaar zijn 120ste geboortejaar groots gevierd met een heruitgave van het 'Rode Boekje', en met een animatiefilm waarin de jonge Mao als een soort Dik Trom kattekwaad uithaalt, maar het hart op de juiste vaderlandslievende plaats heeft.

Mao is in China nog altijd een soort godheid, terwijl de slappe 19e-eeuwse keizers er verfoeid worden, . Volgens een klassieke formule is hij 70 procent goed, 30 fout (de Grote Sprong Voorwaarts met zijn hongersnood en de moordende Culturele Revolutie). Maar kijkt China wel goed naar zijn verleden, krijgt Mao niet te veel en de keizers er te weinig eer? Dat vraagt de Chinees-Engelse schrijfster Jung Chang zich af in 'De keizerin', een biografie over de laat negen- tiende-eeuwse keizerin-weduwe Cixi.

Chang schreef al eerder over haar land, vooral over fout China. In haar wereldwijde bestseller 'Wilde zwanen' behandelde zij aan de hand van haar persoonlijke familiegeschiedenis 'het verdriet van Rood China'. In haar portret 'Mao, het onbekende verhaal' werkte ze het drama verder uit.

In haar nieuwe boek gaat het voor het eerst over een 'goede' Chinees, en wellicht niet toevallig over een vrouw (mannelijke heersers hebben het land kennelijk alleen maar narigheid gebracht). En niet zomaar een vrouw. "Die dochter van mij lijkt wel een zoon", zei haar vader over Cixi. Ze bleek een mannetjesputter, die op handige wijze als keizerin-weduwe een kleine halve eeuw wist te regeren door de zittende jongere keizers tot marionetten te maken. Haar reputatie is zogezegd niet vlekkeloos. Ze liet een concubine, de keizerlijke favoriet Parel, in een diepe put gooien. Wie een aanslag op haar pleegde kon rekenen op de dodelijke bastonade. En de adoptiefkeizer Guangxu werd in haar opdracht vergiftigd en vervangen door de tweejarige Puyi, naar wie Bertolucci zijn film 'The Last Emperor' modelleerde.

Allemaal waar, maar verkeerd begrepen, aldus Chang. Cixi heeft de genoemde doden - en enkele tientallen meer - op haar geweten, maar ze handelde minstens zoveel uit landsbelang als uit welgemeend eigenbelang. Ze 'was een reus, maar geen heilige', schrijft Chang, en het wordt tijd voor haar rehabilitatie. Ze was 90 procent goed, 10 fout - zo zouden we naar haar moeten kijken.

Cixi, een meisje uit een adellijke Mantsjoe-familie, begon als eenvoudige concubine, maar had het geluk de enige zoon van de keizer te baren. Ze werd keizerin, naast Zhen, de zachtaardige eerste vrouw van de keizer, en wist al snel de nummer 1 te worden. Ze had namelijk iets wat vrouwen in China niet behoorden te bezitten: verstand van politiek, een kwaliteit waar haar zwakke eega zijn voordeel mee deed.

Als hij in 1861 sterft, pleegt zij, samen met haar medekeizerin, een staatsgreep die slaagt omdat de hoge tegenstribbelende regenten een blunder van de eerste orde begaan. Op het moment dat de heren tegen de keizerinnen schreeuwden en tierden - vrouwen aan de macht was ongehoord - begon de kindkeizer, die op hun schoot was gezet, te brullen en plassen. Ze hadden de godgelijke keizer aan het schrikken gemaakt, hun toekomst was voorbij, die van Cixi verzekerd.

Het was de beste dienst die de zoon de moeder bewees, op zijn vroegtijdige overlijden als playboy na, mogelijk door syfilis. De volgende jeugdige, ditmaal geadopteerde, keizer bleek ook al als was in haar handen. Hij liet zich zelfs door haar gijzelen in de Verboden Stad.

De keizerin, kortom, was een harde tante, die wist wat ze wilde met haar dynastieke eenpersoonsbedrijf. Soortgelijks ging op voor het beheer van het land. Maak China sterk door te 'leren van het Westen', was haar leus. Het klinkt ons nu even vertrouwd in de oren als het de Chinezen destijds als buitensporig moet zijn voorgekomen. Temeer ook daar de route naar kracht en kapitaal langs de verfoeide Europese en Amerikaanse contacten moest lopen.

Ondanks de traditionalistische oppositie slaagde Cixi er wonderwel in een begin te maken met de modernisering en 'opening' van haar rijk. Ze moest ook wel. Westerse diplomaten, adviseurs en handelaren stonden te trappelen. En dan was er ook nog de dreigende aartsvijand Japan.

Onder haar bewind kreeg China de eerste grote spoorweg (1500 kilometer), werd de marine gemoderniseerd, kwamen er westerse adviseurs, onder wie ook vrouwen, aan het hof, en hoefden buitenlanders niet langer plat op de knieën te vallen voor de keizerin.

Het verplichte voet afbinden voor vrouwen werd afgeschaft, net als de wrede executiemethode 'dood door duizend sneden'.

De grootste vernieuwing was misschien wel dat Cixi de eerste keizerin was die naar haar onderdanen zwaaide.

Haar enige werkelijke fout was het meedeinen op de bloedige golven van de antiwesterse 'Bokseropstand' tussen 1899 en 1900, oordeelt Chang. Maar ook in dit geval zijn er verzachtende omstandigheden. Met behulp van de Bokserlegers, net zoiets als Mao's Rode Gardisten, hoopte de keizerin de geallieerden buiten China te houden. Het leverde haar een buitenlandse bezetting van Peking en de Verboden Stad op, een tijdelijke ballingschap, en een terugkeer met volledige acceptatie van westerse invloed.

Jung Chang noteert het allemaal met veel gevoel voor de genadeloze ceremonieel-feodale absurditeit.

Zo beschrijft ze hoe Cixi haar minnaar en lievelingseunuch moet laten executeren nadat ze hem het verboden pleziertje van een reisje buiten de Verboden Stad heeft gegund. Het is even tragisch als kenmerkend voor een wereld die op den duur moest vergaan.

Dat er een fundament overbleef om op verder te bouwen, lijkt inderdaad op z'n minst ook een verdienste van de keizerin-weduwe. Om in Chinese termen te spreken: ze was 70 procent goed, 30 procent fout.

Jung Chang: De keizerin. Het verhaal van de vrouw die bijna vijftig jaar over China heerste. Vert. Bart Gravendaal en Maarten van der Werf. Meulenhoff Boekerij, Amsterdam; 543 blz. euro 24,95

De grootste vernieuwing was misschien wel dat Cixi de eerste keizerin was die naar haar onderdanen zwaaide

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden