Citeerde Van der Steur Pilatus of Nijhoff?

Zondag werd in het satirische tv-programma 'Zondag met Lubach' een nieuwe taalkundige term geïntroduceerd: het steurisme. Dat zou een speciale vorm zijn van de gelijkstelling X=X, en dus een opzichtig vanzelfsprekende, en dus nietszeggende betekenis hebben. Het eerste voorbeeld was 'Ik heb aangegeven wat ik heb aangegeven.'

Nu wil ik niet graag het beeld bevestigen dat taalkundigen humorloze zeurpieten zijn, en ik heb er erg om moeten lachen, maar taalkundig slaat het allemaal nergens op. Om te beginnen heeft 'Ik heb aangegeven wat ik heb aangegeven' niet de structuur X=X. Je kunt wel zeggen dat er iets vanzelfsprekends (tautologisch) in zit, maar dat is dan nog niet hetzelfde als X=X.

Daar komt bij dat de zin een variant is op het bekende (?) citaat van Pilatus 'Quod scripsi scripsi' ('Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven,' Johannes 19:22), dat gebruikt wordt om nog eens kracht bij te zetten aan het geschrevene door te suggereren dat het niet ongedaan gemaakt kan worden. Dat is een gekende en respectabele stijlfiguur. Moeten we die met terugwerkende kracht als steurisme gaan veroordelen?

En dan nog eens wat: je kunt die zin op twee manieren lezen. Inderdaad in de tautologische lezing als je 'wat' leest als betrekkelijk voornaamwoord ('Datgene wat ik heb aangegeven, heb ik aangegeven'). Maar je kunt het ook als vragend voornaamwoord lezen ('Ik heb net verteld wat ik heb aangegeven').

Waarschijnlijk is dat wat de dichter Nijhoff bedoelde toen hij schreef 'Lees maar: er staat niet wat er staat': u vraagt zich af wat er staat, maar dat wordt niet nader omschreven. p.a.coppen@let.ru.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden