CIRCUS ROYAL Steeds lovende kritieken, maar de tent loopt niet vol

'Begin er niet aan', hadden ze hem vantevoren gewaarschuwd. Maar een eigen rondreizend circus, dat was nu juist de droom van Joop Teuteberg. Dit jaar leverde hij met zijn circus Royal strijd tegen de elementen, tegenvallende bezoekersaantallen en domme pech. Een harde leerschool, want, zo stelt hij uiteindelijk vast, per slot van rekening is hij een clown en geen directeur. Van 21 december tot en met 4 januari geeft circus Royal voorstellingen in de tent op het winterkwartier, Sikkelstraat 60, Dordrecht.

Joop Teuteberg, eigenaar van circus Royal, ziet er gebroken uit. “Kapot”, verzucht hij. “De afgelopen nacht begon het steeds harder te waaien. Met zijn allen bezig geweest de boel vast te zetten. En toch, vanmorgen, zo'n joekel van een scheur in de tent. De voorstellingen voor vandaag hebben we afgeblazen; eerst die tent repareren. Trouwens, wie heeft er zin om met zulk noodweer in een circustent te gaan zitten?”

PR-man Dick Hendriksen moet de tegenslag in publiciteit omzetten. “Iedereen bellen”, verordonneert Teuteberg. “De 5-Uur Show, Radio West, het Jeugdjournaal, dondert niet. Het moet gewoon lukken. Meer dan een half miljoen heb ik in deze onderneming gestoken.”

'Deze onderneming' is Royal, het rondreizende circus van de bevlogen clown Joop Teuteberg (45). Vernoemd naar het circus dat zijn grootouders in 1896 opzetten en dat in 1953 ophield te bestaan. Joops vader koos voor de burgermaatschappij en begon een café in Dordrecht. Joop werd muzikant, maar zijn hart lag bij het circus. Ruim twintig jaar geleden trouwde hij met Marianne en samen met haar maakte hij de overstap naar het circusbestaan. Als het muzikale clownsduo Los Ginos hadden ze succes. Wonnen het clownsfestival in Blankenberge. Gaven privévoorstellingen aan het hof van Monaco. Werkten voor grote circussen als Boltini, Sarassani en Giovanni Althoff.

Halverwege de jaren tachtig hadden ze voldoende geld bij elkaar gespaard om grond te kopen in Dordrecht. Daar kreeg hun droom langzaam maar zeker gestalte. Ze verzamelden authentiek circusmateriaal en boden het te huur aan. Het ging goed. In 1989 besloten ze tijdens de kerstperiode voorstellingen te organiseren. In hun eigen tent, op hun eigen terrein: Royal was herboren.

Maar Joop wilde meer, hij wilde 'een perfect, ouderwets rondreizend circus'. “Mooi, kleurrijk, sfeervol, om door een ringetje te halen. Verwarming. Rode pluche. Personeel in fraaie uniformen. Een orkest.” De afgelopen winter achtte hij de tijd rijp. Na jaren van voorbereiding ging circus Royal de weg op. Zeven vrachtwagens en 45 man personeel. Twee Afrikaanse olifanten, acht tijgers, acht paarden, zes zebra's en een struisvogel.

“Toen Joop me vertelde op reis te gaan, heb ik hem voor gek verklaard”, zegt Hans Timmers, een 53-jarige circusfanaat en drijvende kracht achter De Circus-nieuwsbrief, een blaadje voor de branche. “Net als alle andere circusvrienden kan ik alleen maar waardering opbrengen voor Joops initiatief. Eindelijk weer een groot, mooi en goed Nederlands circus. Maar wat een risico. Kijk om je heen: de mensen hebben minder geld te besteden, moeten voortdurend keuzes maken. Bijna alle circussen, maar ook kermisexploitanten en rondreizende theatergezelschappen klagen over gebrek aan bezoekers.”

Bovendien, betoogt Timmers, is de concurrentie moordend. “Er toeren elk seizoen al heel wat Nederlandse circussen rond. Een grote als Renz, kleine als Bongo, Alladin, Arena, en Harlekino. Dan zijn er nog allerlei buitenlandse circussen die tournees maken: Oz, Plume, die van Moskou met Popov. Zware concurrenten. En dan zijn er nog talloze circussen uit Duitsland en Noord-Frankrijk die onaangekondigd even de grens over wippen. Pikken allemaal een graantje mee.”

De première was op 15 maart in Groningen. “Alles zat tegen bij deze eerste voorstelling”, schreef Jacques d'Ancona in het Nieuwsblad van het Noorden. “Een uur voor de aanvang vielen de kachels uit, Russische trapezewerkers verschenen doodleuk niet op het appel en in de loop van het programma ging er ook nog iets mis met de elektriciteit. Zelden illustreerde het begrip première zo duidelijk de wurgende invloed van pech en spanning.” Toch was het oordeel van de recensent verre van negatief. 'Het liefste circus van de wereld', stond boven zijn stuk. En dat vond het publiek ook. Staande ovaties vielen Royal ten deel. Net als later in Delfzijl en Winschoten. Teuteberg: “Toch kwam de loop er niet in. Wel enthousiaste bezoekers, maar te weinig.” Daarna, op 29 maart, naar Den Haag. “Afbreken, 300 kilometer rijden, pech onderweg, en als de sodemieter weer opbouwen. Gauw scheren, verkleden, schminken. Om acht uur op. Het lukte, iedereen straalde.” Daar doe je het voor, zegt Teuteberg, aan alle ellende denk je dan niet meer. “Maar nu dit weer. Noodweer, en een scheur in de tent.” Hij zwijgt even, en bezweert dan met diepschorre stem: “Morgenmiddag spelen we weer.”

Goirle, 17 april “Hou ze onder controle, Tonie”, roept dompteur Jos Uyterlinde in de nog verlaten circustent. “Hou ze tussen de zwepen. Anders wordt het een puinhoop.” Twee schimmels lopen op Tonie Teuteberg af, de zoon van Joop. “Wees overtuigd van jezelf, anders nemen ze je in de maling.”

Jos Uyterlinde: een lange, forse man, in de zestig. Een onbetwiste autoriteit. Tonie Teuteberg: jong (21), tenger en leergierig. Elke ochtend krijgt hij van Uytlerlinde een uur dressuurles. Uyterlinde: “Tonie heeft het in zich. Ik help hem dat talent te ontwikkelen, leer hem de bewegingen. Elk paard reageert daarop. Daarom gebruiken we zwepen. Niet om die beesten te straffen, maar om je armen te verlengen. Dan kom je zo dicht mogelijk bij het paard.”

Zelf leerde Uyterlinde het vak op een dompteursschool, maar die bestaan niet meer. “Er zijn nog wel circusscholen, maar die richten zich op het vliegwerk, op nummers zonder beesten. De kunst moet daarom worden doorgegeven door ouwe rotten.”

En dat is Uyterlinde. Ruim dertig jaar lang zwierf hij, met steeds wisselende gezelschappen, de wereld over. Eigenlijk had hij zijn zweep al aan de wilgen gehangen toen er een telefoontje kwam van Teuteberg. Of hij mee op reis wilde. Nu doet hij bij Royal een act met een grote, volwassen koe en een kleine stier.

Dressuur is, zo vat Uyterlinde samen, een kwestie van overwicht en psychologisch inzicht. “Toch lukt het niet altijd de dieren precies bij te brengen wat je wilt. Dat is vooral vervelend bij paarden en andere dieren die gezamenlijk kunstjes moeten doen. Daarom heb ik tegen Joop gezegd: Koop geen paarden, huur ze. Want als je een miskoop doet, of als je circus niet loopt, dan heb je zes knollen aan je broek.”

In de circuswereld is alles en iedereen in te huren. Niet alleen het materiaal en de krachten voor het op- en afbreken, maar ook de artiesten en de dieren: struisvogels, dromedarissen en olifanten, met of zonder begeleider - roept u maar. Gespecialiseerde bureaus zorgen desgewenst voor bemiddeling, maar vaak is dat niet nodig: de artiesten bieden zichzelf wel aan bij een circusdirecteur. Omgekeerd zal die rijkelijk putten uit zijn netwerk van vrienden, bekenden en gezinsleden.

Een circus is in feite een verzameling kleine zelfstandigen. De periferie wordt gevormd door free-lancers en dat heeft voor- en nadelen. Elke circusbaas weet wel mee te praten over stalknechten en klusjesmannen die spoorslags verdwenen zijn. Maar ook, en dat is dramatischer, kunnen ingehuurde artiesten het plotseling laten afweten. De kern, de loyale basis is de familie - tussen aanhalingstekens, want het zijn niet altijd werkelijke bloedverwanten, maar ook goede vrienden die daar deel van uitmaken. Maar loyaliteit schept verplichtingen. Zoals de bereidheid keihard te werken. Neem Tonie Teuteberg. In de piste doet hij een act met Arabische hengsten. Treedt bovendien op als clown en als muzikant. En is ook nog spreekstalmeester. Buiten de voorstellingen is hij in de leer bij dompteur Jos Uyterlinde; elk familielid moet van zoveel mogelijk markten thuis zijn, zoveel mogelijk podiumkunsten beheersen, altijd handig.

En boven alles is Teuteberg jr. de regelneef van Royal. In een nabij het circusterrein gelegen café drinkt hij koffie, terwijl zijn onafscheidelijke zaktelefoon rinkelt. Een ambtenaar van een van de volgende standplaatsen is bang dat de olifanten het lokale voetbalveld zullen ruïneren. Geroutineerd en met charme bespeelt Tonie de lokale bureaucratie. “Dat heb ik zo langzamerhand wel geleerd. Op mijn zesde begon ik al zo'n beetje mee te lopen; toen ik elf was, werd het menens.”

De familie is de spil van het circus, en dat komt door de historisch gegroeide economische afhankelijkheid. Het circusbestaan is financieel uiterst wankel. Magere tijden moeten worden overbrugd door een stapje terug te doen. Familieleden zijn daartoe doorgaans wel bereid; bij de rest is dat maar de vraag. Bovendien kunnen degenen die in het circus opgroeien, nauwelijks werk in het reguliere circuit vinden: ze hebben niet de opleiding die de burgermaatschappij vraagt en de vaardigheden meestal evenmin. Voor iemand met ambities is een eigen zaak, noodzakelijkerwijs gebaseerd op het familieverband, eigenlijk de enige reële mogelijkheid om carrière te maken.

Utrecht, 30 april Het spreekstalmeesterschap moet worden overgenomen door een vriendin van de familie, toevallig op bezoek. Teuteberg jr. is grieperig. Voelt zich te ziek om, naast zijn andere werkzaamheden, ook de artiesten aan- en af te kondigen.

Het zit het reizende gezelschap, anderhalve maand na de start, nog steeds niet mee. Joop Teuteberg wil er in eerste instantie helemaal niets van weten. Dan: “Ik geef toe, we kunnen de loop er niet in krijgen. Elke dag moet er geld bij. De artiesten hebben we tot nu toe kunnen betalen, maar de lopende rekeningen stapelen zich op. Inclusief salarissen heb je al gauw een kleine achtduizend gulden per dag nodig. Terwijl er niet meer dan vier- tot zevenduizend binnenkomt. Waar het aan ligt? Ik weet het niet. Over publiciteit hebben we niet te klagen. En steeds lovende kritieken.”

Hoewel er alles aan is gedaan het publiek te bekoren, trekt de avondvoorstelling niet meer dan zo'n 125 bezoekers, ongeveer net zoveel als er op de matinee afkwamen. Het meisje achter de kassa had eigenlijk niet anders verwacht. “Op zo'n dag als vandaag, Koninginnedag, is er zoveel te doen in de stad.”

Maryvonne van Poelje heet ze, een studente antropologie die haar afstudeeronderzoek aan het circus wijdt. Ze wilde mee op tournee en kreeg verschillende aanbiedingen. “Bij sommige van die circussen had ik het gevoel dat ze de mensen belazerden. Dat het publiek geen waar voor zijn geld kreeg. Het werd dus Royal.” Joop Teuteberg, later daarover: “Een mooie zaak betekent voor mij ook dat je het spel volgens de regels speelt.” En dat kan menig ander circus niet zeggen, betoogt hij. “Nou ja, circus. Kijk, die term is onbeschermd. Je hoeft je niet eens in te schrijven bij de Kamer van Koophandel, iedereen kan er zo eentje beginnen. Dat gebeurt dus: een automonteur, zonder enige binding met het circusbestaan, koopt een legertent en een gans, en zegt: Ik heb een circus. Een programma van niks, maar natuurlijk: wel flinke entreeprijzen. Nou, als je als bezoeker een keer op die manier besodemieterd bent, denk je: Het circus, nooit weer.”

Om nog maar te zwijgen van allerlei kleine buitenlandse circussen die de kluit belazeren, moppert Teuteberg. Vaak Duitse, uit de kolenpot; in het Roergebied zitten ze op een kluitje. “Snel even wat voorstellingen in Nederland doen, en wegwezen. De rotzooi laten ze liggen. Wegenbelasting, verzekeringen: geen boodschap aan. Een bekeuring? Die gaat naar de Schweinestrasse in Schweinedam. Retour afzender, dus.” Het doet Teuteberg pijn. “Die gasten verpesten het voor de goedwillende circusmensen.”

Amersfoort, 5 mei Pauze tijdens de middagvoorstelling. De man die een kwartier tevoren nog onder luid applaus op een drafje de piste in holde - de 'trapezesensatie uit Polen' - verkoopt Marsen en chocomel. De jonglerende clown Marcell draait suikerspinnen. Dubbelfuncties zijn in het circus heel gewoon. Joop Teuteberg: “Als je een directeur van een middelgroot bedrijf de toiletten wilt zien schrobben, kom dan morgenvroeg even langs.”

Het is allemaal een kwestie van geld. Het circus wordt niet gesubsidieerd, en moet het daarom helemaal van de betalende bezoekers hebben. De overheid ziet het niet als haar taak deze vorm van amusement te ondersteunen.

Twee bezoekende redacteuren van De Circus-nieuwsbrief wegen na afloop van de voorstelling samen met Jos Uyterlinde de kansen voor de komende dagen. Ze klagen over het gemeentelijke beleid. “Een circus moet je kunnen zien. Maar vooral kleine gemeenten stoppen het circus nogal eens in een uithoek weg. En mogen er dan ook nog eens hooguit vijf affiches hangen in zo'n gat, dan weet niemand dat het circus er is.”

“Circusverordeningen,” zegt Jose van Os van de Nederlandse Vereniging van Gemeenten daarover, “zijn gericht op de beperking van mogelijke onveiligheid en overlast. En dat kan betekenen dat de standplaats niet te dicht bij de dorpskern mag liggen. Een stukje handhaving van de openbare orde.”

Zaltbommel, 26 mei De standplaats, een veldje aan de rand van de stadswallen, is klein en modderig. Niet alle caravans passen erop, de dieren hebben weinig loopruimte. Veel maakt het ze niet uit: ze blijven liever in de binnenverblijven, want het regent.

Aanhoudend slecht weer, domme pech en te weinig bezoekers: het eist langzamerhand zijn psychologische tol. De enerverende wereld van zand en zaagsel is vandaag niet veel meer dan collectieve, zelfgekozen isolatie. Royal, een schijnbaar onbewoonde archipel van caravans, woonwagens, campers - alleen een gordijntje dat door een onzichtbare hand opzijgeschoven wordt, duidt op leven.

“Het wordt niks vandaag,” moppert Maryvonne van Poelje vanachter het kassaloket. Even leken er betere tijden aan te breken: in Wijk bij Duurstede en Alphen aan den Rijn waren de recettes boven verwachting. In die laatste plaats was vorig jaar geen circus geweest. Dat scheelt. De circuswereld kenmerkt zich door een totaal gebrek aan coördinatie. Daardoor kan het gebeuren dat er, zoals dit jaar in Assen het geval is, vijf verschillende circussen in een en dezelfde gemeente neerstrijken. Terwijl andere plaatsen die de moeite waard zijn, door geen enkel circus worden aangedaan. Het gebrek aan overleg heeft eveneens tot gevolg dat een circus de ene week in het noorden speelt, de volgende in het zuidwesten, om daarna weer terug te keren naar het noorden - bepaald geen efficiënte, economisch verantwoorde manier van toeren. Maar ja, circusdirecteuren regelen liever alles op eigen houtje, zonder pottekijkers. Zo is het altijd gegaan, zeggen ze, de traditie is blijkbaar sterker dan het besef dat aanpassen aan veranderde omstandigheden noodzakelijk is om te overleven. Maar ook is de onderlinge achterdocht groot. Dus is en blijft het ieder voor zich. Teuteberg: “Ik heb een collega pas voorgerekend wat het scheelt als stro, zaagsel en diesel als we gezamenlijk, dus tegen grootverbruikersprijzen, ingekopen. Geen slecht idee, zei die. Niets meer van gehoord.”

Gouda, 19 juni Een grote parkeerplaats in een nieuwbouwwijk vormt het decor waartegen zich de voorlopig laatste voorstelling afspeelt. Twee dagen eerder is het WK voetbal begonnen, en zelfs Joop Teuteberg denkt daar niet tegenop te kunnen. De komende vier weken daarom geen voorstellingen.

PR-man Dick Hendriksen zit in het flauwe zonnetje op een klapstoeltje achter zijn caravan en nipt aan een plastic bekertje witte wijn. Al een kleine dertig jaar zit hij in het vak. “Ook ik had gezworen nooit meer op reis te gaan. Ik wilde het wat rustiger aan doen”, lacht hij, “en nu zit ik hier toch. Bezweken voor de charmes van Royal, een mooie zaak. Zoals Joop de sfeer erin weet te houden. Die jongen blijft maar lachen, ziet altijd wel ergens de zon schijnen.”

Over de financiële kant van het avontuur is hij minder te spreken. “Een circus als dit moet ten minste een gemiddelde bezettingsgraad van veertig procent halen, anders red je het niet. Bij zestig procent kun je zeggen dat je lekker draait. Maar tot nu toe halen we net de dertig. De artiesten houden zichzelf voor de gek: die zien een goede voorstelling en zijn daar zo euforisch over, dat ze alle slechte dagen daarvoor vergeten zijn. Ik niet. Ik ga over het geld.”

Hendriksen wijt de malaise vooral aan het grote aanbod van circussen. “Al die staatscircussen uit Oost-Europa zijn op de fles, iedereen begint voor zichzelf. Ik hoop het niet, maar het zou wat kleine circussen betreft volgend jaar nog wel eens erger kunnen worden. Trouwens, ook de concurrentie van grote jongens zal toenemen.” Zo doet het Duitse Krone in 1995 Nederland aan, “zo'n circus dat zo tien olifanten de piste in laat wandelen”, en is Henk van der Meijden van plan volgend jaar een gezelschap te laten rondreizen, circus Carre.

Van ophouden wil Joop Teuteberg hoe dan ook niet horen. Nu niet, volgend jaar niet. Teuteberg: “Ik heb de zomerstop gehaald. Niet zonder kleerscheuren, nee, maar kopje onder zijn we niet gegaan. En weet je, in het najaar draaien circussen altijd beter dan in het voorjaar. Dat is werkelijk zo!”

Dick Hendriksen: “Het is nu of nooit, opnieuw beginnen kan niet. Je kans is dan verkeken. Ik hou Joop voortdurend voor: Wat wil je nou? Zo'n eerste jaar is investeren. Je moet naamsbekendheid opbouwen. Goodwill kweken. Als je dat lukt, en ik ben er zeker van dat dat al gelukt is, kun je op uitkopen rekenen, voorstellingen op bestelling voor bedrijven, speciale optredens op campings of in vakantieparken. Weten we ons volgend jaar van een stuk of twintig uitkopen verzekerd, dan hebben we alvast een prima basis.”

Het loopt tegen drieën. Jos Uyterlinde draait zijn caravandeur op slot en stapt de parkeerplaats op. Zijn spijkerbroek en houthakkershemd heeft hij verruild voor een zwart, zilverbespikkeld pak met bijpassende vlinderdas. Het is zijn laatste optreden voor Royal; na de zomerstop keert hij niet meer terug. Over het waarom van de breuk wil hij niet veel kwijt. “Bepaalde afspraken zijn de Teutebergs niet nagekomen, dus stop ik ermee.”

Als het orkest de openingstune inzet, loopt Hendriksen naar de kassa en informeert naar het aantal bezoekers. Zo'n 250 man. “Het is niet anders”, zegt hij berustend en neemt weer plaats op zijn klapstoel. Zijn vrouw Ilona vult zijn bekertje maar weer eens met witte wijn. Hij heft het plastic. “Op betere tijden.”

Na afloop van de voorstelling staat Joop Teuteberg in de restauratietent tegen de vitrine geleund. Zweet gutst langs zijn slapen; de mascara rond zijn clownsogen is uitgelopen. Niemand om hem heen, alleen het geluid van metaal op metaal; de tent wordt in hoog tempo afgebroken. Teuteberg staart, onpeilbaar zwijgend, voor zich uit. Plotseling kijkt hij op, en ziet ons aan de andere kant van de tent staan. Hij knikt. En hij knikt nog eens. Dan draait hij zich om, en sloft langzaam weg.

December 1994 “Sinds Jos weg is, heb ik zelf het koeienummer gedaan. Scheelde weer een paar honderd gulden per dag.” Joop Teuteberg lacht, maar dat kan niet verhullen dat zelfs zijn schijnbaar onverwoestbare optimisme een deuk heeft opgelopen. Het najaar heeft niet gebracht waarop was gehoopt. Eerst was er de verzengende hitte. “We hebben de WK-stop verlengd. Het is in een tent niet te harden als het 25 graden is. Dan komt er dus niemand.” Toen scheurde Tonie zijn enkelbanden. Zijn paardenummer moest geschrapt. De dieren gingen terug naar Duitsland. Joop Teuteberg: “Scheelde ook weer in de kosten; aan de andere kant, er moest natuurlijk wel snel een nieuwe act bij.” PR-man Dick Hendriksen werd ernstig ziek en moest naar huis. En verder bleef het met de bezoekersaantallen kwakkelen. “Weliswaar ging het beter dan in het voorseizoen, maar niet goed genoeg. Onbegrijpelijk. Zo'n mooie zaak.”

Teuteberg heeft het eerste jaar met verlies gedraaid. “Flink leergeld. Tienduizenden guldens, jongen, schrijf dat maar op.” Persoonlijk, zegt hij, is hij daar wel van geschrokken. “Ik heb altijd geleerd: voor je een dubbeltje uitgeeft, moet je het eerst binnengehaald hebben. Maar in het bedrijfsleven knipperen ze niet met hun ogen als je in zo'n aanloopperiode flink in de rode cijfers belandt.”

Hij is een clown, zegt Teuteberg, geen directeur. Dat is, denkt hij zelf, zijn grootste fout geweest dit eerste jaar: hij heeft zich niet zakelijk genoeg opgesteld. “Ik rekende er misschien te veel op dat dat niet hoefde. Voor de acts putte ik voornamelijk uit mijn kennissen- en vriendenkring. Mensen van wie ik dacht: het circusvak is het belangrijkst voor ze, daar zetten ze zich volledig voor in. Verdienen is van secundair belang. Dat eerste klopte, het tweede minder.” Tonie Teuteberg: “Joop is eigenlijk te aardig.” Joop Teuteberg: “Pas nog. Een uurtje of negen. Drie personeelsleden aan de deur: 'Joop, we gaan een nieuwe televisie kopen. Zo terug, hoor'. Zo terug? Om half drie, een half uur voor het begin van de voorstelling! Moesten ze eens in een fabriek flikken, zo lang wegblijven. Konden ze naar hun centen fluiten. En ik laat het gewoon gebeuren. Eigenlijk ben ik niet te aardig, maar gek. Gewoon hartstikke gek.”

Volgend jaar toert circus Royal weer door Nederland. Nòg een slecht seizoen betekent de ondergang. Zo ver zal het niet komen, belooft Teuteberg. Royal wordt nog mooier en nog beter. En hij, hij zal het zakelijker aanpakken. Want zo'n mooie zaak, die mag niet verloren gaan. Want hij doet het voor zichzelf, zijn zoon en voor de toekomst van het Nederlandse circus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden